🔥 Activistische ambtenaren. Dát is pas privilege.
Privilege is geen huidskleur.
Privilege is vanaf een gegarandeerd salarisstrookje mensen die jouw salaris betalen vertellen dat zíj te bevoorrecht zijn.
Niet de hardwerkende witte man die ’s ochtends om zes uur in zijn busje zit om een verstopte riolering te ontstoppen. Blijkbaar moet híj tegenwoordig eerst erkennen hoe bevoorrecht hij is voordat hij tot zijn knieën in andermans shit mag staan.
Nee, echt privilege is een comfortabele overheidsbaan waarin je onder werktijd de ruimte krijgt om je politieke overtuigingen uit te dragen, uiteraard op kosten van de belastingbetaler.
En het wordt helemaal bijzondere privilege wanneer de diversiteitskenmerken bij selectie belangrijker waren dan de simpele, ouderwetse vraag: wie is het beste in deze functie?
Prima salaris. Uitstekende secundaire arbeidsvoorwaarden. Bovengemiddelde baanzekerheid. En ondertussen mag de ondernemer maar hopen dat er volgende maand genoeg omzet binnenkomt om salarissen, energie, huur én de belastingaanslag te betalen.
Want die belastingruif vult zichzelf niet.
Die wordt gevuld door ondernemers die risico nemen. Door boeren die voedsel produceren. Door bouwvakkers, monteurs, chauffeurs en vakmensen die vroeg opstaan en daadwerkelijk iets maken, repareren, vervoeren of verkopen.
En van hun geld wordt vervolgens een steeds groter bestuurlijk apparaat betaald dat hun met opgeheven vingertje komt uitleggen hoe ze moeten leven, ondernemen, boeren, autorijden, verwarmen en denken.
Klimaatbeleid, stikstofregels, migratiebeleid, Brusselse centralisatie: wat je politieke voorkeur ook is, de rekening belandt altijd bij dezelfde mensen. De mensen die werken, produceren, ondernemen en belasting betalen.
Natuurlijk hebben we ambtenaren nodig. Een rechtsstaat, infrastructuur, vergunningverlening, veiligheid en publieke dienstverlening functioneren niet vanzelf.
Maar een ambtenaar hoort de samenleving te dienen, niet ideologisch op te voeden.
Dus minder activisme achter het bureau. Minder beleidslagen. Minder gesubsidieerde wereldverbetering tijdens kantooruren. Meer vakbekwaamheid, politieke neutraliteit en dienstverlening.
En als een flink deel van het apparaat kan verdwijnen zonder dat de burger er iets van merkt (en dat is de situatie), dan hebben we meteen een uitstekend onderwerp voor een reorganisatie.
Ik begrijp het soms echt niet.
Met al die opleidingen, universiteiten, professoren, deskundigen en mensen die twintig jaar naar school zijn geweest, zou je toch verwachten dat Nederland af en toe eens gaat zitten en denkt..
Wacht eens even., waar zijn we eigenlijk mee bezig?
Rob Jetten is een fascist
Dat klinkt provocerend, maar ik bedoel daarmee niet dat Jetten Hitler is of dat hij in een bruin hemd rondloopt. Fascisme herken je niet pas aan het eindstadium, maar eerder aan een politieke mentaliteit: centralisatie van macht, wantrouwen tegen de volkswil, technocratie, corporatisme en het uitsluiten van politieke tegenstanders.
Precies daar zie ik bij Jetten en D66 een patroon. D66 werd opgericht om de burger meer invloed te geven: referenda, gekozen bestuurders, bestuurlijke vernieuwing. Maar toen die burger bij het Oekraïne-referendum in 2016 met 61 procent tegen stemde, werd de uitslag politiek omzeild en hielp D66 korte tijd later het raadgevend referendum afschaffen. Democratie blijkt prachtig zolang de burger de gewenste keuze maakt.
Hetzelfde zie je in Europa. Jetten en D66 willen nationale veto’s weg, steeds meer bevoegdheden naar Brussel en verdere Europese centralisering. De Europese Commissie heeft enorme macht, terwijl haar leden niet rechtstreeks door de burgers voor die functie worden gekozen. Formeel kun je dat democratisch legitimeren, maar in de praktijk wordt de afstand tussen kiezer en macht steeds groter.
Daarbij beweegt Jetten zich precies in de internationale bestuurlijke netwerken waar deze manier van denken dominant is: Bilderberg, de Europese bestuurlijke wereld en de Trilateral Commission van David Rockefeller. Dat is geen complottheorie; die organisaties, deelnemerslijsten en politieke doelstellingen zijn openbaar. Je hoeft geen geheime kamer te verzinnen om te zien dat een internationale bestuurlijke elite steeds meer macht boven de nationale democratie organiseert.
