@patricksavalle Even de feiten want ik lees veel onzin
Hiv veroorzaakt Aids
HIv is geïsoleerd, volledige genoom is gesequenced en er bestaan duizenden wetenschappelijke publicaties over.
Er bestaan goede HIV tests gevalideerde HIV-tests (antilichaamtesten, antigeentesten en PCR)
Chipaandelen crashen opnieuw: einde bullmarkt of gewone correctie?
Wall Street geeft vandaag een duidelijk signaal over de chipmarkt af. Terwijl de olieprijs onder de 90 dollar is gedoken en obligatierentes dalen, zien we ook chipaandelen verder corrigeren. In een gezonde markt zou een daling van de olieprijs juist voor stijgende aandelenkoersen moeten zorgen.
De koersbewegingen van vandaag maken duidelijk dat de zwakte bij AI-aandelen niet alleen het gevolg was van de stijgende olieprijs na de hervatting van de oorlog in Iran. Beleggers beginnen daadwerkelijk te twijfelen over de mate waarin de enorme AI-investeringen tot hogere winsten, winstmarges en kasstromen kunnen leiden.
Het begon vanochtend in Zuid-Korea met stevige koersdalingen voor SK Hynix en Samsung. Onder andere vanwege berichten over toenemende concurrentie uit China, die hun machtige marktposities zou kunnen bedreigen. Hetzelfde verhaal gaat op voor het Nederlandse ASML, dat vanaf de piek al 20 procent kwijt is.
ZIE AFBEELDING 1 - ASML
Hiermee worden mijn eerder uitgesproken vermoedens over een diepere chipcorrectie bevestigd.
Wat we nu zien bij partijen zoals SK Hynix en ASML is twijfel over het vermogen van deze partijen om de enorme winstmarges en dominante marktposities vast te houden, terwijl de concurrentie vanuit China toeneemt. Jarenlang waren er grote tekorten, waardoor deze partijen hevig profiteerden, maar nu ontstaat er uitzicht op meer aanbod en gaan beleggers twijfelen.
Hoewel we deze week lagere olieprijzen kregen, lagere rentes en minder druk op centrale banken voor renteverhogingen, zien we alsnog forse dalingen bij de chipsector.
De grote vraag is of we momenteel kijken naar het einde van de AI-bullmarkt of slechts een diepe correctie in de bullmarkt. Persoonlijk zet ik nog altijd in op het tweede, en wel om de volgende redenen:
- De AI-revolutie is té belangrijk voor de Verenigde Staten en China om een bearmarkt en daarmee het verliezen van de AI-wapenwedloop te riskeren. Zodra de sector serieus begint te vertragen, verwacht ik dat overheden en centrale banken te hulp schieten.
- Niet alleen vanwege het geopolitieke belang, maar ook omdat de wereldeconomie voor een belangrijk deel draait op AI-investeringen. Als die wegvallen krijgt de economie een knauw, wat centrale banken extra reden geeft om in te grijpen. Daarbij zou met het dalen van de aandelenkoersen een negatief vermogenseffect optreden. Mensen voelen zich dan plotseling armer en gaan minder consumeren, waardoor de economie meer hulp nodig heeft.
- De wereldeconomie leunt teveel op AI, waardoor je zou kunnen zeggen dat het “too important to fail” is. Zoals de banken in 2008 “too big to fail” waren.
- Er zit nog veel meer onbenutte potentie in AI. De combinatie van kunstmatige intelligentie en robotica kan een wereldwijde productierevolutie ontketenen. Dat alleen al kan nog jarenlang voor genoeg enthousiasme zorgen onder beleggers om te blijven investeren, waardoor correcties of een eventuele bearmarkt waarschijnlijk niet lang duren. Het vertrouwen in de technologie is in mijn ogen nog simpelweg te groot voor een bearmarkt.
Maar garanties bestaan uiteraard niet. Als het te lang duurt voordat de AI-investeringen van hyperscalers zoals Alphabet, Meta en Oracle gaan renderen, dan kunnen beleggers eisen dat ze stoppen met investeren. Dat is een voorzichtige trend die we momenteel zien ontstaan.
De cijfers van Alphabet, het moederbedrijf van Google, werden afgelopen week met een forse koersdaling beantwoord door beleggers. Voor het eerst in de geschiedenis rapporteerde het bedrijf een negatieve vrije cashflow. Daar was de markt niet blij mee. Beleggers gaan in toenemende mate resultaten eisen voor de enorme investeringen.
