Tuurlijk, @NadiaMoussaid! Zéker gaan wij de Nakba onderwijzen.
Dan vertellen we hoe vijf Arabische legers in 1948 Israël binnenvielen om alle Joden de zee in te drijven.
Dan leggen we uit dat de Arabische leiders hun eigen mensen opriepen om snel te vertrekken uit Israël, zodat ‘het Joodse vraagstuk’ ongehinderd opgelost kon worden.
Dan behandelen we de rol van de grootmoefti, die in Berlijn thee dronk met Hitler, moslim-SS-divisies oprichtte en die een ‘Judenrein’ Midden-Oosten ambieerde.
Dan vertellen we erbij dat die vijf Arabische legers dus duidelijk van plan waren om Hitlers ‘final solution’ alsnog af te ronden.
Dan leren we de kinderen dat er 800.000 Joden uit islamitische landen zijn gejaagd - hun huizen, bedrijven, synagogen: álles lieten ze gedwongen achter.
Dan leggen we uit dat Israël vervolgens ál deze vluchtelingen opving. En dat allemaal zónder steun van UNRWA, en zónder een decennia durende lucratieve slachtoffer-industrie.
En dan sluiten we af met de enige juiste conclusie:
de Nakba was géén koloniale catastrofe, maar een mislukt islamofascistisch genocidaal plan.
Dus ja, onderwijs over de Nakba is inderdaad keihard nodig. Sinds 7 oktober zien we dit iedere dag opnieuw.
Één Franse Unifiller overleden, 2 zwaar gewond. De niet-statelijke-actor is het tuig van Hezbollah. 'My the rot and burn in hell' om Johnny Cash te citeren.
This morning, a UNIFIL patrol clearing explosive ordnance along a road in the village of Ghanduriyah to re-establish links with isolated UNIFIL positions came under small-arms fire from non-state-actors.
@JoostJansen6@OmroepFlevoland@VisitUrk Natuurlijk klopt dat niet Joost. Je vergeet de aanspreekttitel. Schout bij Nacht F. Koffemanstraat - Admiraal H. Koffemanstraat - Luitenant ter Zee B. Koffemanstraat- Matroos T. Koffemanstraat en dekzwabber C. Koffemanstraat. Fix It for you @VisitUrk
Dappere Iraanse leeuwinnen
Stel u zich eens voor: gisteravond, tijdens de opstand in Iran. Een jonge vrouw in Teheran, haar lange donkere haren bewegen vrij in de wind, waarschijnlijk voor het eerst in het openbaar. Haar ogen zijn nat van woede en tranen tegelijk, ze gaat volledig op in het moment, daar in de menigte, samen met honderden andere vrouwen. In haar hand heeft ze een stuk stof, een vormeloze lap stof die ze haar hele leven op haar hoofd heeft moeten dragen. Die lap stof, dat vod, bepaalde wie ze mocht zijn en vooral wie niet. Met het vuur in haar ogen steekt ze het aan, ze observeert als de vlammen langzaam, maar gulzig, langs de stof likken, langzaam bezit nemen van het hele vod en als ze het achteloos opzij gooit zet ze dit gebaar kracht bij met een schreeuw die door merg en been gaat. Een schreeuw die je tot op het bot raakt.
En in dat ogenblik verandert ze. Angst maakt plaats voor vastberadenheid. Misschien is het de eerste keer in haar leven dat ze zich volledig zichzelf voelt. Die schreeuw, van opwinding, van bevrijding, van het afwerpen van een juk dat al haar hele bestaan op haar rust, klinkt uit duizenden kelen tegelijk. Door straten, pleinen, steden in heel Iran. Het is alsof leeuwinnen ontwaken. Alsof een klein wakkerend vlammetje in al die harten is uitgegroeid tot een razend, allesverterend inferno. Haar ogen laten geen angst maar dappere vastberadenheid zien.
Om haar heen hoort ze inslagen van kogels, hoe mensen het uitschreeuwen van pijn als ze geraakt worden. Maar ze loopt door. Voor haar wachten de kelders van de Evin-gevangenis, waar al decennialang botten breken, dromen sterven en afschuwelijke martelingen niet slechts beloftes zijn, maar bittere realiteit. Toch loopt ze door. Elke stap is als een plechtige eed; dit nooit meer. Elke hijab die brandt is een hart dat weigert te buigen. Elke schreeuw is een dappere leeuwin die ontwaakt. Ze vechten niet voor likes, niet voor retweets, niet voor een goed gevoel. Ze vechten omdat het alternatief onder het islamitische juk geen leven is, maar een levende nachtmerrie waar je als vrouw langzaam wegkwijnt, waar hoop langzaam sterft en levenslust steeds meer een herinnering wordt.
Het verschil in perspectief met het Westen kon haast niet groter zijn. Daar lopen de vrouwen, met paars geverfd haar en een keffiyeh als mode-accessoire, als makke lammeren in een kudde. Ze scanderen leuzen die ze niet begrijpen, tooien zich met symbolen van dezelfde ideologie die Iraanse vrouwen verstikt, huilen om vrijheden die ze nooit verloren hebben. Hun offer beperkt zich tot een zere keel van het schreeuwen of afwijzende reacties op sociale media. Ze marcheren mee in de kudde, blind voor het islamitische kromzwaard dat haast onzichtbaar al boven hun nek hangt. Want de ideologie is dezelfde. De islam in zijn totalitaire gedaante, die de schoonheid van de vrouw bedekt, haar mond sluit, haar dromen wurgt en haar levenslust langzaam, maar zeker, vermoordt, kijkt glimlachend toe.
De vergelijking is treffend. Iraanse vrouwen zijn leeuwinnen: woest, moedig, klauwen uitgeslagen tegen de ideologie die hen wil temmen. Ze vechten voor hun leven, maar ook voor dat van hun dochters, hun toekomst. Westerse linkse vrouwen? Lammeren, mak en volgzaam, die zich laten leiden naar het zwaard, de islam kritiekloos en vol overgave omarmen. Wanneer zullen zij ontwaken? Of blijven ze onwetend blaten tot het te laat is? De leeuwinnen in Iran tonen de weg: vecht, of sterf een langzame dood, het contrast kon haast niet groter zijn.