@0lijfje Ook dat stukje over die reis naar Thailand was zo komisch, je wilt je gevoel in je paspoort laten zetten, de staat faciliteert dat en dan heb je buikpijn omdat je naar een ander land wilt reizen waar ze dat niet doen. Inderdaad, totaal geen zelfreflectie.
@Jd020@EdelGeertje@annabaltisberg Maar iemand die bij zijn of haar (of diens of hens, haha) sollicitatiegesprek een heel eisenpakket op tafel legt vanwege zijn ingewikkelde pronouns en buitenissige kledingstijl, heeft dan grond van klagen als hij niet wordt aangenomen.
@FloorCP Ja, volstrekt debiel. Noch x-personen van het mannelijk,noch x-personen van het vrouwelijk geslacht worden uitgenodigd om te solliciteren. Dat lijkt me geen discriminatie op die grond.
@johannazwak@RPlasterk Ik ook, en ik ben niet eens lesbisch! Ik schrok me wild toen ik kleine kinderen had en zag hoeveel erger de hokjes jongen/meisje geworden waren dan ik me herinnerde.
De conversiewet wordt volgende week in de Eerste Kamer in stemming gebracht. Het doel van de wet is helder: bescherming tegen conversiepraktijken. Maar er zit een juridisch probleem in de wet dat nog niemand goed heeft uitgelegd.
De wet stelt strafbaar: handelingen met het oogmerk om iemands genderidentiteit te veranderen of te onderdrukken. Zorgverleners zijn uitgezonderd, maar alleen als zij handelen volgens de geldende zorgvuldigheidseisen. Dat klinkt geruststellend. Maar wat zijn die zorgvuldigheidseisen precies?
De uitzondering voor zorgverleners hangt af van de "geldende zorgvuldigheidseisen." Het kabinet verduidelijkte op 14 april 2026 zelf wat dat betekent: die eisen worden ingevuld door de kwaliteitsstandaarden transgenderzorg. Dezelfde kwaliteitsstandaarden die officieel achterhaald zijn verklaard en in herziening zijn.
De deadline voor herziening was 30 september 2025. Die is verstreken zonder resultaat. Het kabinet noemde dit geen probleem.
De vraag wat een zorgverlener moet doen als de richtlijn waarop hij zich moet beroepen niet meer geldig is, die vraag is niet gesteld en niet beantwoord.
Stel: een psycholoog ziet een 15-jarige met genderdysforie én ernstige depressie. Hij kent de Finse registerdata. Hij weet dat psychiatrische problematiek na behandeling toeneemt, niet afneemt. Hij wil eerst de depressie behandelen.
Maar de huidige richtlijn zegt: behandel door. De depressie komt voort uit de genderdysforie en verdwijnt vanzelf na transitie.
Die richtlijn is zeven jaar oud en officieel achterhaald verklaard. Toch is het de maatstaf waaraan de rechter straks toetst of deze psycholoog strafbaar handelde.
Meerdere onafhankelijke onderzoeken, waaronder groot Fins en Amerikaans registeronderzoek, ondermijnen de aanname waarop die richtlijnen rusten. Landen als het Verenigd Koninkrijk, Zweden, Finland en Noorwegen hebben hun beleid al herzien op basis van diezelfde onderzoeken.
Een zorgverlener die handelt volgens de beste beschikbare wetenschap, kan daarmee buiten de Nederlandse richtlijnen vallen. En buiten de richtlijnen vallen betekent: buiten de medische exceptie vallen. De wet bindt hem daarmee toch aan die richtlijnen. Niet aan de wetenschap; aan de verouderde richtlijnen.
De wet zegt: oproepen tot reflectie is toegestaan. Maar exploratieve therapie gaat verder dan dat. Die onderzoekt actief of genderdysforie primair is, of een uiting van iets anders. Valt dat onder de uitzondering of onder het strafbare feit? Niemand weet het. De rechter beslist dat achteraf.
Peer-reviewed onderzoek laat zien dat exploratieve psychotherapie het enige serieuze alternatief is voor directe medische interventie bij jongeren met genderdysforie. Het is geen conversietherapie. Het legt geen identiteit op. Het onderzoekt. Een wet die dit in de juridische grauwe zone plaatst, beschadigt precies de zorg die deze jongeren nodig hebben.
