Houdt van de medemens. Ook van klassieke auto's en muziek. Vreet letters. Liberaal, geen kapitalist. Schuldhulpverlening. Bestuur VVD Zuidoost Friesland
De overheid belast inmiddels niet alleen wat je verdient, maar steeds vaker ook wat je bezit: vermogen in box 3, spaargeld en straks mogelijk zelfs overwaarde en papieren winsten waar nog geen euro van op je rekening staat. Vervolgens wordt dat geld via toeslagen, subsidies en compensaties weer rondgepompt.
Zo ontstaat langzaam een samenleving waarin zelfstandigheid wordt afgeremd en afhankelijkheid van de overheid steeds normaler wordt.
De paradox is dat uiteindelijk een grote groep die het systeem financiert afhankelijk wordt van hetzelfde loket.
Maaike Schoon vind dat mensen géén recht hebben op de overwaarde van hun huis. Maar..stel dat je een huis koopt, met dertig jaar verplichtingen, een hypotheekadviseur, stress, rentepercentages en de wetenschap dat je de komende decennia eerst de bank rijk maakt voordat je iets van jezelf bezit.
Stel dat je vervolgens jaren werkt. Je onderhoudt het huis, schildert kozijnen, vervangt een lekkend dak, legt zonnepanelen, betaalt OZB, waterschapsbelasting, rioolheffing, verzekeringen, energierekeningen en nog een stapel lasten waarvan niemand precies weet waarom ze elk jaar stijgen.
En stel dat dat huis na twintig jaar meer waard blijkt.
Dan verschijnt steevast iemand met een morele theorie.
Die vertelt je dat die waardestijging eigenlijk niet van jou is. Dat de buurt aantrekkelijker werd. Dat er een station kwam. Dat de economie groeide. Dat de gemeenschap die waarde heeft gecreëerd. Dat jij vooral toevallig op een stoel zat terwijl de lift omhoogging.
Stel dat we die redenering eens consequent doortrekken.
Als de overheid mede-eigenaar is van jouw winst omdat de omgeving beter werd, is zij dan ook mede-schuldenaar wanneer de omgeving verslechtert? Krijg je compensatie als een windmolenpark voor je uitzicht verschijnt? Als criminaliteit stijgt? Als een azc naast je straat opent? Als de school sluit? Als de fundering verzakt door beleid waar jij niet om vroeg?
Of geldt collectief delen alleen wanneer er iets te halen valt?
Stel dat ondernemers hetzelfde horen. Uw omzet steeg dankzij de infrastructuur, dus een extra heffing. Stel dat werknemers hetzelfde horen. Uw salaris steeg door de economie, dus niet helemaal van u. Stel dat spaarders hetzelfde horen. Uw rendement kwam door marktomstandigheden, dus graag terugstorten.
Dan heet eigendom geen recht meer, maar tijdelijk beheer onder voorwaarden.
Begrijp me goed: niemand leeft op een eiland. Wegen, veiligheid en rechtsorde hebben waarde. Daar betalen we al belasting voor. Veel belasting. De vraag is niet óf de samenleving iets bijdraagt. De vraag is hoeveel keer dezelfde burger voor dezelfde bijdrage moet afrekenen.
Want ergens verandert een redelijke gedachte in een hongerige gedachte.
Eerst zegt men: “Niemand verdient dit alleen.”
Daarna: “Dus het is van ons.”
En uiteindelijk blijkt “ons” opvallend vaak te betekenen: van de staat.
Stel dat we daar gewoon eerlijk over zijn.
Dan gaat het debat niet over rechtvaardigheid, maar over de eeuwige verleiding van andermans bezit.
Ze zitten op het spoor en de rest moet wachten
Zestig man op de Betuweroute. Gewoon gaan zitten. Treinen stil. Goederenstroom stil. En de rest van het land, dat mag even toekijken hoe een kleine groep bepaalt dat regels optioneel zijn. Want het doel is goed. Altijd dat zinnetje. Alsof dat de wet vervangt.
Het begint inmiddels voorspelbaar te worden. Eerst blokkeren. Dan onderhandelen. Dan een beetje wegdragen, voorzichtig, vooral geen verkeerde beelden. En daarna, stilte. Geen zichtbare consequenties, geen duidelijke grens. Tot de volgende keer.
We hebben in Nederland een demonstratierecht, vastgelegd in de Wet openbare manifestaties. Dat is een groot goed. Maar het is geen vrijbrief om vitale infrastructuur plat te leggen. Een spoorlijn is geen plein. Het is geen symbolische plek. Het is een ader van de economie. Daar ga je niet zitten. Punt.
En toch gebeurt het. Steeds weer. Want de echte boodschap is inmiddels duidelijk: als je het slim speelt en het juiste verhaal hebt, kom je er een heel eind mee weg.
En dan die andere werkelijkheid.
Voetbalsupporters die naar een stadion gaan, worden preventief gefouilleerd. Mogen zich niet onherkenbaar maken. Gezichtsbedekking? Verboden. Identificatieplicht? Handhaving. Groepsgedrag? Meteen ingrijpen. Daar is geen gesprek van uren. Daar is geen ruimte om eerst even “het punt te maken”.
