Drie jaar later.
Nooit zal ik de ochtend van 7 oktober 2023 vergeten. Israël, de enige Joodse staat op deze aardkloot, werd binnengevallen door Hamas en andere Gazaanse terroristen.
Nooit krijg ik de horrorbeelden die zich vanaf mijn Twitter-tijdlijn in mijn netvlies boorden nog uit mijn hoofd. En dat wil ik ook niet, integendeel. Normaal gesproken zet ik een film al af wanneer er ook maar de suggestie wordt gewekt dat een dier pijn zal worden gedaan. Maar tijdens deze sadistische pogrom, de onmenselijke massaslachting die Hamas aanrichtte, was het alsof een onzichtbare hand mijn hoofd vastpakte en mijn ogen op het scherm gericht hield. Wegkijken was simpelweg geen optie. Ik voelde dat er op dat moment iets voor altijd zou veranderen en dat deze vreselijke aanslag een impact zou krijgen die véél verder zou reiken dan Israël alleen.
Die ochtend vond er een keiharde breuk met de beschaving plaats. Jonge mensen die op een festival dansten en het leven vierden, werden verkracht, vermoord en ontvoerd. Gezinnen werden in hun kibboetsen afgeslacht. Mensen werden in hun huizen afgeschoten, gemarteld en verbrand. Israëlische lichamen werden als trofeeën door de straten van Gaza geparadeerd, achter op trucks, terwijl daaromheen uitzinnige roedels stonden te juichen. En terwijl deze nachtmerrie zich nog voltrok en niemand überhaupt wist hoeveel mensen er waren vermoord en ontvoerd, verschenen hier in de straten al de eerste Palestijnse vlaggen.
Alles in mij knapte. Alles.
Binnen enkele uren viel er een legpuzzel in mijn hoofd in elkaar: een volwassen leven aan puzzelstukken waarvan ik ergens wel wist dat ze er waren, maar die door cognitieve dissonantie, wensdenken en wegkijken nooit volledig op hun plaats waren gevallen.
Alle haat en al het antisemitisme dat ik in mijn jaren voor de klas had gezien, maar altijd had gebagatelliseerd, alle opmerkingen waarvan ik dacht dat ze vooral bedoeld waren om docenten te provoceren, alle hakenkruizen die je op een grootstedelijke school vroeg of laat wel ergens op een muur, deur of tafel tegenkomt: ik kon mezelf niet langer wijsmaken dat het allemaal niets betekende en niet was wat het leek. Ze zouden het vast niet menen, dacht ik altijd. Ze worden ouder en verstandiger. Ze weten gewoon nog niet beter.
Op 7 oktober wist ik dat die geruststellende verklaring vooral iets zei over mijn eigen behoefte om het allemaal niet te hoeven zien.
Vandaag weet ik dat ik ook die ochtend nog maar nauwelijks begreep hoe ver de panelen zouden gaan schuiven. Aanvankelijk voelde het alsof we met de hele godvergeten aardbol door een zwart gat waren gevlogen en er aan de verkeerde kant van de geschiedenis weer uit waren gekomen, in een parallel universum waarin de Holocaust ons kennelijk niet de lessen had geleerd waarvan ik altijd dacht dat wij ze hadden geleerd.
De empathie met vermoorde en ontvoerde Joden hield amper een halve dag stand voordat het westerse witwassen begon- voordat Israël alweer beschuldigd werd en verdacht werd gemaakt. Het Palestijnse genocidale oergeweld werd razendsnel verklaard, voorzien van de perfide nakbacontext en teruggeplaatst in het vertrouwde narratief waarin de Palestijn slachtoffer is en Israël, wát er ook gebeurt, uiteindelijk de dader.
Ik heb mij de afgelopen drie jaar ontelbaar vaak afgevraagd waar precies de ondergrens lag. Vandaag weet ik dat die ondergrens er simpelweg niet was en is. Terwijl gijzelaars in de terreurtunnels van ondergronds Gaza verdwenen en families jarenlang niet wisten of hun kinderen, partners of ouders nog leefden of wat hun werd aangedaan, werd Israël boven de grond opnieuw het land dat zich voortdurend moest verantwoorden. De oorlog die volgde werd besproken alsof die op een willekeurige ochtend uit de lucht was komen vallen. De gijzelaars verdwenen geregeld uit het verhaal en Hamas werd in het westerse debat van terroristische organisatie omgekat tot iets wat het midden houdt tussen dappere verzetsbeweging en sneue slachtofferclub.
