Wie iets positiefs zegt over China, loopt tegenwoordig al snel het risico als propagandist te worden weggezet. Dat bleek deze week opnieuw toen filosoof Sebastien Valkenberg mij in het FD opvoerde als voorbeeld van een ‘hippe influencer’ die bezwijkt voor de aantrekkingskracht van autocratische regimes.
Volgens Valkenberg raken steeds meer mensen in het Westen onder de indruk van verhalen over veiligheid, orde en efficiëntie. China speelt daarin een belangrijke rol. Daarbij verwijst hij naar een interview dat ik eerder gaf aan EW Magazine, waarin ik volgens hem instemmend zou hebben geknikt bij opmerkingen over de vermeende superioriteit van China op het gebied van veiligheid.
Dat is opmerkelijk, omdat ik juist fel sprak over een vervelende ervaring in een Nederlandse trein, waar ik ’s avonds alleen in een coupé werd lastiggevallen door een man die zijn broek naar beneden trok. Het gesprek ging over veiligheid, vrijheid en de vraag hoe verschillende samenlevingen die begrippen wegen.
Dat is geen theoretische discussie. Begin dit jaar zorgde de Chinese kunstenaar en dissident Ai Weiwei voor opschudding toen hij na een bezoek aan China vertelde zich daar op bepaalde manieren vrijer te voelen dan in Europa. Niet omdat China plotseling een liberale democratie zou zijn geworden, maar omdat hij in Europa juist beperkingen en maatschappelijke spanningen ervoer die volgens hem vaak buiten beeld blijven.
Je kunt het met Ai Weiwei eens of oneens zijn. Maar het feit dat juist een van China’s bekendste regimecritici zulke observaties doet, laat zien dat de verhouding tussen vrijheid, veiligheid en maatschappelijke orde complexer is dan vaak wordt voorgesteld. Het gesprek daarover zou gevoerd moeten kunnen worden zonder dat iedere vergelijking met China direct wordt gezien als een verdediging van het Chinese politieke systeem.
Het feit dat politieke vrijheid belangrijk is, betekent niet dat fysieke veiligheid geen onderwerp van gesprek mag zijn. Sinds de heropening van China na covid vragen veel Chinezen zich af hoe vrij democratische Europese landen eigenlijk zijn wanneer je er op klaarlichte dag beroofd kunt worden of wanneer vrouwen zich steeds minder veilig voelen in het openbaar vervoer.
Volgens Valkenberg stellen Chinezen zulke vragen echter niet uit zichzelf. Het zou hun zijn afgeleerd om tegen autoriteiten in te gaan. Des te erger, suggereert hij, dat ook mensen in het vrije Westen daarin meegaan.
Ik ben geen spreekbuis van Beijing maar sinoloog. Al bijna twintig jaar bestudeer ik China, woonde er, reis er regelmatig heen en volg er discussies over censuur, propaganda, technologie en publieke opinie. Ik weet dat Chinezen wel degelijk vraagtekens zetten bij wat autoriteiten zeggen. Mijn lezers weten bovendien dat ik regelmatig schrijf over onderwerpen die voor de Chinese overheid allesbehalve comfortabel zijn.
Maar de grotere kwestie is niet persoonlijk.
Wat mij opvalt, is dat Valkenberg nauwelijks onderscheid maakt tussen China als land, Chinezen als mensen en de Chinese staat als politiek systeem. In zijn wereldbeeld staat het ‘vrije democratische Westen’ tegenover het ‘autocratische China’, waarbij China vrijwel volledig samenvalt met Xi Jinping en de Communistische Partij. Wie vervolgens iets positiefs opmerkt over ontwikkelingen in China, loopt al snel het risico te worden gezien als iemand die propaganda verspreidt.
Dat is een problematische manier van kijken. Niet alleen omdat het weinig ruimte laat voor nuance, maar ook omdat het leidt tot een versimpeld beeld van China zelf. Terwijl iedere stap van Donald Trump uitgebreid wordt geanalyseerd, blijft de kennis over China in Nederland opvallend beperkt.
Juist in een essay over de gevaren van beeldvorming valt op hoe gemakkelijk Valkenberg Chinezen neerzet als een homogene massa die nauwelijks kritisch zou nadenken. Tegelijk grijpt hij terug op een van de bekendste misvattingen over China: het idee dat iedere burger via een allesomvattend sociaal kredietsysteem voortdurend wordt beoordeeld en gescoord.
Dat beeld van een systeem waarin iedere burger een persoonlijke puntenscore krijgt, is inmiddels door onderzoekers overtuigend ontkracht. Toch blijft dit verhaal hardnekkig terugkeren in het publieke debat. Ironisch genoeg laat dat zien hoe ook hoogopgeleide mensen zich kunnen laten meeslepen door techno-oriëntalistische mythes en desinformatie.
Dat betekent niet dat er geen reden is om kritisch te zijn op China. Integendeel.
China kent censuur. Politieke vrijheden zijn beperkt. Dissidenten staan onder druk. De staat oefent vergaande controle uit over delen van de samenleving en de digitale macht van de Communistische Partij is groot. Dat zijn belangrijke onderwerpen waarover geschreven en gediscussieerd moet worden.
Maar juist omdat die problemen bestaan, hebben we geen Orwelliaanse schrikbeelden nodig. Wie China serieus wil begrijpen, moet bereid zijn de werkelijkheid onder ogen te zien zoals die is, niet zoals zij het best past binnen een ideologisch verhaal.