Waarom eigenlijk?
Waarom is de lat daar keihard en hier elastisch? Waarom wordt bij de ene groep op voorhand gestuurd op controle en orde, en bij de andere groep pas achteraf gekeken of er misschien iets misging?
Het verschil zit niet in de wet. Het zit in de toepassing. In de keuzes die worden gemaakt. In de angst voor beeldvorming. In de politieke reflex om bepaalde vormen van activisme te benaderen als iets dat je moet begeleiden in plaats van begrenzen.
Maar wetten die selectief worden gevoeld, verliezen hun kracht. Niet juridisch, maar maatschappelijk. Want mensen zien het verschil. En mensen trekken conclusies.
Als een voetbalfan denkt: waarom ik wel en zij niet?
Als een ondernemer ziet: mijn vracht staat stil en niemand grijpt in.
Als een burger denkt: dus blokkeren werkt.
Dan verschuift er iets fundamenteels.
Het gaat hier niet om links of rechts. Het gaat om de vraag of de staat nog één lijn trekt. Of we nog durven zeggen: demonstreren mag, maar dit niet. Hier ligt de grens. En wie eroverheen gaat, wordt direct gestopt. Niet na overleg, niet na mediabeelden, maar gewoon, meteen.
Want als die duidelijkheid er niet komt, dan is het wachten op de volgende groep. Met een andere eis, een ander doel, maar dezelfde methode.
En dan wordt het spoor, de weg, het plein geen plek meer van protest, maar van macht. De macht van wie het hardst durft te ontregelen.
De vraag is niet of dat gaat gebeuren.
De vraag is: wanneer vinden we het genoeg?
https://t.co/aiPhQRQRla
Hard optreden ja, hard straffen nee
Er zit iets scheefs in dit land. Je ziet het pas echt goed op het moment dat het misgaat.
Een man rijdt als een bezetene door de stad. Negeert alles. Rood licht, stoptekens, logica. Agent moet opzij springen om niet geraakt te worden. Anderen idem. Nog eens. Nog eens. Tot het moment dat het eigenlijk al fout had kunnen zijn.
Dat is geen verkeersgedrag meer. Dat is geweld. Gewoon geweld, verpakt in staal en snelheid.
En dan doet de politie wat ze moet doen. Achtervolgen. Rammen. Taser erop. Klaar ermee.
Precies zoals het hoort.
Maar let op wat er daarna gebeurt. Dat is interessanter.
Dan verschuift het gesprek. Niet meer over die agent die net niet werd aangereden. Niet meer over het feit dat dit makkelijk een dode agent had kunnen zijn. Nee, dan komt de andere vraag.
Was het optreden wel proportioneel?
Alsof we collectief vergeten wat hier net gebeurde.
Alsof iemand eerst vijf keer moet raken voordat we het serieus nemen.
Er zit een hardnekkige reflex onder. Een soort ideologisch ongemak met gezag. Met politie. Met optreden. Alsof de staat per definitie verdacht is, en de dader… tja, die moet je begrijpen. Context geven. Verzachten.
Maar hier valt weinig te verzachten.
Je rijdt niet per ongeluk op agenten in. Je neemt een besluit. Elke keer weer. Gas erop. Niet stoppen. Doorgaan. Dat is geen fout. Dat is keuze.
En daar hoort een consequentie bij die net zo duidelijk is.
Niet een tikje op de vingers. Niet weer zo’n straf waar iedereen na afloop denkt: was dit het nou?
Want dát is het probleem. Niet dat de politie hard optreedt. Dat doen ze, gelukkig nog, als het moet.
Het probleem is wat daarna komt. De juridische afslag waar alles zachter wordt. Waar poging tot doodslag opeens een rekbaar begrip lijkt. Waar de straf vaak niet in verhouding voelt tot het risico dat is genomen.
Een agent die moet springen voor zijn leven is geen detail. Dat is het hele verhaal.
Maar in Nederland maken we daar nog te vaak een voetnoot van.
En dan krijg je dit rare evenwicht. Aan de ene kant agenten die wel moeten ingrijpen. Aan de andere kant een systeem dat moeite heeft om daar echt harde grenzen aan te verbinden.
En nu komt de volgende test. Niet op straat, maar in de rechtszaal.
Wat gaat het OM doen?
Durven ze hier een stevige eis neer te leggen, passend bij vijf keer poging tot doodslag? Of wordt het weer voorzichtig formuleren, ruimte laten, alvast voorsorteren op een lagere uitkomst?
En daarna de rechter.
Gaat die dit zien voor wat het is? Bewust genomen levensgevaar, keer op keer? Of wordt het weer teruggebracht tot “gevaarlijk rijgedrag” met een juridisch sausje?
Daar zit de echte spanning. Niet bij de taser. Niet bij het aantikken van de auto.
Maar bij de vraag of woorden als poging tot doodslag nog echt gewicht hebben in dit land.
