Vorig jaar verloor een van mijn sites 30 tot 40 procent van zijn zoekverkeer.
Ik dacht dat het nooit meer terugkwam. Zero-click is de nieuwe realiteit, hield ik mezelf voor, net als iedereen in SEO. Google beantwoordt de vraag boven de resultaten met AI, en de klik die je vroeger kreeg verdampt in een zogenaamde AI Overview.
Tot een Duitse rechter eind mei een uitspraak deed die het verschil zou kunnen maken. Het Landgericht München stelde Google direct aansprakelijk voor foute AI-antwoorden, omdat die antwoorden geen zoekresultaat meer zijn maar een eigen uiting van Google, met alle verantwoordelijkheid die daarbij hoort.
Ik denk dat de meeste mensen hier een juridisch verhaal in lazen maar volgens mij is het wat anders. Want als een fout AI-antwoord op een medische, juridische of verzekeringsvraag opeens geld kan kosten, verandert dat de rekensom die bepaalt of Google dat antwoord überhaupt nog laat zien.
En het mooie is: Google heeft precies dat gedrag al een keer vertoond. In januari trok het AI-antwoorden op bepaalde medische vragen terug, nadat bleek hoe gevaarlijk fout ze konden zijn.
Dus stelde ik mezelf een simpele vraag. Als aansprakelijkheid Google terughoudend maakt op risicovraagstukken, komt dan een deel van dat zoekverkeer terug? Ik ga het niet gokken. Ik ga het de komende maanden meten.
Ik heb de hele AI Act op één plek uitgelegd: in welke risicocategorie jouw AI valt, wat je concreet moet regelen, en de tijdlijn na de Digital Omnibus (inclusief wat wél en niet is uitgesteld).
https://t.co/D95zNCeu8A
De AI Act gaat niet over hoe groot je bedrijf is.
Hij gaat over wat je AI doet.
Dat scheelt nogal.
Bijna wekelijks krijg ik van ondernemers dezelfde vraag: "moet ik eigenlijk iets met die AI Act?" En bijna altijd zit hun eigen inschatting ernaast.
Niet omdat ze het slecht hebben uitgezocht. Maar omdat ze naar het verkeerde kijken. Ze denken in omzet, in sector, in "wij zijn toch geen techbedrijf". De wet denkt daar niet in.
De AI Act kijkt naar wat je AI dóét, en of het effect in de EU landt. Hetzelfde principe als de AVG. Een Amerikaanse tool die jouw Nederlandse klanten bedient, valt er net zo goed onder als jouw bedrijf.
Neem je klantenservicechatbot. Onschuldig, denk je. Maar zodra een klant met AI praat, moet dat herkenbaar zijn. Dat is een transparantieplicht, en die geldt gewoon per 2 augustus 2026. Dit jaar dus.
En terwijl half ondernemend Nederland denkt dat het uitstel betekent dat er niks speelt, is dít de eerste deadline die je echt raakt.
Val je er sowieso onder? Nee. Sommige organisaties juist niet. Maar veel vaker wél dan de meesten denken.
Dus stel niet de vraag hoe groot je bent. Stel de vraag wat je automatiseert. Daar begint het.
Een ondernemer vroeg me wie toezicht houdt op zijn AI. Ik dacht: de AP. Ik had het mis.
Sinds 20 april ligt er een voorstel dat aanwijst wie in Nederland toezicht houdt op AI, en dat blijkt niet één waakhond maar tien, elk voor een eigen sector.
Ik dook er met hem in, want hij gebruikt AI maar bouwt het niet, en we kwamen er samen niet uit welke van die tien nou over hem ging.
Iedereen wijst naar de Autoriteit Persoonsgegevens als dé AI-toezichthouder. Voor een deel klopt dat, maar voor een gewoon MKB dat niet netjes in een sector past werkt het anders.
Er blijkt een tweede instantie het eerste aanspreekpunt te worden, en die naam had geen van ons ooit gehoord.
Wat me nog meer opviel: voor de meeste ondernemers gaat het grootste deel van die tien loketten helemaal niet over hen. Waar je echt op moet letten is smaller dan "tien toezichthouders" doet vermoeden.