En kijk ook naar wat D66 níét is: tolerant tegenover politieke tegenstanders. PVV, FVD en JA21 vertegenwoordigen een aanzienlijk deel van de bevolking, maar in grote delen van de benoemde bestuurlijke bovenlaag zijn die stromingen vrijwel afwezig. Democratie betekent echter niet dat alleen de juiste mensen mogen meedoen. Zij bewijst zich juist wanneer ook de politieke tegenstander die je verafschuwt dezelfde toegang tot macht en instituties houdt.
Daarom blijf ik bij mijn stelling. Jetten is geen fascist in de historische verschijningsvorm van de jaren dertig, maar hij vertegenwoordigt naar mijn oordeel wel een politieke filosofie met klassieke autoritaire ingrediënten: centralisatie, supranationalisme, technocratie, corporatistische netwerken, wantrouwen tegen directe volksinvloed en uitsluiting van ongewenste politieke stromingen.
Het bruine hemd is verdwenen. De bestuurskamer heeft tegenwoordig glazen wanden en een Europese vlag.
Maar macht blijft macht.
Fascisme moet je herkennen vóórdat iedereen het fascisme noemt. Want als niemand er meer over twijfelt, ben je meestal te laat.
Waarom moeten we in hemelsnaam naar dit soort gekken/ideologen luisteren? De academische wereld is zó verrot. Hoe kan zo'n door ideologie verblinde vrouw in hemelsnaam hoogleraar worden. Hoogleraar stelt ook niks meer voor.
Ursula von der Leyen, an unelected bureaucrat who has never stood for any public election, has the audacity to call Putin a dictator who at least stands for an election.
After she got rid of Viktor Orban, she then has sought to create an absolute dictatorship in Europe. She is calling now for effectively that no single country should block the EU again.
She had completely reversed the promise of a majority vote to prevent any single country from dominating another.
Tommy Panis(FVD) over wangedrag van asielzoekers tijdens de feestweek in Velsen:
"Heel veel asielzoekers zijn hier de straten in gegaan en hebben voor problemen gezorgd. Vechtpartijen. Ze hebben daarbij wapens gebruikt en er zijn heel veel meisjes ook van hun fiets getrokken."
"Als je naar de cijfers kijkt, zie je dat er in 2023 300 incidenten waren en het jaar daarop alweer 700 incidenten. Daarbij komt ook dat 30% van die mensen in aanraking komt met een zwaar geweldsincident."
"Wat we moeten doen is dat we ze leren roeien. Dat ze weer lekker terug naar huis kunnen. Hier moeten ze in ieder geval niet zijn, want ze zorgen hier voor enorm veel problemen."
"Enorm veel incidenten. Het zijn honderd AMV'ers die hier zitten."
"AMV'ers zijn dus jongeren, alleenstaande mannen die hier uit andere landen komen. Dus wat mij betreft kunnen ze gewoon weer terug."
Vollenbroek is het voorbeeld van een totalitarist. Voor zijn ideaal moet alles en idereen wijken. De Nederlandse staat komt mensen als hij veel te veel tegemoet, door hem allerlei juridische mogelijkheden tot procederen te verschaffen. Daar moet de bijl in worden gezet. Laat Vollenbroek Kamerlid worden en daar voor zijn idealen vechten.
Een ochtendcolumn
Het is gemakkelijk om bang te zijn voor te veel macht van de overheid als de verkeerde politicus aan de macht is. Bij Trump zien we het onmiddellijk. Een universiteit financieel onder druk zetten, een bedrijf bedreigen, een instituut naar je hand zetten. We noemen dat intimidatie en machtsmisbruik.
Dichter bij huis klinkt het allemaal wat vriendelijker. Een boer kan gedwongen worden zijn grond af te staan. Dan heet het stikstofbeleid. Van mensen met vermogen willen we een groter deel van hun bezit. Dan heet het een eerlijker bijdrage. Van een erfenis willen we meer afromen. Dat bevordert de kansengelijkheid.
En daar blijft het niet bij. De overheid kan weten waar onze auto reed en wanneer. Banken en digitale platforms leveren financiële gegevens aan. Inlichtingendiensten mogen internetverkeer onderzoeken en computers binnendringen. Een burgemeester kan in bepaalde omstandigheden een woning laten sluiten. Er bestaan registers, databanken, camera’s en controlesystemen die de overheid een behoorlijk nauwkeurig beeld kunnen geven van het leven van burgers.