Hard optreden, ja. Dat kunnen we nog uitleggen.
Maar hard straffen? Daar begint het ongemak. Daar komt de nuance. Daar wordt het ineens ingewikkeld.
En uiteindelijk komt het neer op iets heel basaals. Iets ongemakkelijks ook.
De meetlat is simpel.
Beschermen we onze agenten door te laten zien dat er niet gesold wordt met hun leven?
Of beschermen we uiteindelijk toch weer de dader, door het risico dat hij nam juridisch kleiner te maken dan het was?
Daar gaat het straks echt over.
Niet over die nacht.
Maar over wat wij daarna normaal zijn gaan vinden.
https://t.co/sleed2GpvL
Dit schrijft Keyvan Shahbazi, de warme, moedige en intelligente Iraans-Nederlandse schrijver – en ervaringsdeskundige – die ik vorige week heb mogen ontmoeten:
"Oorlog is angstaanjagend. Niemand weet dat beter dan Iraniërs. Maar voor ons betekent elke explosie iets anders. Voor ons is elke explosie die de Revolutionaire Garde van de Islamitische Republiek treft een echo van gerechtigheid. Voor elk leven dat werd gestolen. Voor elke naam die nooit meer wordt uitgesproken. Voor elke executie. Voor elke droom die door dit regime werd vertrapt. Voor de meisjes die werden vernederd, verkracht, gebroken. Voor de politieke gevangenen in donkere kerkers. Voor de moeders die hun kinderen moesten begraven. Voor de vaders die in stilte hebben gehuild. Voor de gebroken botten van studenten die niets anders deden dan vrijheid eisen.
Zevenenveertig jaar waarin miljoenen Iraniërs hun geliefden moesten achterlaten. Hun huizen, hun straten, hun vaderland. Zevenenveertig jaar van afscheid. Zevenenveertig jaar gedwongen om als vreemdelingen verder te leven, en zelfs dan nog over je schouder kijken, bang voor de lange arm van dat regime.
Maar weet u wat werkelijk angstaanjagend is?
Werkelijk angstaanjagend is een regime dat in achtenveertig uur 40.000 mensen vermoordt. En een wereld die daarop reageert met woorden als ’de-escalatie’, ’terughoudendheid’ en ’internationaal recht’. Een wereld die wegkijkt. Die morele hooghartigheid, die pretentie van morele superioriteit, dat is angstaanjagend. Een wereld die al 47 jaar het leed van het Iraanse volk negeert. Die stilte is angstaanjagend. De arrogantie. De misplaatste morele zelfingenomenheid, wanneer sommigen liever Amerika en Israël beschuldigen dan de moordenaars in Teheran.
(...)
En links-intellectuelen zwijgen nog altijd. Geen zelfreflectie. Geen spijt. De geschiedenis herhaalt zich. Niet omdat we niets hebben geleerd, maar omdat de medeplichtigen weigeren te erkennen wat ze hebben aangericht. En die weigering heeft gevolgen. Niet in de grachtengordel van Amsterdam. Niet in Parijs of New York. Maar daar. In Teheran. In gevangenissen. In levens. En die stilte, die is het meest angstaanjagend van alles."
Hear hear! 👏🏻👇🏻
Een ochtendcolumn
Tijd voor een parlementair onderzoek naar de woningmarkt
D66 won verkiezingen met een belofte van tien nieuwe steden. Het land zou gebouwd worden. Nu staat er een minister die in The Guardian uitlegt dat Nederlanders misschien met een muntje moeten leren douchen. Van bouwen naar berusting in schaarste, in één politieke beweging.
Het is pijnlijk om te zien dat er een product bestaat waar mensen voor in de rij staan, waar geld geen probleem is en zelfs subsidie beschikbaar is, en dat het toch niet geleverd wordt. Niet door gebrek aan vraag, niet door gebrek aan kapitaal, maar door een overheid die het dossier keer op keer in handen legt van passanten die meer schade aanrichten dan vooruitgang boeken. Na De Jonge, die de huurmarkt vakkundig sloopte, volgt nu een minister die in een Engelse krant doceert over schaarste als levenshouding.
De woningbouw is geen markt meer, maar een bestuurlijk moeras waarin alles wordt gereguleerd behalve het bouwen zelf. Vraag en geld zijn er ruimschoots maar verdwijnen in regels, procedures en electorale ambities die elkaar in de weg zitten. Wachttijden voor huurwoningen lopen op tot wel twintig jaar hoe bestaat het dat we dat normaal willen vinden.
We blijven de uitvoering van een van de meest essentiële publieke opgaven toevertrouwen aan een stoet van tijdelijke incompetente bestuurders die komen en gaan, plannen lanceren en verdwijnen, zonder dat de uitkomst verandert.
De vraag dringt zich op of het niet tijd is voor een parlementair onderzoek. Niet naar incidenten, maar naar het systeem zelf. Naar hoe een overheid die zegt te bouwen, er keer op keer in slaagt om het tegenovergestelde te organiseren. En naar de vraag of de verantwoordelijkheid voor wonen nog wel kan worden overgelaten aan dit soort politieke passanten.