Het excuus dat je niet wist wie erop toezag, is bijna verdwenen. De vraag is of jij je eigen loket kent voordat je het nodig hebt.
Welke van de tien over jou gaat, en wat je nu al moet regelen, staat in de eerste comment.
AI kan adviseren. AI kan geen zorgplicht dragen.
Dat verschil bepaalt de toekomst van advocaten én verzekeringsadviseurs.
Het FD schrijft vandaag dat grote advocatenkantoren hun eenvoudige werk rap zien verdwijnen. Bedrijven leggen juridische vragen eerst aan AI voor. Uit onderzoek van Houthoff onder 67 bedrijven blijkt dat twee derde verwacht minder geld kwijt te zijn aan advocatenkantoren.
Ik volg dit op de voet, want in de verzekeringswereld zie ik exact dezelfde film starten.
De parallel:
- De advocaat houdt het procesmonopolie: alleen een advocaat mag pleiten in de rechtszaal.
- De tussenpersoon houdt de Wft-vergunning: alleen een vergunninghouder mag bemiddelen.
In beide gevallen verschuift de moat van kennis naar bevoegdheid.
Advies wordt een commodity die de klant gratis bij een AI haalt. Wat overblijft is het exclusieve recht om de transactie te voltrekken. Plus iets wat bijna iedereen vergeet: de wettelijke zorgplicht en aansprakelijkheid die aan die vergunning vastzitten.
Gaat het mis, dan staat er geen chatbot tegenover de toezichthouder. Dan staat daar de vergunninghouder. De AFM klopt niet aan bij ChatGPT.
Dat maakt de Wft-vergunning geen papiertje, maar een aansprakelijkheidsanker. En dat is economisch waardevol.
Achterover leunen kan niet. De kantoren in het FD-stuk bewegen al: minder routinewerk, meer complexe zaken, hogere tarieven. Houthoff zag de omzet in 2025 stijgen van 136 naar 152 miljoen euro. Meebewegen loont.
Het advieskantoor dat dit begrijpt heeft geen AI-probleem. Het heeft een herpositioneringsopdracht.
Volgende week werk ik deze parallel uit in een langer stuk.
Voor te veel geld kocht ik een te slechte auto.
Beste deal van mijn leven.
Ik was 20, werkte bij mijn vader op kantoor aan huis. Voor de deur stond mijn eerste auto: een VW Kever, mooi vanbuiten, onder de motorkap een drama. Voor teveel geld gekocht, en daarna nog te duur laten opknappen.
Op een dag kwam een inspecteur van Aegon langs, zag de Kever staan en zei: wist je dat wij een oldtimerverzekering hebben? Eén opmerking, één geparkeerde auto. Daar begon de expansie van Diks verzekeringen, het kantoor dat mijn vader had opgericht.
Maar de Kever leerde me ook iets oncomfortabels. Mijn auto liet ik opknappen. Mijn websites liet ik bouwen. Mijn salesfunnels liet ik bouwen. Twee linkerhanden: ik wist precies wat ik wilde, nooit hoe ik het zelf moest maken. Dus betaalde ik anderen, steeds opnieuw.
Tot nu. Met AI bouw ik het eindelijk zelf. De afstand tussen wat ik bedenk en wat ik maak is bijna nul.
Die Kever heb ik niet meer, hij wisselde in mei van eigenaar volgens het RDW. Als iemand hem tegenkomt: een donkerblauwe, opgeknapte Kever met een verhaal dat groter werd dan de auto zelf. Laat het me weten.
PwC toonde op het re:Invent-congres 2026 hoe klanten straks zoeken: niet meer op Google, maar via AI-zoekmachines.
Tijdens de sessie van Martin Holm en Soebhaash Dihal zag ik twee schermen naast elkaar. Links de oude wereld: Google, tien blauwe linkjes, gesponsorde resultaten bovenaan. Rechts de nieuwe wereld: één ChatGPT-antwoord met vijf verzekeraars erin.
Dat tweede scherm stemde mij tevreden. Bij "top 5 verzekeringen voor bakfietsen" noemde ChatGPT Kingpolis. Een zogenaamde citation. Niet omdat wij daarvoor betaald hebben, maar omdat Kingpolis volgens ChatGPT voldoende autoriteit heeft om genoemd te worden.