Dat vinden we vanzelfsprekend voor een overheid die steeds meer taken op zich neemt. Meer taken brengen meer regels mee. Regels vragen om toezicht, toezicht vraagt om informatie en informatie vraagt om registratie. Zo groeit niet alleen de overheid, maar ook de greep op het dagelijks leven. Waar we wonen, wat we bouwen, hoe we ons huis verwarmen, welke auto we rijden, wat we verdienen, bezitten en nalaten, steeds vaker bestaat er een regel, een norm, een vergunning, een registratie of een belasting voor. Ook de zorg bouwt een enorme hoeveelheid gegevens over ons op, van medicijngebruik en diagnoses tot behandelingen en ziekenhuisbezoek.
Voor vrijwel alles bestaat een begrijpelijke reden. Klimaat. Woningbouw. Witwassen. Fraude. Terrorisme. Gezondheid. Belastingontduiking. Openbare orde. Goede bedoelingen maken de macht van de overheid minder verdacht.
Tot voor kort zat er nog een praktische grens aan al die informatie. Gegevens stonden verspreid over verschillende systemen en het kostte mensen tijd om verbanden te zoeken. AI verandert die beperking. Miljoenen gegevens kunnen in korte tijd worden doorzocht, gecombineerd en vergeleken. Een kenteken is dan niet alleen een kenteken, een belastingaangifte niet alleen een belastingaangifte en een medisch gegeven niet alleen een medisch gegeven. Samen kunnen gegevens patronen zichtbaar maken over waar iemand komt, wat iemand bezit, met wie iemand verbonden is en hoe iemand leeft. Losse registraties die ieder voor zich een redelijk doel dienen, kunnen samen een beeld van een mens vormen dat nooit als zodanig is verzameld.
Daarmee verandert ook de betekenis van die steeds verder uitdijende overheid. Het gaat niet meer alleen om hoeveel informatie de staat verzamelt, maar om wat technologie met al die informatie kan doen. Grenzen tussen afzonderlijke registraties worden minder geruststellend wanneer computers die gegevens in seconden met elkaar kunnen verbinden. AI maakt van een verzameling afzonderlijke bevoegdheden een veel krachtiger instrument.
Iedere nieuwe bevoegdheid wordt ondertussen nog steeds afzonderlijk besproken. Heeft de Belastingdienst deze gegevens nodig? Moet de politie dit kunnen zien? Mag een gemeente dit verbieden? Mag een zorginstelling deze gegevens delen? Voor iedere vraag valt een redelijk antwoord te bedenken. Veel minder vaak kijken we naar wat er bij elkaar opgeteld ontstaat.
Daar zit het ongemak. Een regering krijgt niet alleen de bevoegdheden die vandaag nodig worden gevonden. Een regering erft ook alle bevoegdheden, gegevens en systemen die eerdere regeringen hebben verzameld. Kabinetten verdwijnen. De infrastructuur blijft.
Misschien is daarom groot of klein niet de beste maatstaf voor een overheid. Een betere is eenvoudiger, geef een regering alleen bevoegdheden die je ook zou durven achterlaten voor de politicus die je het minst vertrouwt.
Ik heb tot nu toe gewacht met schrijven over de oorlog tussen Rusland en Oekraïne, en dit artikel zal me waarschijnlijk niet veel fans opleveren. Maar hoe het ook zij, ik probeer altijd te vertellen hoe ik het in ieder geval zie. En ik ben het beu. Ik ben de liberale illusie, de hypocrisie, de kinderachtige analyse en de regelrechte bloeddorstigheid rond Oekraïne beu.
Ik ben het beu dat men doet alsof een proxyoorlog die inmiddels langer duurt dan de Eerste Wereldoorlog een rechtvaardige strijd tegen het kwaad is, gevoerd om de ziel van de wereld te redden.
Ik ben het beu dat het verlangen naar een einde aan een oorlog die honderdduizenden jonge mannen en duizenden burgers het leven heeft gekost, door sommigen wordt gezien als een schandalig, moreel verwerpelijk standpunt.
Ik ben het beu dat rationele analyse en context zo vaak worden bestempeld als pro-Poetin-apologie, en dat het bijna onmogelijk is om goede informatie over de oorlog te krijgen die niet is vervuild door een anti-Russische agenda. En zelfs goede informatie en analyses die erkennen dat Rusland niet aan het verliezen is en dat Oekraïne lijdt, suggereren nog steeds maar al te vaak dat het Westen deze oorlog nog vele jaren moet voortzetten. Deze verder rationele analyse beschrijft weliswaar uitvoerig op welke manieren Oekraïne de oorlog zeker niet aan het winnen is, maar concludeert niettemin dat de oorlog nog vele jaren moet worden voortgezet om “een slechte vrede” te voorkomen.