Een ochtendcolumn
Weer die roep om erfenissen zwaarder te belasten.
Welke econoom kan uitleggen dat een organisatie die schulden opstapelt, te duur is, te weinig levert en geen enkele zichtbare wil tot verbetering laat zien, beter gaat presteren als de financiering verder wordt opgevoerd?
Het is een vraag die te weinig wordt gesteld, zeker niet wanneer het over de overheid gaat. Daar lijkt immers het omgekeerde te gelden. Hoe slechter de prestaties, hoe vanzelfsprekender de roep om extra middelen. Alsof falen een recht op financiering creëert.
Kijk naar de staat van de basis. Onderwijs dat structureel terrein verliest, een woningmarkt die voor een generatie op slot zit, zorg die duurder wordt en tegelijk minder toegankelijk, veiligheid onder druk, energieprijzen die alle logica tarten. Voeg daar uitvoeringsorganisaties aan toe die vastlopen in hun eigen complexiteit, van de Belastingdienst tot het UWV. Migratie als dossier dat zich al jaren aan elke vorm van regie onttrekt.
Dit zijn geen incidenten dit is een patroon. En toch verschuift het debat steeds weer naar dezelfde oplossing. Meer geld. Hogere belastingen. Zwaardere heffing op vermogen en, als sluitstuk steeds maar weer dat lonken naar de erfenis. Dat laatste restje van een leven lang arbeid en voorzichtigheid wordt gepresenteerd als logische volgende bron.
Opmerkelijk, want alles wijst in een andere richting. Decennialang stijgende lasten zonder zichtbare verbetering van prestaties. Productiviteitscijfers die jaar op jaar laten zien dat het niet beter wordt. Een overheid die haar eigen apparaat steeds beter weet te belonen, terwijl de kwaliteit van de dienstverlening achterblijft. Defensie waar inmiddels zoveel geld in omgaat dat doelmatigheid een theoretisch begrip is geworden.
Er is geen enkel empirisch signaal dat meer geld dit patroon doorbreekt.
En toch zijn er altijd weer economen die uitleggen dat extra middelen noodzakelijk zijn voor rechtvaardigheid, voor kansen, voor solidariteit. Alsof het probleem een gebrek aan geld is, en niet een gebrek aan functioneren. Elke econoom kan je met dezelfde overtuiging uitleggen dat gebrek aan middelen juist disciplineert. Dat een beperking van middelen juist richting geeft aan hervorming.
Daarmee krijgt de discussie over erfbelasting iets wrangs. Herverdeling wordt ingezet als substituut voor hervorming. Het blijkt eenvoudiger om te belasten, dan om te herstellen wat structureel niet werkt.
Intussen gaat het steeds vaker om mensen die spaarden. Die wat opbouwden. Die consumptie uitstelden, schulden aflosten. Je opa en je oma die waarde creëerden met een sober leven. Aflossen en sparen. Gedrag dat jarenlang door diezelfde overheid werd aangemoedigd. En nu blijft er aan het einde iets over. En precies dat wordt nu gezien als probleem dat gecorrigeerd moet worden. Zodat het kan verdwijnen in de fabriek die al jaren schuld produceert. die al jaren laat zien moeite te hebben om middelen om te zetten in resultaten.
Als de overheid zou laten zien dat zij zichzelf zou willen verbeteren, Zichzelf normen oplegt. Dat een sobere inrichting vanzelfsprekend zou zijn, dat dienstbaarheid aan de burger voorop zou staan, dan zou extra financiering voor weinig mensen een probleem zijn vermoed ik. Dan zou het verhogen van belastingen misschien zelfs als vanzelfsprekend kunnen voelen.
Maar wat zichtbaar is, is iets anders. Een systeem dat jaar op jaar blijft groeien zonder ook maar iets beter te worden. Een schuldenmachine die steeds meer vraagt en steeds minder overtuigt. De terughoudendheid van burgers om hun nalatenschap daarin te laten verdwijnen is geen gebrek aan solidariteit, maar een signaal. Een signaal dat misschien eens wat serieuzer genomen zou moeten worden.
Wanneer ideologie de democratie overneemt
Het cordon sanitaire was ooit een morele grens.
Geen samenwerking met partijen die democratische grondbeginselen ondermijnen, rechten van vrouwen relativeren of hun ideologie aan anderen willen opleggen.
Dat principe werd jarenlang selectief toegepast, vooral richting rechts.
Maar nu is het masker af.
Niet rechts heeft het cordon opgeblazen, links heeft het zelf ontmanteld.
In Amsterdam wordt openlijk uitgesproken wat al langer praktijk is.
Hoe linkser, hoe beter.
GroenLinks kijkt zonder gêne naar Bij1, SP, Partij voor de Dieren en Denk.
Niet ondanks hun standpunten, maar juist vanwege hun ideologische scherpte.
Dit is geen pragmatische coalitievorming.
Dit is blokvorming.
Morele selectie.
Wie het over deze samenwerking heeft, moet ook durven zeggen wat dit concreet betekent.