Dit is de verandering van Search Engine Optimization (SEO) naar Generative Engine Optimization (GEO). SEO doe ik al sinds 1998. Dat speelveld is in al die jaren behoorlijk veranderd. GEO lijkt nieuw, maar leunt veel op de "wetten" van SEO. Met alleen één groot nadeel: klanten klikken minder door naar jouw website. De zogenaamde zero-clicks.
Gezien de enorme groei in search via AI-tools kan je echter niet achterblijven.
Voor de meeste partijen is dit nog volledig onontgonnen terrein. Ze zetten hun hele marketingbudget nog in op de oude wereld, terwijl hun klant al lang in de nieuwe zit te zoeken.
Goed om te zien dat wij bij Kingpolis, onderdeel van de Alpina Group, al goed op weg zijn.
Het volledige verhaal, met alle bronnen, jaartallen en de wetenschappelijke verklaring waarom we dit patroon blijven herhalen: https://t.co/3wyfSRZOuR
René's post die me aan het denken zette: https://t.co/wouMMnIVao
René van der Zel kreeg 1.179 likes met zijn kritiek op AI-content op LinkedIn.
Ik dook het krantenarchief in. Exact dezelfde kop stond er al in 1978.
René opende zijn post met: "Poeh... om gek van te worden al die AI sh*t op LinkedIn." Ruim tweehonderd reacties, overwegend instemmend.
Ik snap de irritatie. AI-slob bestaat.
Maar ik zocht in het krantenarchief en vond precies hetzelfde verhaal. Acht keer eerder.
1948: "Beeldromans vergiftigen de jeugd", kopte de Volkskrant over het stripverhaal.
1953: de televisie is "cultureel nog zonder waarde", zei een pater in Dagblad de Stem.
1956: Tilburg verbiedt de flipperkast. Echt waar.
1962: "Toch liever niet met de balpen", schreef het Algemeen Handelsblad over een nieuw soort pen.
1978: mavo-leerlingen laten het rekenwerk over aan hun rekenmachine. Enkelen vrezen geestelijke luiheid. De openingszin van dat artikel: "Het gemak dient de mens."
Vijf technologieën. Eén script. Eerst is het gereedschap een bedreiging voor de geest. Dan verschijnen de deskundigen die moeten sussen. Dan went het. En iedereen vergeet dat er ooit paniek was, precies op tijd voor de volgende uitvinding.
Zelfs Plato waarschuwde voor het schrift. Hij vreesde dat het onze wijsheid zou uithollen. De enige reden dat wij die waarschuwing nog kennen, is dat hij haar opschreef. Hoe cynisch!
René heeft op één punt gewoon gelijk. AI-content van lage kwaliteit is zo wijdverspreid dat Merriam-Webster "slop" uitriep tot woord van het jaar 2025.
Maar wie denkt dat vooral vijftigplussers deze kritiek uiten, zit er half naast. Pew Research vond dat de jongste gebruikers juist het somberst zijn over AI, en het meest twijfelen aan zichzelf. Onzekerheid vermomt zich graag als dedain.
En wie leiding geeft aan mensen die met AI werken, heeft er nog meer aan liggen. Wie AI-gebruik afstraft, krijgt geen medewerkers die stoppen met AI. Die krijgt medewerkers die zwijgen erover.
Beoordeel het rapport, niet de pen.
In 1997 kocht mijn vader een domeinnaam voor 134 euro. Vandaag betaal je daar een tientje voor.
En toch hebben we het half verprutst.
Ik vond laatst de factuur terug. 6 juni 1997. AVD Internet Services, Heemskerk. Registratie van de naam https://t.co/XcUStlZF6N. 295 gulden eenmalig, 200 gulden per jaar voor "bescherming van de naam". Mijn vader heeft het met de hand ondertekend.
Even het plaatje van toen. Google bestond nog niet, dat kwam pas een jaar later. Er waren wereldwijd nog geen anderhalf miljoen websites. Mijn vader, met zijn assurantiekantoor in IJsselstein, claimde https://t.co/XcUStlZF6N voordat de meeste mensen wisten wat een domein was.
