@PeterterHorst Eens. Geld van een ander beoordelen én (als overheid) uitgeven is makkelijk. En inderdaad zie ik te weinig bezuinigingen die het overheidsapparaat/ambtenarenapparaat aangaan.
Mijn post over erfbelasting leverde veel reacties op. Een erfenis werd ineens ‘inkomen’ genoemd, erfgenamen zouden er ‘niets voor hebben gedaan’ en opgebouwd vermogen werd benaderd als geld waarop de samenleving via belastingen en herverdeling vanzelfsprekend aanspraak mag maken.
Die reacties leggen een bredere reflex bloot.
Wanneer de overheid geld tekortkomt, wordt zelden als eerste gevraagd welke uitgaven minder kunnen, welke regeling haar doel voorbijschiet of welke overheidslaag vooral zichzelf in stand houdt. De eerste vraag lijkt steeds vaker: waar kunnen we nog iets extra’s innen?
Bij ondernemers, huizenbezitters, bedrijven, spaarders, beleggers, erfgenamen of iedereen die volgens een zelfgekozen maatstaf ‘genoeg’ heeft. Dat is wel zo gemakkelijk. Je hoeft geen moeilijke keuzes te maken en niemand hoeft afstand te doen van een bestaande subsidie, toeslag, voorziening of regeling. Je wijst eenvoudig een andere groep aan die de rekening mag betalen.
Als ondernemer kijk ik daar anders naar. Wij werken met budgetten, bewaken onze liquiditeit en moeten zorgen dat de onderneming ook op langere termijn solvabel en gezond blijft. Een euro kun je maar één keer uitgeven. Ontstaan er financiële tegenvallers, dan moeten we prioriteiten stellen, kosten verlagen, investeringen uitstellen of afscheid nemen van zaken die onvoldoende opleveren.
We kunnen onze klanten niet verplichten om voortaan maar wat meer af te dragen omdat wij onze uitgaven niet onder controle hebben.
Een overheid is natuurlijk geen onderneming. Zij heeft andere taken en verantwoordelijkheden. Maar ook publiek geld is niet onbeperkt. Ook daar geldt dat een euro maar één keer kan worden uitgegeven. Toch lijkt ‘meer innen’ politiek en maatschappelijk vaak aantrekkelijker dan ‘minder uitgeven’.
Bezuinigen doet namelijk pijn. Dan kan een regeling waar je zelf van profiteert minder ruim worden. Een belastingverhoging voor een ander voelt aanzienlijk comfortabeler. Solidariteit blijkt opvallend eenvoudig wanneer de rekening buiten de eigen brievenbus valt.
Daarbij helpt het om het vermogen van die ander eerst van een minder sympathiek etiket te voorzien. Een erfenis wordt ‘gratis geld’. Vermogen wordt ‘onverdiend’. Overwaarde is slechts geluk. En wie iets aan zijn kinderen kan doorgeven, heeft blijkbaar een oneerlijke voorsprong gecreëerd die door de overheid gecorrigeerd moet worden.
Zodra bezit moreel verdacht is gemaakt, voelt een hogere belasting niet langer als meer innen, maar als rechtvaardigheid.
Een overheid die bij ieder nieuw probleem eerst kijkt waar nog iets te halen valt, hoeft zichzelf nooit serieus de vraag te stellen waar het minder, eenvoudiger of efficiënter kan. En mensen die iedere belastingverhoging toejuichen zolang die henzelf niet raakt, verwarren solidariteit soms wel erg gemakkelijk met vrijgevigheid namens een ander.
Het is eenvoudig om ruimhartig te herverdelen wat je niet zelf hebt opgebouwd. Moeilijker is het om te accepteren dat ook de overheid niet alles kan blijven doen, en dat je een euro inderdaad maar één keer kunt uitgeven.
@ChageNijn Dommer.. In ieder geval zinloos eigenlijk want het zou niet nodig hoeven zijn. Laat die regelaars gewoon meewerken aan wegenbouw en de werkzaamheden zijn weer een stukje sneller klaar.
@PeterterHorst Wordt tijd voor een lijst. Als dit <> Dan dat.
Dan graag warmtepomp, arico, zonnepanelen, windmolens, stikstof, bouwcrisis, marokkanen en het wk hierin meenemen 🤡
@roderickvs Ho even. Ik heb een warmtepomp voor de winter. Dat is juist goohoeed!! Maar die mag dus alleen verwarmen en niet koelen want dan is het weer foutfoutfout|!%#
Begrijp ik het zo?
@marcuscivero@RobJetten@D66 Hij zat togh bi-j de simste mensch ja!