Partijen als Bij1, Denk en delen van de radicaal linkse flank opereren niet binnen het klassieke democratische kader van gelijkheid en universaliteit. Zij werken met hiërarchieën van slachtofferschap, waarbij rechten afhankelijk worden van afkomst, identiteit of religie.
Dat botst met het kernidee van de rechtsstaat.
Iedereen gelijk voor de wet.
Op het gebied van vrouwenrechten wordt die spanning zichtbaar.
Feminisme is onvoorwaardelijk zolang het niet botst met culturele of religieuze gevoeligheden. Kritiek op vrouwonvriendelijke praktijken binnen minderheden wordt vermeden of weggeredeneerd, terwijl dezelfde maatstaf elders meedogenloos geldt.
Dat is geen emancipatie.
Dat is selectief zwijgen.
Ook het antisemitismeprobleem wordt structureel geminimaliseerd.
Niet omdat het niet bestaat, maar omdat het politiek ongemakkelijk is.
Joodse Amsterdammers die wijzen op intimidatie of openlijk vijandige retoriek krijgen te horen dat zij context missen of dat kritiek op Israël alles verklaart.
Zo wordt antisemitisme niet bestreden, maar herverpakt.
Wie zich hiertegen uitspreekt, wordt niet inhoudelijk weerlegd, maar moreel verdacht gemaakt. Kritiek heet islamofobie. Vragen stellen heet polariseren. Verzet tegen ideologische dwang heet extremisme.
Dat mechanisme is op zichzelf antidemocratisch.
Het vervangt debat door morele disciplinering.
Het ongemakkelijke deel is dat juist de hoogopgeleide, zelfverklaarde democratische elite hierin vooroploopt.
Gestudeerde lieden herdefiniëren democratie en beschuldigen vervolgens het proletariaat van onbegrip zodra het anders stemt.
Wie rechts stemt, snapt de democratie niet.
Dat frame is niet alleen arrogant.
Het is antidemocratisch.
Democratie mag van elitair links alleen bestaan zolang de uitkomst klopt.
Gaat de stem tegen de ideologische stroom in, dan is zij ineens desinformatie of emotie.
Het volk heeft gesproken, maar verkeerd.
En moet worden gecorrigeerd.
Dat is geen democratie.
Dat is technocratisch paternalisme.
Amsterdam fungeert hierin als laboratorium.
Wat hier kan, kan straks overal.
Neutraliteit bestaat alleen zolang er pluralisme is.
In een stad waar één ideologische stroming de norm bepaalt, is neutraliteit een mythe.
Met een burgemeester die deze ontwikkeling actief belichaamt, ontbreekt zelfs de schijn van institutionele tegenmacht.
De fundamentele fout van elitair links is niet dat het idealen heeft, maar dat het meent beter te weten dan de meerderheid wat goed voor haar is.
Den Haag doet er verstandig aan op te letten.
Amsterdam is geen uitzondering, maar een voorbode van een politiek waarin de stem van het volk steeds minder telt en een zelfverklaarde elite de democratie herdefinieert.
Elitair gezegd, een linkse coup d’état.
https://t.co/QKnEfKTXI4
Herdenken is geen kapstok
Er zijn dagen die niet van ons zijn.
Niet van politici.
Niet van bestuurders.
Niet van sprekers met een boodschap.
De Holocaustherdenking is zo’n dag.
Wie op zo’n moment onderwerpen aansnijdt die niet rechtstreeks te maken hebben met de Holocaust, met jodenvervolging of met antisemitisme, zit daar verkeerd. Punt. Dat is geen debat, geen nuancekwestie, geen kwestie van smaak. Het hoort er niet.
Deze herdenking gaat niet over de wereldorde. Niet over geopolitiek. Niet over alles wat vandaag misgaat. Ze gaat over zes miljoen vermoorde joden. Over hoe dat kon gebeuren. En over wie daarbij hielpen.
Ook hier.
Juist hier.
In Amsterdam.
Amsterdam was geen onschuldige toeschouwer. De stad functioneerde. De bevolkingsregisters klopten. De administratie draaide door. Ambtenaren deden hun werk. Politieagenten haalden mensen op. Trams reden richting leegte. De joodse stad werd ontmanteld met een ordelijkheid die tot op de dag van vandaag schuurt.
Dat is geen aanval op Amsterdammers van nu. Het is een feit. En feiten vragen geen verdediging, maar erkenning. Nederig. Zonder omwegen. Zonder “maar”.
Wie vandaag burger is in deze stad staat niet buiten die geschiedenis. We erven haar niet als persoonlijke schuld, maar ook niet als iets vrijblijvends. De enige houding die past is besef. En terughoudendheid.
Daarom is het zo misplaatst wanneer bestuurders of genodigden deze herdenking gebruiken om eigentijdse politieke boodschappen te verkondigen. Dan wordt de herdenking veilig gemaakt. Algemeen. Herkenbaar voor iedereen behalve voor wie hier herdacht wordt.