Keer op keer zien we dezelfde conclusie. Dat het geven aan Rusland van wat het wil – namelijk de Krim, de vier geannexeerde oblasten en een neutraal Oekraïne – een “slechte vrede” zou zijn die agressie beloont. Maar weinig politici of journalisten die dit narratief verkopen, leggen ooit expliciet uit wat een “goede vrede” is en wat daarvoor nodig zou zijn. We hoeven echter niet te gissen. Zelensky heeft dat bij vele gelegenheden gedaan. En hij heeft volgehouden dat de oorlog alleen kan eindigen als Rusland niet alleen de vier in 2022 geannexeerde oblasten aan Oekraïne teruggeeft, maar ook de Krim, en hij wil bovendien veiligheidsgaranties die neerkomen op de effectieve integratie van Oekraïne in de NAVO.
Dit is een waanvoorstelling die garandeert dat er nooit vrede zal komen en dat de oorlog eeuwig zal duren. En een eeuwigdurende oorlog is geen abstract begrip. Het betekent eeuwige dood. Eeuwige vernietiging. Het betekent dat Europese samenlevingen worden gesecuritiseerd en gemilitariseerd, waarbij de Russische vijand een kant-en-klaar excuus vormt voor een door Palantir aangestuurde surveillancestaat. En dit standpunt berust op een kinderachtige bewering die tot vervelens toe wordt herhaald en die de oorlog zijn legitimiteit verleent: dat de Russische invasie van Oekraïne “ongeprovoceerd” was.
Niets is ooit ongeprovoceerd. Je kunt het ermee eens of oneens zijn of de provocatie de reactie rechtvaardigde. Maar “ongeprovoceerd” is geen analyse, het is een emotionele oproep, en in het geval van Rusland-Oekraïne is het propaganda die bedoeld is om de lange geschiedenis die tot de Russische invasie leidde, te verdoezelen.
Het verschilt in veel opzichten niet van de propaganda dat 7 oktober een niet-uitgelokte aanval op Israël was. Of dat Pearl Harbor een niet-uitgelokte aanval op de Verenigde Staten was.
Narratieven die oorzaak en gevolg buiten beschouwing laten en beweren dat er zomaar iets ergs is gebeurd zonder dat daar gebeurtenissen aan voorafgingen, en dat goede mensen vervolgens met tegenzin in een oorlog werden meegesleept om zich tegen slechte mensen te verdedigen, zijn de oudste truc uit het handboek van oorlogspropaganda, bedoeld om kritisch intellectueel onderzoek de kop in te drukken.
Kort samengevat (voor meer details lees artikelen van John Mearsheimer, Scott Ritter, Douglas MacGregor en Jeffrey Sachs ): tot de gebeurtenissen die voorafgingen aan de Russische invasie van Oekraïne behoort een belofte uit 1990 van de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken James Baker dat, indien het post-Sovjet-Rusland een herenigd Duitsland in de NAVO zou laten blijven, “de NAVO geen centimeter naar het oosten zou opschuiven”. Het was een belofte die werd gedaan in de wetenschap dat Rusland een legitiem land was met legitieme veiligheidsbelangen. Die belofte werd natuurlijk herhaaldelijk geschonden, totdat de NAVO zich uitstrekte tot aan de grenzen van Rusland. Tot de voorafgaande gebeurtenissen behoren ook de door de NAVO gesteunde herbewapening van Oekraïne na de afzetting van Viktor Janoekovitsj in 2014, de Russische annexatie van de Krim als reactie daarop en de Oekraïense bombardementen op de Donbas, waarbij honderden Russischsprekende Oekraïners omkwamen. Hierbij hoort ook het scherpe besef bij de Russische leiders dat zowel het Napoleontische Frankrijk, het keizerlijke Duitsland als nazi-Duitsland allemaal via Oekraïne Rusland zelf zijn binnengevallen.