ZIE afbeelding 2 GOOGLE
Morgen gaat wat dat betreft een grote dag worden met de kwartaalcijfers van Microsoft en Meta. Donderdag volgen dan nog Apple en Amazon. Terwijl woensdagavond ook de Amerikaanse centrale bank een nieuw rentebesluit neemt. Voldoende spektakel dus weer op de financiële markten.
Voor nu wil ik jullie bedanken voor het lezen en alle leuke reacties. Wil je de publicatie helpen? Laat dan een like achter of deel de nieuwsbrief met vrienden en overige geïnteresseerden.
De markt krijgt tijd, maar geen antwoord
Gisteren kwam de Amerikaanse consumentenprijsindex (CPI) een stuk koeler binnen dan verwacht. Als gevolg daarvan dook de 2-jaarsrente op staatsobligaties omlaag, viel de kans op een renteverhoging in juli naar minder dan 20%, en reageerde de aandelenmarkt met een forse stijging.
Daar staat echter tegenover dat de Brent-olieprijs vanwege de hervatting van de Iran-oorlog naar ongeveer $85 is gestegen.
De markt krijgt dus vooral tijd. De Amerikaanse centrale bank krijgt ruimte om de renteverhoging van juli door te schuiven, maar we hebben nog geen antwoord op het grotere vraagstuk.
Vandaag krijgt dat positieve signaal een extra stimulans van de sterke kwartaalcijfers van ASML. Voorlopig blijft de AI-cyclus sterk genoeg om de twijfelachtige macro-economische context de baas te blijven.
Voor de rentevergadering van september is de kans op een verhoging echter nog ruim 50 procent. Terwijl de markt voor het volledige jaar 2026 nog altijd op ongeveer anderhalve renteverhoging rekent.
De inflatieprint heeft het beeld dus niet gekanteld, maar geeft de centrale bank tijd om af te wachten hoe de olieschok zich ontwikkelt en impact maakt op de inflatiecijfers.
Beleggers hebben vaak de neiging om positief nieuws volledig te omarmen en als excuus te gebruiken voor een nieuwe opleving. Het is echter gevaarlijk om te denken dat we op basis van de afgekoelde CPI conclusies kunnen trekken.
Hoewel ik niet verwacht dat de AI-bullmarkt op korte termijn ten einde komt. Zie ik de macro-economische context nog altijd als een kans om straks tegen lagere koersen belangrijke AI-bedrijven in te kopen.
Op dit moment zie ik namelijk geen directe reden om aan te nemen dat de olieprijs binnen nu en een paar weken weer scherp daalt. Het begint er steeds meer op te lijken dat Trump en de VS geen vat hebben op het conflict.
De stijging van de markt leunt nu op de sterke winstcijfers van AI-bedrijven, maar ook op het idee dat een scherpe verdere stijging van de olieprijs uitblijft en dat de inflatie niet betekent dat de Amerikaanse centrale bank in september of oktober al met een renteverhoging moet komen.
Vandaag ligt de focus op de producentenprijsindex (PPI) in de Verenigde Staten.
De grote vraag is hoe de 2-jaarsrente en de kortere rentes vandaag reageren. Dalen die verder, dan is dat een positief signaal. Blijven ze hangen, dan begint er ook wat onzekerheid in de markt te sluipen over de conclusie die gisteren in alle euforie werd getrokken.
Het vraagstuk is vooralsnog dus doorgeschoven naar september door de koele inflatieprint van gisteren, maar niet opgelost. Dat is de belangrijkste conclusie die je in mijn ogen moet trekken.
De markt houdt inmiddels serieus rekening met een renteverhoging in juli, nog voordat duidelijk is of de inflatie in juni opnieuw is opgelopen. Tegelijkertijd bevestigen de aandelenmarkten nog niet dat een nieuwe cyclus van renteverhogingen op het punt staat te beginnen.
De olieprijs ligt inmiddels boven de 85 dollar per vat en de Amerikaanse 2-jaarsrente noteert boven de 4,26 procent. Toch verzwakt de dollar, zien we de futures voor de Amerikaanse Nasdaq klimmen en herstellen Aziatische chippers van de koersdalingen van eerder.
Hiermee prijst de rentemarkt niet alleen de gevolgen van de olieschok in. Beleggers willen ook een hogere compensatie ontvangen, in de vorm van hogere rentes, vanwege de onzekerheid over de manier waarop de Amerikaanse centrale bank daar onder voorzitter Kevin Warsh op zal reageren.
Die onzekerheid heeft inmiddels een serieuze fysieke aanleiding. De voorlopige wapenstilstand tussen de Verenigde Staten en Iran is ingestort. Er vinden meer aanvallen op olietankers plaats en het scheepsverkeer door de Straat van Hormuz neemt af. De olieprijs van 86 dollar is niet uitsluitend op politieke retoriek gebaseerd.