De Holocaust was geen metafoor. Geen universeel verhaal dat je kunt toepassen op elk actueel probleem. Het was een specifieke misdaad tegen joden, mogelijk gemaakt door staten, steden en instituties die hun morele ruggengraat verloren.
Wie vandaag iets wil zeggen over andere misstanden , hoe ernstig ook moet daar een ander moment voor zoeken. Een ander podium. Een andere dag. Laat deze herdenking met rust.
En ja, dat betekent iets ongemakkelijks:
politici of genodigden die deze deemoed niet kunnen opbrengen, horen daar niet te staan. Niet volgend jaar. Niet omdat ze “fout” zijn, maar omdat ze het moment niet begrijpen. Wie het podium niet kan weerstaan, vervuilt het.
Herdenken vraagt geen duiding. Geen ideologie. Geen woorden.
Het vraagt stilte. En erkenning.
De norm is eenvoudig en hard:
wie deze dag niet klein kan houden, maakt haar kapot.
#NooitMeer
https://t.co/KLvPtP6hK9
Babi Yar 29-30 September 1941 33700 Jews and Roma murdered by Nazis, Iran 8-9 January 2026 36500 Iranians murdered by Ayatollahs and their murder squads. Washington, Brussels and The Hague, What are You waiting for?
Dus veel vriendelijke rode lijners en watermeloen 'hamas is echt een verzetsgroep' mensen zijn muisstil als het gaat om het vermoorden van duizenden onschuldige mensen in Iran die in opstand zijn gekomen tegen een wreed Islamitisch regime terwijl de lijken zich opstapelen, waaronder ook kinderen. Vreemd.
1.180 boerenbedrijven in één schoorsteen.
Dat is wat er in Amsterdam staat.
Niet figuurlijk. Letterlijk.
De afvalverbrander van Amsterdam (AEB) stoot per jaar net zoveel CO₂ uit als ongeveer 1.180 melkveebedrijven. Eén installatie. Eén schoorsteen. Midden in de stad.
Geen versnipperde uitstoot, geen “complex systeem”, gewoon een grote rookpluim.
En toch: stilte.
Boerenbedrijven sluiten “voor het milieu” is normaal geworden. Daar wordt niet eens meer bij geknipperd. Maar deze uitstoot? Daar praten we liever niet over. Dat voelt ongemakkelijk. Te groot. Te dichtbij. Te bestuurlijk.
Amsterdam noemt zichzelf klimaatkoploper. Auto’s eruit. Gedrag sturen. Moraliserende campagnes.
Maar ondertussen belandt bijna al het keuken- en etensafval gewoon in het restafval. In 2023: ongeveer 4 kilo gft per inwoner. Landelijk gemiddelde: 92 kilo. Dat is geen nuance. Dat is falen.
Vooral de Randstad is hier slecht in. Juist daar waar het morele vingertje het hoogst wordt geheven. En precies daar ligt dus ook de winst. Elke kilo gft die niet wordt gescheiden, gaat de oven in. Elke ovenronde is extra CO₂. Simpel.
En dan importeren we ook nog afval uit Italië om het hier te verbranden. Serieus. Afval honderden kilometers vervoeren en dan zeggen dat dit “duurzaam” is. Als dit circulair heet, is het woord betekenisloos geworden.
Waar zijn de linkse partijen hier?
Waar is Extinction Rebellion?
Vastgeketend aan asfalt, maar niet aan het huisvuil. Selectieve verontwaardiging.
Dit gaat niet over perfecte oplossingen of morgen alles dicht. Dit gaat over eerlijkheid. Over waar je begint als je zegt dat het om klimaat en CO₂ gaat.
Als je duizend boeren kunt sluiten, kun je deze schoorsteen niet negeren.
Doe je dat wel, dan ging het nooit echt om het milieu.
Dan ging het om ideologie. En om wie het makkelijkst te pakken is.
En dat is misschien de echte lakmoesproef voor een nieuw kabinet:
durf je omhoog te kijken?
#klimaatbeleid #afval #randstad
🚨PROFESSOR J. SACHS 🇺🇸 FILEERT DE ELITE VAN EUROPA
“Europa wordt bestuurd door intellectueel onserieuze mensen die het continent naar een ramp drijven.”
Sachs, een van 's werelds meest gerespecteerde economen zei zojuist wat miljoenen denken en nam — enigszins spottend — geen blad voor de mond:
“Er is vandaag geen enkele grote leider in de EU of Groot-Brittannië met de gestalte, eerlijkheid of strategische diepte van staatslieden uit het verleden zoals Helmut Kohl, Helmut Schmidt of Mitterrand.
In plaats daarvan wordt Europa nu geleid door figuren als: Ursula van der Leyen, Kaja Kallas, Frederik Merz, Emmanuel Macron
En het vonnis van Sachs was brutaal:
"Maak je een grapje?"
Hij zei dat hun denken onsamenhangend is, losgekoppeld van de realiteit en gevaarlijk roekeloos - vooral als het gaat om Rusland.
