@HuubBellemakers Je kunt ook gewoon helemaal stoppen met belasting, dan kan iedereen normaal rondkomen en een bejaarde kan dan makkelijk een normale prijs voor een treinritje betalen
De wonderbaarlijke 90%-fabriek van het COA
Ach, wat een sprookje. Volgens de SER Werkwijzer Vluchtelingen (die zich baseert op… jawel, informatie van het COA zelf) heeft van de laatste lichting van ongeveer 38 zorgvuldig geselecteerde statushouders meer dan 90% na het voltooien van het leerwerktraject direct een betaalde baan gekregen bij het COA. De restjes mochten doorstromen naar NIDOS of een gemeente. Feest!
Met andere woorden: het COA leidt zelf mensen op die vervolgens weer bij het COA in dienst komen om andere statushouders op te vangen. Een prachtige, gesloten kringloop. Het is bijna poëtisch. Je haalt een kleine, gemotiveerde groep binnen, stopt ze in een mooi begeleid traject (3 dagen werken, 1 dag school), geeft ze een mbo-diploma en – hocus pocus – ze zijn ineens “succesvol geïntegreerd” en staan op de loonlijst van dezelfde organisatie die hen opleidde. PR-technisch is het briljant:
* Je kunt zeggen dat je “statushouders kansen biedt”.
* Je lost (een piepklein deel van) je eigen personeelstekort op met mensen die de cultuur van binnenuit kennen.
* En je hebt meteen een mooi cijfer voor de website en de Kamer: 90%+ doorstroom!
Dat het om hooguit 38 mensen per twee jaar gaat, dat de rest van de tienduizenden statushouders grotendeels buiten dit sprookje valt, en dat het COA hiermee eigenlijk gewoon zijn eigen medewerkerskweekvijver creëert, wordt even vergeten. Het is de klassieke ambtelijke win-win: je creëert een klein, goed beheersbaar succesverhaal dat je vervolgens luid kunt etaleren als bewijs dat “het werkt”. Terwijl de echte, lastige integratiecijfers elders in de rapporten blijven sluimeren. Kortom: 38 man, 90%+ terug in eigen gelederen. Mission accomplished.
Applaus voor de self-licking ice cream cone van de asielopvang.
Het Grote Vluchtelingenwerk Sprookje: Edelmoedigheid als fulltimebaan
Ach, wat een hartverscheurend drama speelde zich af in 1999 bij de Vereniging Vluchtelingenwerk Nederland, dat bastion van pure menslievendheid. Een tekort van 6,9 miljoen gulden op een bescheiden begroting van 43 miljoen. De tranen biggelden over de wangen van de directie. Terwijl de arme zieltjes in de Amsterdamse afdeling ieder dubbeltje moesten omdraaien en de 11.000 vrijwilligers mochten bloeden voor “de goede zaak”, graaide het bestuur rustig een 350.000 gulden per jaar aan “onkostenvergoedingen” binnen. Dat is geen vergoeding, dat is een vorstelijk jaarsalaris voor het zware werk van medelijden hebben op papier.
Briljant geregeld, moet je toegeven. Bovenin een dik betaalde landelijke machine met zevenhonderd vaste krachten en een bestuur van de allerbeste mensen: oud politici en burgemeesters, docenten, advocaten en andere hoogwaardigheidsbekleders die “anders niet te krijgen waren” voor die schamele drie ton.
Beneden, ver weg van de vergaderkamers met koffie en koekjes, zwoegden de lokale stichtingen met vrijwilligers die daadwerkelijk met asielzoekers in de weer moesten. Die mochten vooral niet zeuren over de luxe boven hun hoofd. Cohesie, hè. Dat woord gebruiken ze altijd als ze bedoelen: koppen dicht en doorwerken.
Adjunct-directeur Eduard Nazarski legde het met een stalen gezicht uit: die vervelende overheid durfde ineens te vragen waar al dat geld bleef. Vorig jaar hadden ze nog even een extra zak geld geëist en nu zette Justitie brutaalweg een plafond. Hoe durft de staat te controleren wat er met belastinggeld gebeurt? Alsof je als goededoelenclub niet gewoon mag declareren per asielzoeker en daarna creatief boekhouden.
Dus startte men een glorieuze “herijking”. “Terug naar de basis!” riepen ze plechtig, terwijl ze eigenlijk bedoelden: we gaan selectiever zielig doen, want subsidie vloeit beter als je alleen de “echte” vluchtelingen helpt en de economische avonturiers laat barsten.
De vrijwilligers in de provincie keken elkaar wat ongemakkelijk aan. Die maakten al jaren geen verschil tussen oorlogsvluchteling en uitkeringsjager – mensenwerk, weet je wel. Maar ja, de subsidiekraan bepaalt nu eenmaal de moraal.
Ondertussen ging het schandaaltjes regenen als confetti. In Apeldoorn deelde de lokale club gewoon geld uit voor valse paspoorten. Rechter: strafbaar. OM: ach, voorwaardelijk seponeren, we zijn tenslotte allemaal vrienden.
In Arnhem dumpten medewerkers 123 asielzoekers bij een tentenkamp als een soort chantage-actie voor meer geld. Staatssecretaris Cohen werd woest. Maar goed, negatieve publiciteit is ook publiciteit, en publiciteit is geld.
De oprichters (Amnesty, UAF, SOH) smeekten al jaren of dat bestuur alsjeblieft onbezoldigd wilde werken, zoals het een vrijwilligersorganisatie betaamt. Het antwoord was een beleefd “nee, dank je”. Want goede bestuurders – lees: mensen die gewend zijn aan een riant inkomen – laat je niet zomaar lopen. Die moeten gewoon betaald worden voor hun immense offer om af en toe een vergadering voor te zitten.
Terwijl de verenigingsraad zich opmaakte voor 33% bezuinigingen en 1,6 miljoen minder personeel, zaten de heren en dames bestuurders nog even comfortabel te rekenen hoe ze de illusie van soberheid konden verkopen zonder zelf ook maar één cent in te leveren. Want dat is de ware kunst van de professionele goeddoener: zo hard mogelijk huilen over de ellende van anderen, terwijl je zelf in een warm, gesubsidieerd nestje blijft zitten.
En zo leven ze nog lang en welvarend. Tot het volgende tekort. Tot de volgende verontwaardigde krant. Tot de volgende onkostenvergoeding die keurig wordt opgehaald. Want uiteindelijk gaat het niet om de vluchteling. Het gaat om de vluchteling als businessmodel.