Dat heeft ons jaren goed gedaan. In de begintijd van Google telde de ouderdom van een domein nog mee in de rankings. Wij stonden er al toen de rest moest beginnen. Gratis voorsprong, puur omdat hij vroeg was.
Maar hier komt het.
We hadden geen flauw idee hoe groot dat voordeel was. We kochten één naam. Geen tweede, geen derde. Geen domeinen met zoekwoorden erin, terwijl exact match domains in die periode keihard scoorden in Google. We zaten op goud en bleven naar dat ene muntje kijken.
Vroeg zijn is niet hetzelfde als de positie pakken. Dat is het verschil dat me al jaren dwarszit.
En precies daarom kijk ik nu anders naar AI.
Ik merk dat ik weer vroeg ben. Ik bouw zelf, ik test, ik zit er bovenop. Maar ik betrap me op exact dezelfde reflex als toen: tevreden zijn met die ene naam, terwijl het echte voordeel ligt in alles eromheen dat ik nog niet claim.
Een AI-positie pak je niet door er alleen vroeg bij te zijn. Je pakt hem door de volle ruimte te nemen zolang het nog leeg is en de potentie te zien.
Mijn vader en ik lieten die ruimte liggen. Begrijpelijk, niemand wist beter in 1997.
Ik weet het nu wel. Dus deze keer kijk ik niet naar dat ene muntje.
Mijn collega bouwde vorige week in 8 uur iets waar normaal 160 uur voor staat.
Op een systeem van 15 jaar oud. Gebouwd door een partij die het allang niet meer beheert. Een project dat te duur en te complex was om ooit aan te beginnen.
Ik keek mee en dacht eerst: knappe tijdwinst. Maar dat was het niet.
Dit was geen project dat sneller ging. Dit was een project dat anders nooit was begonnen. Het stond al jaren op de lijst met dingen die we "ooit" zouden oppakken. Tot AI de drempel zo laag maakte dat ooit ineens vorige week werd.
En daar zit precies het punt dat de meeste mensen missen bij AI waarde toevoegen. Iedereen vraagt zich af wat AI van ze wegneemt. Bijna niemand vraagt wat het blootlegt.
IKEA snapte dat wel. Hun chatbot Billie loste 47% van de klantvragen op. Drie miljoen gesprekken, dertien miljoen euro bespaard. De meeste bedrijven hadden daarna de helft van het callcenter wegbezuinigd.
IKEA deed het omgekeerde. Ze gingen de andere 53% lezen. De vragen die de bot niet kon beantwoorden. En daar bleek een markt te zitten die jaren onzichtbaar was gebleven: klanten die geen bezorgstatus wilden, maar interieuradvies.
Ze schoolden 8.500 mensen om in plaats van ze te ontslaan. Dat nieuwe kanaal werd goed voor 1,3 miljard.
De besparing was nooit de winst. De besparing was het startkapitaal.
Dus de vraag voor maandag is niet wat AI van je overneemt. Het is wat er onder dat werk vandaan komt zodra je het wegneemt. De vragen waar je nooit aan toekwam. De projecten die al jaren op "te duur" staan.
Daar zit je marge. Niet in wat AI wegneemt. In wat het eindelijk zichtbaar maakt.
Claude Fable 5 is terug. Dezelfde prijs als bij de launch. Een stuk kortere gratis periode.
Sinds 1 juli is Fable 5 weer wereldwijd beschikbaar, na bijna drie weken offline door een Amerikaanse exportcontrole-directive.
De API-prijs is niet veranderd: $10 per miljoen input-tokens, $50 per miljoen output. Zelfde als bij de eerste launch op 9 juni.
Wat wel anders is: bij de launch kreeg je 13 dagen volledig gratis gebruik binnen je abonnement. Nu is dat nog maar tot 7 juli, en ook nog eens beperkt tot 50% van je wekelijkse limiet. Daarna schakelt het om naar betaalde usage credits.
Niet duurder dus. Wel kortere periode om er gebruik van te maken.
Voor wie Fable 5 wil testen: deze week is het moment!