Terwijl ze eindeloos over oorlog praten, stelde Sachs de voor de hand liggende vraag:
“Als je bang bent voor je buurman... waarom pak je dan niet de telefoon en praat je?
In plaats daarvan heeft Europa gekozen voor:
• Sancties over diplomatie
• Escalatie over onderhandeling
• Ideologie boven stabiliteit
Rusland afsnijden. China afsnijden. India afsnijden.
Het vernietigen van zijn eigen energie, handel en veiligheid.
Sachs waarschuwde dat dit geen leiderschap is - het is zelfvernietiging.
Slechts een paar regeringen, zoals Hongarije, Slowakije en Tsjechië, handelen nog steeds met enig realisme.
De rest van Europa slaapwandelt een bredere oorlog in.
En de tragedie is dit:
Europa bracht ooit grote staatslieden voort.
Nu produceert het bureaucraten, ideologen en sloganherhaalders - en de kosten zullen worden betaald in bloed, energiearmoede en geopolitieke ineenstorting.
Dit is hoe achteruitgang eruit ziet.
Een ochtendcolumn
Europa wordt steeds
meer een bestuurlijke kringloopmachine
Er zijn dagen dat Europa minder op een gemeenschap van landen lijkt en meer op een ambtelijke organisatie die zichzelf bezighoudt. Dit is er zo één. Nederland dreigt miljarden te betalen omdat het niet genoeg duurzame energie opwekt. Niet aan de markt, niet aan burgers, maar aan andere lidstaten. Een rondje geld schuiven binnen dezelfde bestuurlijke kring.
De essentie is onthullend. Overheden spreken doelen af, overheden constateren dat die doelen niet gehaald worden en overheden leggen elkaar boetes op. De rekening gaat naar de belastingbetaler. De bestuurders die de plannen maakten, de deadlines misten en de uitvoerbaarheid overschatten, voelen niets. Geen bonus die verdampt, geen baan die op de tocht staat, geen persoonlijk risico. Alleen een persbericht en een nieuw beleidsvoornemen.
Dit systeem heeft iets pervers. Het heet prikkelen, maar niemand wordt geprikkeld. Het heet verantwoordelijkheid, maar die is volledig abstract gemaakt. Geld verdwijnt in Europese stromen, terwijl nationale infrastructuur vastloopt, vergunningen blijven steken en netbeheerders de aansluiting weigeren. Het falen is collectief en daarmee van niemand.
Zo verandert Europa langzaam in een bestuurlijke kringloopmachine. Regels produceren boetes, boetes produceren nieuwe regels en ondertussen wordt de energietransitie niet sneller, maar bureaucratischer. Wie betaalt, weet het zeker. Wie bestuurt, blijft buiten schot. Niemand verliest zijn baan. Dat is geen klimaataanpak, dat is ambtelijke zelfhandhaving.
Tekort aan duurzame energie kan Nederland miljarden euro's kosten
https://t.co/5pIxzEzfcV
Dit plaatje geeft kernachtig weer wat het probleem is! Een politieke meerderheid houdt dit in stand.
Noorwegen stuurt actief op wolven. Nederland verschuilt zich achter Europa en stuurt op niets.
Dat is een gevaarlijke politieke beleidskeuze.
De Habitatrichtlijn verplicht tot bescherming van de wolf, maar laat expliciet ruimte voor zonering, populatiesturing en schadepreventie.
Nederland kiest daar bewust níet voor. In het dichtstbevolkte land van Europa is dat geen voorzichtigheid, maar beleidsmatig nalaten met voorspelbare gevolgen.
Ochtendcolumn
Waarom neutraliteit zo selectief wordt ingezet
Er is een merkwaardig moment waarop journalistiek ongemerkt van toon verandert. Niet wanneer de feiten veranderen, maar wanneer de redactie besluit of de lezer geholpen moet worden bij het denken.
Bij klimaatberichten gebeurt dat bijna automatisch. Een jaar is koeler dan het vorige, maar de zin kan niet eindigen voordat is toegevoegd dat het nog steeds “hoog” was. Feitelijk correct, maar ook richtinggevend. De boodschap is niet alleen wat er gebeurde, maar hoe het gelezen moet worden. Zonder die toevoeging zou de lezer zomaar kunnen concluderen dat het meeviel, en dat is kennelijk onwenselijk.
Bij Israël en Hamas is het mechanisme nog zichtbaarder. Daar wordt niet alleen geduid, maar gekozen. Niet alleen in toon, maar ook in bronselectie. In de berichtgeving werd Hamas, een organisatie die in Europa op de lijst van terreurorganisaties staat, regelmatig opgevoerd als informatiebron. Verklaringen en cijfers van een gewapende beweging werden zo in balans gebracht met die van de democratisch gekozen regering van Israël. Wie dat benoemt, merkt dat neutraliteit hier niet geldt als journalistieke deugd. Wie zich beperkt tot het weergeven van feiten, wordt al snel gezien als kil of verdacht. Neutraliteit fungeert hier niet als uitgangspunt, maar als tekort.
En dan Iran.