Inflatiecijfers over juni
Verder staat vandaag de Amerikaanse consumentenprijsindex (CPI) voor juni op het programma. Die zullen naar verwachting een daling van 0,1 procent op maandbasis laten zien. Voor de kerninflatie verwacht men een stijging van 0,2 procent.
Lagere cijfers kunnen voor opluchting zorgen, maar zeggen vooral iets over de periode vóórdat de olieprijs opnieuw sterk begon te stijgen. Het cijfer kan echter nog niet laten zien wat een olieprijs van meer dan 85 dollar betekent voor transportkosten, goederenprijzen, inflatieverwachtingen en lonen.
Valt de inflatie hoger uit dan verwacht, dan zou dat zwaarder wegen. Dat zou er immers op wijzen dat de energieschok komt op een moment waarop de onderliggende inflatie al te hoog is.
Daar zit een belangrijke asymmetrie. Een laag cijfer bewijst niet dat de stijging van de olieprijs geen gevaar is. Een hoog cijfer versterkt daarentegen het argument voor een ingreep van de Amerikaanse centrale bank.
Dat verklaart waarom de markt een kans van 50% ziet op een renteverhoging in juli, nog voordat de inflatiecijfers gepubliceerd zijn en Warsh heeft gesproken.
Normaal gesproken zou een Fed-voorzitter die onzekerheid kunnen verkleinen door de reactie van de centrale bank duidelijk uit te leggen. Warsh heeft gelijk dat de Fed geen vooraf bepaald rentepad moet beloven. Maar uitleggen onder welke omstandigheden de centrale bank zal reageren, is iets anders dan beloven dat zij ook daadwerkelijk zal ingrijpen.
Zolang dat kader ontbreekt, gebruiken handelaren de olieprijs als vervanging voor het denken van de Fed. Iedere beweging van Brent krijgt daardoor automatisch een implicatie voor het rentebeleid, ook als de economische doorwerking dat nog niet rechtvaardigt.
De kans van bijna 50 procent op een renteverhoging in juli weerspiegelt daarom mogelijk niet alleen de overtuiging dat de Fed zal ingrijpen. Een deel kan ook een premie zijn voor het risico dat de centrale bank onverwacht handelt.
De bewegingen op verschillende financiële markten ondersteunen die lezing. Wanneer beleggers echt overtuigd waren van het begin van een langdurige renteverhogingscyclus, zou een zwakkere dollar moeilijk te rijmen zijn met een stijgende tweejaarsrente. Hetzelfde geldt voor het herstel van de Nasdaq-futures.
Het is voor mij echter onduidelijk hoe een renteverhoging deze situatie zou oplossen. Een hogere rente kan de Straat van Hormuz niet heropenen. De Fed kan wel proberen te voorkomen dat de energieschok leidt tot bredere prijsstijgingen, hogere lonen en oplopende inflatieverwachtingen.
Kijk naar hoe de markt reageert
De uitdaging voor Warsh is daarom om uit te leggen waar die grens ligt. De volgorde van de marktreactie is belangrijker dan alleen het inflatiecijfer.
1. Als de inflatie lager uitvalt dan verwacht, kijk dan eerst naar de Amerikaanse tweejaarsrente.
2. Daalt de tweejaarsrente duidelijk, terwijl de olieprijs hoog blijft, dan zat een deel van de ingeprijsde renteverhoging waarschijnlijk in de onzekerheid rond Warsh. De markt geloofde dan niet volledig in een renteverhoging, maar hield vooral rekening met het risico van onverwacht ingrijpen.
3. Valt de inflatie laag uit, maar daalt de tweejaarsrente nauwelijks, dan is het signaal agressiever. De markt denkt dan dat de hogere olieprijs de drempel voor een renteverhoging al heeft verlaagd.
4. Valt vooral de kerninflatie hoger uit dan verwacht en waarschuwt Warsh voor inflatieverwachtingen of tweede-ronde-effecten, dan moet de kans op een renteverhoging in juli duidelijk boven de 50 procent stijgen.
5. Kijk vervolgens naar de dollar en technologieaandelen voor bevestiging. Een sterkere dollar en een mislukte opleving van de Nasdaq zouden erop wijzen dat beleggers werkelijk rekening houden met een strengere Fed.
6. Blijft de dollar zwak en houden technologieaandelen stand, dan ziet de markt een mogelijke renteverhoging waarschijnlijk nog steeds als een eenmalige verzekeringsmaatregel, niet als het begin van een langdurige cyclus van renteverhogingen.