Precies 56 jaar geleden richtte mijn vader zijn assurantiekantoor op. Hij leerde zichzelf programmeren.
Ik leer mezelf nu AI.
1 juli 1970. Mijn vader Paul, 22 jaar oud, schrijft zich in bij de Kamer van Koophandel in IJsselstein. Assurantiekantoor P.C. Diks. Bemiddeling, financieringen, hypotheken, verzekeringen.
Geen personeel, geen kapitaal. Alleen hij, vanachter een bureau in een kleine slaapkamer van een flatje aan het Omroepplein in IJsselstein.
Hij was niet zwaar geschoold. Geen universiteit, geen diploma's aan de muur. Wat hij wel had, was een houding die ik pas veel later ben gaan begrijpen: niet wachten tot je het kan, gewoon beginnen.
Toen computers het kantoorleven binnenkwamen, deed hij iets wat ik nog altijd bijzonder vind. Hij ging zichzelf programmeren leren. Niemand om hem heen deed dat in die tijd. Er was geen cursus, geen YouTube, geen collega die het even voordeed. Hij kocht boeken, zat avonden en weekenden achter dat scherm en bouwde zijn eigen systemen voor zijn eigen kantoor.
Dat kleine kantoor in IJsselstein is uitgegroeid tot iets veel groters. Het werd onderdeel van wat nu Alpina Group is. Maar wat hij echt naliet, staat in geen enkel uittreksel.
Want ik sta nu op een rare manier in precies dezelfde schoenen.
Ik kan niet programmeren. Helaas. Toch bouw ik tegenwoordig werkende applicaties met AI. Ik leer mezelf hoe je deze technologie inzet, dezelfde avonden achter het scherm, dezelfde boeken die nu prompts, Youtube en Tiktok heten. Geen opleiding die me dit heeft geleerd. Gewoon doen, vallen, opnieuw.
Mijn vader maakt dit niet meer mee. Dat is enorm jammer, juist op deze datum. Want als hij iets had begrepen van wat er nu gebeurt, was het dit: een opleiding was nooit de toegangspoort. Het lef om te beginnen wel.
Vandaag is het 56 jaar geleden dat hij begon aan zijn avontuur. Mooi om daar weer even bij stil te staan.
Geen AI-bubbel maar een rekening. Dat is wat er deze maand werkelijk gebeurde met AI.
Terwijl half de markt naar de dalende AI-aandelen keek en "bubbel" riep, wezen ze naar het verkeerde scherm. De koersen zeggen iets over verwachtingen van beleggers. Ze zeggen niets over de waarde die al in je werk zit ingebakken.
Die waarde merk je pas als hij wegvalt. Zoals je elektriciteit pas opmerkt als de stroom uitvalt.
Een bevriende ondernemer raakte vorige week in paniek. Niet om een verloren klant of een geklapte deal, maar omdat hij vlak voor een belangrijke presentatie door zijn AI-tokens heen zat. Zijn tool deed het niet meer. Ineens moest hij terug naar hoe hij vroeger werkte, en pas op dat moment voelde hij hoe traag dat eigenlijk was.
Dat vond ik veelzeggender dan alle koersbewegingen van die week bij elkaar. Hij bewees zonder het te willen het tegendeel van wat de markt riep.
En precies daarom zijn de kosten geen detail. Een tool die onmisbaar is geworden en vervolgens onbetaalbaar of onbereikbaar wordt, is geen ongemak. Het is een bedrijfsrisico.
Dat risico werd deze maand groter, om een reden die bijna niemand koppelt aan zijn eigen AI-rekening. De beste modellen verdwijnen achter een hek (eerst Fable en nu GPT 5.6), en het alternatief brengt een nieuw probleem mee dat je er niet bij wilt hebben.
Ik heb uitgeschreven wat er werkelijk speelt in de AI-markt, en waarom grip op de kosten in 2026 de kern van je strategie wordt.
Vorige maand voegde Google ongemerkt iets toe aan PageSpeed Insights.
Mijn site scoort nu 3/3. Wat is jouw score?
Naast Performance, Accessibility, Best Practices en SEO staat sinds mei een vijfde categorie: Agentic Browsing.
