We hadden ALLES!
We hadden windmolens
We hadden watertorens
We hadden veiligheid
We hadden goed onderwijs
We hadden goedkoop gas
We hadden bejaardenhuizen
We hadden een goed zorgstelsel en pensioen
We hadden de beste boeren
We hadden een mooi landje
Wat waren we trots.