De Eerste Kamer stemt volgende week. Wie voor deze wet stemt, kan niet weten waar hij zorgverleners aan bindt.
https://t.co/aFei0GnG7T
Het blijft maar gaan over een “verbod op homogenezing”. Maar dat frame verhult waar deze wet óók over gaat: genderidentiteit, “indringende” gesprekken en het risico dat ouders, leraren en hulpverleners verdacht worden zodra zij niet bevestigen dat een kind in het verkeerde lichaam is geboren.
Natuurlijk is iedereen tegen geweld, dwang, elektrische schokken of vernedering. Maar juist die extreme voorbeelden zijn vaak al strafbaar. Waar deze wet echt iets toevoegt, wordt het vaag: opvoeding, therapie, geloof, kritiek, twijfel.
Deze wet is een wolf in schaapskleren. Onder het sympathieke verhaal van bescherming wordt het niet-toetsbare idee 'genderidentiteit' het strafrecht binnengebracht.
De Raad van State had grote vragen bij de noodzaak, handhaafbaarheid en grondrechten. De wetenschapstoets wees erop dat betrouwbare cijfers ontbreken.
De vraag is niet: bent u tegen homogenezing? Die vraag is een morele val. De echte vraag is: welke slachtoffers beschermt deze wet die nu niet al beschermd worden? Hoe weten we dat? En waarom zou dat opwegen tegen het risico dat ouders, leraren en hulpverleners strafrechtelijk kwetsbaar worden zodra zij genderidentiteit niet bevestigen?
Die vragen zijn nooit fatsoenlijk beantwoord.
En dat is niet alleen juridisch slordig, maar ook inhoudelijk gevaarlijk. Want als kritiek op genderidentiteit verdacht wordt gemaakt, wordt bevestigen de veilige route. Dan wordt het moeilijker om bij jongeren eerlijk te onderzoeken wat er werkelijk speelt: homoseksualiteit, trauma, autisme, groepsdruk, "puberteitsstress" of gewoon het feit dat een kind niet in stereotypen past.
Daar zit het enorme verschil. Bij homoseksualiteit betekent acceptatie: je hoeft niet te veranderen. Je lichaam is niet verkeerd. Je liefde is niet verkeerd.
Bij transidentiteit kan “acceptatie” iets heel anders betekenen: een kind bevestigen in het idee dat het eigen lichaam verkeerd is. Dat kan leiden tot sociale transitie, medische trajecten, levenslange afhankelijkheid van hormonen en uiteindelijk zelfs onomkeerbare ingrepen in een gezond lichaam.
Zo kan een wet tegen conversie zelf conversiedruk vergroten: niet richting heteroseksualiteit, maar richting transidentiteit.
Dáárom is deze wet zo gevaarlijk. Onder het mom van bescherming wordt kritiek op genderidentiteit verdacht gemaakt, worden ouders, leraren en hulpverleners onder druk gezet om te bevestigen, en worden jongeren juist verder een route opgeduwd waarvan de gevolgen enorm zijn.
Dat beschermt geen kinderen. Dat beschermt een idee.
Eerste Kamerleden moeten zich daarom niet laten chanteren door het frame dat dit simpelweg een verbod op homogenezing is. Zij dragen verantwoordelijkheid voor de gevolgen van deze wet. Ook voor de gevolgen die niet in de memorie van toelichting staan, maar straks wel in huiskamers, klaslokalen en spreekkamers voelbaar worden.
Senatoren, dit is uw verantwoordelijkheid. Denk echt na voordat u een niet-toetsbaar idee als “genderidentiteit” het strafrecht binnen stemt.
https://t.co/b7VnPsDTZ1
@maanvis81 Haha, hij heeft dikkere borsten dan ik op die leeftijd had. Beweert dus dat ik geen echte vrouw ben.
Ik gooi hem er maar weer in
https://t.co/bCpWDZPE2N
@eenblikopdenos@maanvis81@NOS Arme Maartje, denkt dat ze zichzelf uit het vrouwzijn identificeert en vindt nu dat het feminisme haar in de steek laat…..