Geen score van 0 tot 100. Een ratio. En hij meet maar één ding: kan een AI-agent jouw site lezen, begrijpen en er een taak op uitvoeren zonder dat er een mens achter het stuur zit.
Dat is een fundamentele verschuiving. Performance is voor mensen die wachten op een trage pagina. Accessibility is voor mensen met een schermlezer. Agentic Browsing is voor software. Voor de agents van OpenAI, Anthropic en Google die nu al websites bezoeken namens hun gebruiker.
Google zet er geen persbericht achteraan. Ze schoven het gewoon in de default config van Lighthouse en binnen twee weken stond het in elk rapport. De meeste mensen weten niet eens dat het er staat.
Ik haalde 3/3 op https://t.co/xi9gcYRXEN. Drie checks, en alle drie groen:
Een schone accessibility tree, zodat een agent ziet welke elementen knoppen en links zijn.
Een stabiele layout, zodat de agent niet op de verkeerde plek klikt als de pagina nog verspringt.
Een geldige llms.txt in de root, die modellen vertelt wat je site doet en hoe je gelezen wilt worden. Het nu van deze txt hebben veel specialisten betwist maar Google noemt het nu specifiek.
Het mooie: dit overlapt bijna volledig met goede toegankelijkheid en fatsoenlijk bouwen. Werk dat je toch al zou moeten doen en met AI koste mij dit een paar minuten wat vroeger een developer dagen werk had gekost.
Over zes maanden is 3/3 normaal. Nu is het een voorsprong die je concurrent nog niet heeft gepakt.
Ik bouwde dit eenvoudig met Claude. Wil je weten hoe je het zelf doet?
Stuur me een DM met 'agent'. Dan deel ik de exacte aanpak.
In 1895 verklaarde de voorzitter van de Royal Society dat vliegen onmogelijk was. Acht jaar later vlogen de gebroeders Wright.
Lord Kelvin was geen idioot. Hij was de meest gezaghebbende wetenschapper van zijn tijd. En hij zat er verder naast dan wie dan ook.
Ik las deze week een lijst met technologie-quotes, en me viel iets op. Elke doorbraak kreeg dezelfde drie verwijten. Te duur. Triviaal. Onmogelijk. Steeds opnieuw, eeuwenlang, bijna woordelijk.
Kijk maar mee.
Te duur.
Dick Rowe van Decca Records, 1962: "Gitaarbandjes zijn op hun retour, meneer Epstein." Dat bandje waren The Beatles.
Jim Covello, hoofd aandelenonderzoek bij Goldman Sachs, 2024: "Welk probleem van een biljoen dollar gaat AI oplossen? De technologie is buitengewoon duur."
Triviaal.
Thomas Watson, voorzitter van IBM, 1943: "Ik denk dat er een wereldmarkt is voor misschien vijf computers."
Noam Chomsky in de New York Times, 2023, over ChatGPT: "Zoveel geld en aandacht voor zoiets kleins. Iets zo triviaals vergeleken met de menselijke geest."
Onmogelijk.
Ken Olsen, oprichter van Digital Equipment Corporation, 1977: "Er is geen enkele reden waarom iemand thuis een computer zou willen."
Larry Ellison, topman van Oracle, 2008, over cloud computing: "Het is complete onzin. Het is krankzinnig. Wanneer houdt deze idioterie op?" Diezelfde Oracle verkoopt nu voor tientallen miljarden per jaar aan cloud.
En hier moet ik eerlijk zijn. Achteraf zo'n lijstje maken is het makkelijkste wat er is. Ik weet hoe het afliep. Zij niet. Dat is geen wijsheid van mij, dat is een kalender.
Want voor elke Kelvin die ernaast zat, stond er iemand die het wél zag.
Nikola Tesla beschreef in 1926 een toestel "dat in je vestzak past" waarmee je iedereen ter wereld ziet en hoort. De smartphone, 80 jaar te vroeg.
Steve Jobs, 1985: "De belangrijkste reden om thuis een computer te kopen, wordt om hem te koppelen aan een landelijk communicatienetwerk." Het internet, voor het internet bestond.
Marc Andreessen, 2011: "Software eet de wereld op." Hij kreeg gelijk op vrijwel elk front.
