Van "je gaat naar de hel als je op zondag een ijsje koopt" tot "hoera voor mensen die scholen, stadhuizen en winkels in de fik steken": 75 jaar gereformeerde Trouw-journalistiek in een notendop.
Je moet dus uitleggen waarom je iemand níét op huidskleur hebt uitgekozen. Dat is mijn bezwaar tegen geforceerde diversiteit, ook bij cultuursubsidies. Zo blijven we mensen op kleur uitzoeken en noemen we dat vooruitgang.
De discussie over de politie-iftar leverde de afgelopen dagen een merkwaardige redenering op. Wie vanuit seculariteit bezwaar heeft tegen een door de politie georganiseerde iftar, moet consequent zijn en hetzelfde bezwaar hebben tegen kerstbijeenkomsten, zo klinkt het. Ik ben zelf een groot voorstander van een seculiere staat en van consequent handelen, en dat laat ik ook op dit medium met regelmaat merken. Maar deze vergelijking laat zien hoe gerieflijk men een eeuwenoude culturele traditie reduceert tot één religieus etiket. En daar kan ik slecht tegen.
Misschien kijk ik daar als Iraniër door een andere bril naar. Eeuwenoude tradities en de prachtige Perzische taal hebben invasies, dynastieën, religieuze omwentelingen en revoluties overleefd. In die roerige maar ook bloederige tijden hielden deze tradities Iraniërs verbonden met een geschiedenis die politieke en religieuze machthebbers probeerden te herschrijven. Tevergeefs. Kerst heeft in Nederland een vergelijkbare dragende betekenis gekregen. Het ging door de Reformatie, verzuiling, oorlog en uiteindelijk een ingrijpende ontkerkelijking heen. De betekenis veranderde, maar het feest bleef. En dat brengt verantwoordelijkheid met zich mee.
Want seculariteit vraagt neutraliteit van de staat, niet culturele geheugenloosheid van een samenleving. Een land is ook geen blanco vel dat door ieder die dit land binnenkomt naar eigen inzicht opnieuw kan worden beschreven. Tradities hoeven niet eerst te worden gerelativeerd om bestaansrecht te krijgen, alleen omdat sommigen tradities uit het verleden vooral met wantrouwen bekijken. We zeggen graag dat we de aarde in bruikleen hebben van onze kinderen. Voor mij geldt dat ook voor onze cultuur. We hebben niet alleen de verantwoordelijkheid om schone lucht en gezonde grond door te geven, maar ook een taal, tradities en verhalen die niet bij onze generatie zijn begonnen en ook niet bij ons hoeven te eindigen.