Daar verdwijnt die normatieve ijver plots volledig uit beeld. Geen duiding, geen kwalificatie, geen moreel kader. Een religieus fundamentalistisch regime dat al veertig jaar overeind blijft door executies, marteling en systematische onderdrukking van vrouwen en minderheden, wordt teruggebracht tot bestuurlijke terminologie. “De Iraanse autoriteiten”, “de regering in Teheran”. Alsof het gaat om een lastige coalitie of een stroperige bureaucratie.
Wat de burger ziet, een moordend theocratisch systeem dat zijn macht ontleent aan religieuze dwang en geweld, blijft in de berichtgeving zorgvuldig onbenoemd. Alsof het uitspreken daarvan al activisme zou zijn. Waar bij andere dossiers context wordt toegevoegd om misverstanden te voorkomen, wordt hier juist context weggelaten om niemand voor het hoofd te stoten.
En zo wordt neutraliteit geen journalistiek principe, maar een schuifknop. Soms staat hij open, soms dicht, afhankelijk van het onderwerp. Niet omdat de feiten dat vereisen, maar omdat de redactionele reflex dat dicteert.
Dat voelen lezers feilloos aan. Niet omdat zij tegen duiding zijn, maar omdat zij merken wanneer hun morele waarneming serieus wordt genomen en wanneer niet. Journalistiek die richting geeft, mag dat best openlijk doen. Maar wie de ene keer bijstuurt en de andere keer wegkijkt, verliest iets fundamentelers dan objectiviteit.
Namelijk vertrouwen
“Temperaturen waren vorig jaar wereldwijd hoog, maar lager dan in recordjaar 2024”
https://t.co/APQMFsi7Jb
Volgens VS Energieminister Chris Wright is de 10 biljoen dollar die wereldwijd is geïnvesteerd in "duurzame" elektrificatie de slechtste investering ooit in de menselijke geschiedenis geweest. De meeste Europese politici zullen zijn uitleg van 3,5 minuut niet waarderen.
👉https://t.co/Cj28Bt2RNM
Met de aantekening dat dat niet alleen opspeelt bij D66, maar dat het inmiddels breed in het systeem ingebakken zit. Stof tot nadenken EN tot handelen.. 👇🏻
RECHTSSTAAT ALS SCHILD, MACHT ALS DOEL
Rob Jetten noemt Nicolás Maduro terecht een wrede dictator. Een man die verkiezingen verloor, zijn volk onderdrukte en zijn land de afgrond in joeg. Weinigen zullen rouwig zijn om zijn val. Maar wie Jettens verklaring goed leest, ziet iets anders gebeuren: niet zozeer een moreel oordeel over dictatuur, maar een reflexmatige verdediging van systeem en procedure, zelfs wanneer die systemen falen.
Volgens Jetten was dit “niet de manier”. Geen VN-mandaat, geen internationaal recht, dus fout. Punt.
Maar precies daar wringt het.
Want Maduro beriep zich óók voortdurend op recht, soevereiniteit en constitutionele orde. Niet om vrijheid te beschermen, maar om macht vast te houden. De wet werd geen grens, maar een instrument. Wie dat patroon herkent, hoeft niet ver te kijken om parallellen te zien, ook dichter bij huis.
D66 is officieel geen dictatuur, maar D66 denkt wél zoals technocratische machtsstructuren altijd denken: procedure boven realiteit, systeem boven samenleving, legitimiteit ontleend aan regels in plaats van aan draagvlak.
Bij de Tweede Kamerverkiezingen van 2023 werd D66 keihard afgestraft: van 24 naar 9 zetels. Ook bij de Provinciale Statenverkiezingen verloor de partij fors. De kiezer sprak duidelijk. Toch bleef het beleid nagenoeg ongewijzigd. Via het demissionaire kabinet, via Europese afspraken, via juridische verankering en internationale verplichtingen bleef D66 richting geven aan klimaat-, stikstof- en migratiebeleid.
Formeel correct. Politiek leeg.
En dát is de echte parallel met regimes die ontsporen: niet het geweld, maar het ontkennen van het signaal van de bevolking. Wanneer verkiezingen slechts invloed hebben op poppetjes, maar niet op koers, verliest democratie haar corrigerende functie.
Jetten waarschuwt voor een wereld waarin macht boven recht gaat. Maar ziet hij ook het spiegelbeeld? Een wereld waarin recht wordt ingezet om macht te behouden, zelfs wanneer het mandaat verdampt?
De-escalatie klinkt mooi. Internationale orde klinkt verstandig. Maar wie vasthoudt aan procedures terwijl samenlevingen vastlopen, draagt zelf bij aan escalatie, zij het trager, netter en met betere woorden.
Venezuela laat zien wat er gebeurt als elites te lang doof blijven voor hun volk. Nederland staat daar niet. Maar wie denkt dat “het systeem” altijd gelijk heeft, zelfs wanneer de kiezer iets anders zegt, speelt met hetzelfde vuur.
En dát is een waarschuwing die verder reikt dan Caracas.
#Democratie #Machtsdenken #PolitiekeBlindheid