Intussen werd 7 oktober zelf geminimaliseerd. Een gebeurtenis waarvan de daders hun eigen misdaden filmden en verspreidden, waarvan de lichamen, de verbrande huizen en de ontvoeringen voor iedereen zichtbaar waren, bleek vrijwel onmiddellijk alweer onderhandelbaar. Ging het eigenlijk wel om burgers? Was er werkelijk seksueel geweld gepleegd? Waren die verhalen niet overdreven?
De grootste massaslachting op Joden sinds de Holocaust werd zo in verbijsterend korte tijd onderdeel van het gewone gesprek. Niet omdat iedereen plotseling openlijk Jodenhaat begon te belijden, maar omdat er een vocabulaire beschikbaar kwam waarmee oude patronen opnieuw als morele scherpzinnigheid konden worden verkocht. Anti-zionisme bleek hiervoor de perfecte deugmantel te zijn.
Hetzelfde gebeurde met de Holocaust. Die beschavingsbreuk wordt inmiddels schaamteloos tegen Joden zelf gebruikt. Zij zouden volgens de anti-zionisten na Auschwitz beter moeten weten, in plaats van dat de samenlevingen die hun voorouders vervolgden en vermoordden iets hadden moeten leren. Alsof de moord op zes miljoen Joden een eeuwigdurend contract heeft opgeleverd waarin de nakomelingen van de slachtoffers verplicht zijn zichzelf weerloos te blijven opstellen om te bewijzen dat zij de juiste les uit hun eigen vernietiging hebben getrokken. Krankzinniger verzin je het niet.
Het antisemitisme van nu presenteert zich zelden als openlijke haat. De nu-nazi ervaart zichzelf niet noodzakelijk als iemand wiens morele kompas aan stukken ligt, maar juist als degene die iets doorziet wat anderen niet durven te zien. Het genoegen daarin is zichtbaar. De zelfvoldaanheid ook.
Afgelopen week kreeg ik daar op een terras bijna een karikaturale demonstratie van. Een keurige, hoogopgeleide man vertelde mij zonder enige schroom dat Israël “onze schuld” was. Na de Tweede Wereldoorlog zat immers niemand “op al die terugkerende Joden te wachten”. Het verbijsterende was niet alleen wat hij zei, maar vooral hoe dik tevreden deze figuur met zichzelf was: alsof zijn verlichte visie hem intellectueel en moreel vér boven de gemiddelde stumper had verheven.
Nederlandse Joden moeten ondertussen continu uitleggen waar hun loyaliteit ligt. Ze worden geacht te vertellen wat zij van Israël vinden, afstand te nemen van een regering waarop zij niet stemmen, een oorlog te verdedigen die zij niet voeren of juist publiekelijk te bewijzen dat zij één van de goede Joden zijn, door zich voldoende hard van andere Joden af te keren. Wanneer een Jood eenmaal de politiek gewenste antwoorden geeft, wordt hij onmiddellijk als bewijsstuk gebruikt tegen andere Joden. Kijk, zeggen mensen dan, zelfs déze Jood vindt het! Alsof een Jood pas volledig als individu mag bestaan nadat hij eindexamen heeft gedaan als overtuigd antizionist.
Met Israël gaat het drie jaar later goed. Het land heeft uit duizenden jaren Joodse geschiedenis een les getrokken die Europa steeds opnieuw lijkt te vergeten. Uiteindelijk moet een volk bereid en in staat zijn zijn eigen bestaan te verdedigen, zéker wanneer de geschiedenis keer op keer heeft aangetoond hoe weinig garanties de ‘bescherming’ door anderen uiteindelijk biedt.
De grens tussen Israël en Gaza loopt inmiddels dwars door de westerse wereld. Dit conflict heeft blootgelegd hoe universeel onze normen werkelijk zijn zodra die botsen met onze eigen meest welgevallige overtuigingen.
Op 6 oktober 2023 bestond er voor mij nog een wereld waarin ik werkelijk geloofde dat ‘nooit weer’ gemeend was.
Die wereld bestaat niet meer.
6 oktober komt nooit meer terug, maar Israël blijft en het volk van Israël zal leven!
Heb je dankzij inspanningen van je leden een lekkere voorsprong bij de actie #wineencubvoorjeclub#wineencub van @CubCadet_USA om een zitmaaier te winnen, heeft je concurrent er ineens 250 likes van fans all over the world bij. Like de foto van de knippende meiden, zo winnen wij!
‼‼We zijn één van de drie genomineerden voor een fotowedstrijd waarbij we kans maken op een zitmaaier. Om te winnen hebben we echter heel veel stemmen nodig!
▶️ Scan de QR-code of ga naar https://t.co/f7D7OnBcFI en geef onze foto bij het Facebookbericht van CubCadet een like.