Dus nee, scepsis is niet dom. Soms heeft de scepticus gewoon gelijk.
De echte vraag is niet of de AI-critici van vandaag een punt hebben. Soms hebben ze dat. De vraag is of je over tien jaar in het rijtje van Kelvin staat, of in dat van Tesla.
Ik weet welke kant ik op gok.
Iedereen vroeg na de Marathon des Sables: wat wordt je volgende uitdaging?
Hier komen ze. Allemaal. Zwart op wit.
Ze zeggen dat je je doelen moet delen. Dat je ze eerder haalt wanneer je ze deelt. Wel net zo lekker, want dan kun je je er niet meer stilletjes vanaf maken.
Gisterenochtend om 07:00, voor de warmte uit, weer begonnen met de Hyrox-training. In november een duo met Serge, in februari 2027 de solo in Amsterdam. Die solo liep dit jaar niet zoals ik wilde, dus daar valt wat recht te zetten 😅
In september wil ik tijdens de Big 10 in Rotterdam mijn PR op de 10 kilometer aanscherpen. In november tijdens de marathon van Den Haag mijn PR op de hele marathon.
En dan is er die ene BHAG, mijn grote droom. De full Ironman op Hawaii.
Elke keer dat ik denk dat het een onmogelijke uitdaging is, denk ik aan twee mensen.
Dick Hoyt finishte zes keer een Ironman. Niet alleen. Hij trok zijn zoon Rick, geboren met een hersenverlamming, door de 3,8 kilometer zwemmen in een bootje. Hij droeg hem 180 kilometer op de fiets. En duwde hem de hele marathon in een rolstoel voor zich uit. In 1989 waren ze het eerste duo dat zo de Ironman op Hawaii uitliep. Een vader die de hele afstand deed met het gewicht van zijn kind erbij, omdat zijn zoon ooit zei dat hij zich tijdens het rennen niet gehandicapt voelde.
En dan Madonna Buder, de Iron Nun. Ze begon pas te sporten op haar 48e. Haar eerste Ironman finishte ze op haar 55e. En ze bleef gaan. Op haar 82e werd ze de oudste vrouw die ooit een Ironman heeft uitgelopen, ruim onder de cut-off van zeventien uur. Een non die op een leeftijd waarop de meeste mensen allang gestopt zijn, gewoon doorging.
Als zij dat kunnen, telkens weer, dan moet ik het toch één keer kunnen. 2027, misschien 2028.
In 2014 stonden we met drie kantoren op één podium, zonder te weten dat we elkaars toekomst waren.
Het was de Generali Innovatieprijs. Drie kantoren, genomineerd voor de aanmoedigingsprijs. Diks Verzekeringen, mijn eigen kantoor en veruit de kleinste van de drie. Upiva, wat groter. En Voogd & Voogd, toen al een grote naam in de branche.
Voogd kende ik goed. Als Diks waren we klant bij ze. Je kunt je voorstellen hoe het voelt om als klein kantoor naast je eigen leverancier op een innovatiepodium te staan, genomineerd voor dezelfde prijs. Trots, een beetje overmoedig, en stiekem het gevoel dat we iets te bewijzen hadden.
We innoveerden alle drie tegen de stroom in, in een branche die niet bekendstond om zijn lef. Die avond stonden we naast elkaar in de schijnwerpers, en daarna ging iedereen weer zijn eigen kant op.
Wat geen van ons toen wist: die wegen zouden samenkomen.
Inmiddels zitten we alle drie onder één dak. Alpina Group. De grootste, de middelste en de kleinste van dat podium dragen vandaag dezelfde naam.
En begin 2026 sloot de cirkel zich. Voogd, ooit mijn leverancier, nu onderdeel van, pakte de Adfiz-prijs. Elf jaar na dat podium in Utrecht.
Toen ik die foto van 2014 terugzag, viel het kwartje pas echt. Innovatie was geen toeval. Het zat er bij ieder van ons al in, lang voordat we wisten dat we ooit samen verder zouden gaan.
Cruijff zou zeggen: je gaat het pas zien als je het doorhebt. In mijn geval duurde dat doorhebben elf jaar.