Maar idd bijzonder dat zo'n afbraakclub meeste stemmen krijgt. Dan 'verdienen' we dit klaarblijkelijk als land.
Een ochtendcolumn
De verdwijntruc van de agrarische sector
Nederland moet zijn verantwoordelijkheid nemen. Ook als ons aandeel in de mondiale uitstoot verwaarloosbaar klein is. Juist dan telt de morele plicht. Iedereen moet bijdragen. Het effect mag minimaal zijn, de intentie niet. Zo wordt klimaatbeleid gelegitimeerd, en zo is het breed aanvaard.
We investeren, isoleren en reduceren niet omdat het mondiale verschil doorslaggevend is, maar omdat het hoort. Het morele appel is helder, wie zich beroept op zijn geringe gewicht, ontwijkt zijn plicht.
Opmerkelijk genoeg verdwijnt die redenering zodra het over de agrarische sector gaat.
De Nederlandse agrarische sector behoort tot de meest efficiënte ter wereld. Dat is geen zelfbeeld, maar een meetbaar gegeven. Per kilo voedsel ligt de uitstoot hier structureel lager dan in het Europese en mondiale gemiddelde. Minder emissies per eenheid product, hogere opbrengsten per hectare, lagere input per kilo output. In economische termen, lage emissie-intensiteit. Daarmee verlaagt deze sector niet alleen de Nederlandse, maar juist ook de Europese klimaatvoetafdruk.
Dat zou in een rationeel systeem krediet opleveren. Het tegendeel gebeurt.
Europa rekent territoriaal. Emissies tellen waar ze plaatsvinden, niet waar ze worden vermeden. Efficiëntie telt niet mee. Wie binnen Europa schoon produceert voor de Europese markt telt volledig mee in de uitstoot. Wie stopt en importeert, verdwijnt uit de cijfers. De boekhouding registreert activiteit, niet effect. Nederland past deze rekenregel opmerkelijk trouw toe, ook wanneer zij aantoonbaar tegen zijn eigen bijdrage aan het Europese klimaatdoel ingaat.
Het gevolg laat zich eenvoudig voorspellen. Een liter melk veroorzaakt in Nederland grofweg 1 tot 1,2 kilo CO₂-equivalent; wereldwijd ligt dat eerder rond de 2,5 kilo. Nationale reductie betekent in dat geval mondiale toename.
In de statistiek heet dat vooruitgang.
Wie deze logica doordenkt, komt tot ongemakkelijke conclusies. Het is goed mogelijk dat het in stand houden, of zelfs vergroten, van efficiënte voedselproductie hier meer bijdraagt aan de Europese klimaatopgave dan het plaatsen van nog een rij windturbines. Niet omdat windenergie zinloos is, maar omdat het verlies van efficiënte productie zwaarder weegt dan veel zichtbare reductiemaatregelen compenseren.
Die gedachte past slecht in het debat. Elke extra windmolen telt, extra landbouw geldt per definitie als probleem. Het gevolg is een merkwaardige omkering, burgers worden opgezadeld met een morele plicht om bij te dragen, hoe miniem het effect ook is, terwijl beleid actief meewerkt aan het afbouwen van een sector waarvan het verdwijnen aantoonbaar leidt tot hogere uitstoot.
Het activisme rond de landbouw sluit daar naadloos op aan. De focus ligt op nationale emissies, ruimtegebruik en zichtbaarheid. Wat dit doet met de Europese klimaatvoetafdruk wanneer efficiënte productie wordt verdrongen, blijft grotendeels buiten beeld. Dat ontmanteling leidt tot meer uitstoot elders, en dus tot een slechter Europees resultaat, geldt zelden als doorslaggevend bezwaar.
We vinden het klimaat buitengewoon belangrijk, maar zodra het zich manifesteert in een stal binnen tien kilometer, geven we er de voorkeur aan dat het probleem zich elders afspeelt, bij voorkeur ergens in Oezbekistan. In beleidsmatige termen, we exporteren uitstoot en noemen dat vooruitgang.
De atmosfeer corrigeert die boekhouding niet. Zij reageert niet op intenties, maar op emissies. Zij kent geen nationale rekeningen en geen morele uitzonderingen. Een beleid dat morele plicht maximaliseert waar het effect verwaarloosbaar is, maar structureel negeert waar het effect aantoonbaar negatief is, is geen streng klimaatbeleid. Het is simpelweg onlogisch.
@PeterterHorst Ben het eens. Andere kant; als nou gewoon diegene die een onzinbaan hebben thuis blijven.. of hebben we dan blijvend het file probleem opgelost 😅