Je kunt erkennen dat Chinese steden veiliger zijn geworden zonder censuur goed te praten. Je kunt waardering hebben voor de kwaliteit van de infrastructuur zonder staatscontrole te verdedigen. En je kunt vinden dat er meer gedaan moet worden voor de veiligheid van vrouwen in het Nederlandse openbaar vervoer zonder als bewonderaar van een autoritair regime te worden weggezet.
We leven in een tijd waarin het debat over China steeds vaker wordt gedomineerd door uitersten. Sommigen zien het land als een wonderstaat, anderen uitsluitend als een dystopische nachtmerrie. Beide beelden schieten tekort.
Juist nu China’s geopolitieke invloed groeit, hebben we behoefte aan kennis, context en nuance. En nu Europa worstelt met zijn eigen problemen, kan het geen kwaad ook af en toe kritisch naar onszelf te kijken.
De kracht van onze democratie zou niet moeten afhangen van hoe zwart we het beeld van China kunnen inkleuren. Wie alleen naar de lelijkheid kijkt, ziet China niet.
Today, I welcomed Minister Wang Yi to Canada. The Minister’s visit was the first visit of a Chinese Foreign Minister in over ten years, and an important step in our bilateral relationship.
We agreed that Canada will be a country of honour at the China International Import Expo, and committed to meet at least annually as foreign ministers to work closely to resolve sensitive issues.
We also agreed collaborate in key industries like agriculture, clean tech, energy and manufacturing, and re-open a dialogue on national security concerns. I also announced a Canadian creative industries trade mission to China in the Fall.
Communication between our governments is vital, which is why Minister Wang Yi and I agreed to meet again at the ASEAN summit in July.
Decorating roads with flowers gives a place a completely different feel. The diverse colors and fragrant scents create a relaxing environment and relieve stress while driving or walking.
The presence of green spaces and flowers also enhances the sense of beauty and order, making cities more vibrant and attractive.
Welcome to China.
This is what virtually every major U.S. CEO says about China—and it underscores my view that Trump’s approach is fundamentally pragmatic, not ideological.
Foreign interference is a serious concern.
But assuming Chinese-Canadian organizations are foreign agents simply because they celebrate culture, promote trade, or have ties with China is reminiscent of the 1923 Chinese Exclusion Act.
The BBC video portrays China as the world’s largest manufacturing power, highlighting its leadership in electric vehicles, solar panels, wind power, batteries, robotics, and the processing of rare earths.
It states that China does not require trading partners to adopt its ideology and does not force countries to choose between China and the United States.
The video also points to China’s extensive high speed rail network and includes personal observations describing the country as safe, orderly, and socially functional, with friendly people and everyday trust in public spaces.
Stay connected,
Follow Gandalv @Microinteracti1
The majority of Chinese Canadians want better or least normal relations between Canada and China, including those who know China better than @isaacstonefish. I certainly know the mood of Chinese Canadians better than he does.
Hoping we adopt a targeted approach to research security.
But mass revocations of Chinese student visas will undermine US tech advantages.
>80% of Chinese STEM PhDs stay in the US post-grad. When they do, the US benefits.
Intl students are core to US S&T. Here's why 🧵
/15
Despite Washington's hefty #tariffs against Beijing kicking off early in April, #China's exports surged by 9.3 percent year-on-year in the same month — a stronger-than-anticipated performance underpinned by the country's competitiveness and the effectiveness of its policies, analysts and executives said. https://t.co/wiGBB6eBI2
Tariffs are making a comeback. In my latest blog post, I take a close look at what they actually do. On 16 April, we will release our trade forecast, providing a comprehensive quantitative analysis.
https://t.co/04OwSWyziL
Reading articles about China these days requires suspension of common sense. They invariably begin with lack of growth and economic crisis to continue with the complaints that China is overproducing everything from EVs to steel & has expanded production too fast.
Biden says "China is determined to dominate these industries. I'm determined to ensure America leads the world in them."
Let's see where we are today:
- Steel: China 54% global market share, vs US 4.3% (https://t.co/nejIr9UL4b)
- Aluminum: China 55% share, vs US 1.5% (https://t.co/ZkXoon0QKv)
- EVs: China 60% share, vs US 8% (https://t.co/CtdNdMTusd)
- Solar panels: China 78% share, vs US 2% (https://t.co/nM6FQqjm7W)
- Semiconductors: China 7% share, vs US 48%
(https://t.co/zv8vhRTxXn)
In other words, except in semiconductors, the US has about zero chance in hell to "lead the world" in any of those industries given China already completely dominates them.
And it's certainly not with tariffs that they'll catch up. Solar panels is a good case study because the US has had tariffs on them since 2012 (https://t.co/ZM3LT1hiQt). The tariffs did considerably reduce the number of Chinese solar panels coming to the US (86% drop over the 2012-2020 period: https://t.co/KS6cMEBUmY) BUT it did nothing to revitalize the US solar industry. Despite the country pouring billions of dollars in subsidies to do just that since introducing the tariffs, the US ends up with a negligible 2% global market share... And it did nothing to prevent China from dominating the global market since that's the one industry where they have the biggest global market share at an incredible 78%.
Will even higher tariffs somehow change this? It's like doubling down on a "solution" that's proven obviously counterproductive..
This IWD 2024, we're celebrating the impact of women globally and acknowledging ongoing struggles for equality. @Carleton_U, I’m inspired daily by our women scholars, staff and students. Championing diversity and inclusion matters! #IWD2024#InvestInWomen