Je hoeft niet te vinden dat Rusland gelijk had om Oekraïne binnen te vallen om te proberen te begrijpen waarom het Oekraïne binnenviel – een overweging die we nooit worden aangemoedigd te onderzoeken in een discours dat wordt gedomineerd door normatieve morele oordelen, uitsluitend bekeken door de bril van het westerse imperialisme. De situatie in Oekraïne na 2014 maakte Rusland bang dat het land opnieuw het startpunt voor een invasie zou kunnen worden. En het was niet alsof Poetin dit feit verborgen hield. Hij waarschuwde herhaaldelijk, tot eind 2021 en begin 2022, dat de verdere militarisering van Oekraïne een rode lijn was en dat, als Oekraïne en het Westen diplomatie zouden weigeren, Rusland zou ingrijpen. Vóór 2014 had hij zich niet zo druk gemaakt om Oekraïne; er was geen sprake van oorlogsretoriek, omdat het toen nog niet de dreiging vormde die hij er later in zag.
Nogmaals, dit is geen verdediging van Poetin, het is een kwestie van oorzaak en gevolg, en van de westerse arrogantie en hoogmoed die gelooft dat alleen zijn rode lijnen op geostrategisch gebied geldig zijn. Zou de VS hebben toegestaan dat er via Zuid-Amerika een door China geleid militair bondgenootschap werd opgebouwd dat tot in Mexico reikte, zonder daarop te reageren? Zouden westerse media Amerikaanse zorgen over Chinees militarisme hebben afgedaan als paranoïde onzin als er overal in Zuid-Amerika Chinese militaire bases zouden staan? Natuurlijk niet! De media zouden oorlog hebben geëist en ons oorlog hebben verkocht. Maar wanneer de rollen worden omgedraaid, wordt Amerikaans militarisme louter Russische paranoia.
En nu is de oorlog waarmee het NAVO-expansionisme dreigde niet alleen een feit, maar dreigt hij een vast onderdeel van ons leven te worden, waarbij Europese economieën het bloedvergieten omarmen en oorlogseconomieën opbouwen. En om deze oorlogseconomieën op te bouwen, eist de liberale klasse nog meer bezuinigingen op een verzorgingsstaat die op veel plaatsen al is uitgehold door twee decennia van bezuinigingen.
E
en “oorlogsstaat” louter om een mythisch Rusland te bestrijden dat, zoals Mearsheimer in deze video uiteenzette, Oekraïne niet is binnengevallen met een strijdmacht die ook maar enigszins toereikend was om het land te veroveren, maar als een laatste zet om Oekraïne aan de onderhandelingstafel te dwingen. Natuurlijk mislukte dat. De liberale media en de politieke klasse blijven echter volhouden dat het doel van Rusland volledige verovering is, met meer te volgen, om de totstandkoming van oorlogseconomieën te legitimeren. Dat de liberale klasse een oorlogsstaat zou opbouwen die de verzorgingsstaat decimeert om Rusland het hoofd te bieden, in plaats van te streven naar diplomatie en partnerschap met een land dat enorme hoeveelheden mineralen herbergt die nodig zijn om bijvoorbeeld een schoner energiesysteem op te bouwen, is een bewijs van volslagen mislukking.
En door wie zouden deze economieën van de “oorlogsstaat” worden aangedreven? Deels door Israël, dat een overeenkomst van 4 miljard dollar met Griekenland heeft gesloten voor de levering van een luchtverdedigingssysteem, vorig jaar voor dezelfde prijs een soortgelijk systeem aan Duitsland heeft geleverd en een raketsysteem van een half miljard dollar aan Slowakije heeft overgedragen.
Israël speelt op andere, zeer belangrijke manieren een rol in het verhaal van de oorlog tussen Oekraïne en Rusland, waarvan sommige nu beslist contraproductief lijken voor Oekraïne en Zelensky.
Toen de oorlog tegen Iran begon, omarmde Zelensky deze enthousiast en herhaalde hij alle klassieke uitspraken, waarbij hij zei dat de Amerikaans-Israëlische aanval een goede zaak was omdat deze “het Iraanse volk zou bevrijden van een terroristisch regime”. In maart, terwijl de oorlog tegen Iran in volle gang was, drong hij er bij Netanyahu op aan om met hem samen te werken, met de woorden: “Hij heeft wat ik nodig heb en ik heb wat hij nodig heeft.” Maar nu heeft Oekraïne geen onderscheppingsraketten meer omdat ze allemaal zijn gebruikt in de oorlog tegen Iran, waardoor Kiev weerloos staat tegenover Russische raketaanvallen. Paar dagen geleden raakte elke raket die op Kiev werd afgevuurd zijn doel, terwijl er geen enkele onderscheppingsraket werd gelanceerd. En nu, nadat hij de oorlog tegen Iran omarmde, klaagt Zelensky over het gebrek aan onderscheppingsraketten, een direct gevolg van de oorlog die hij steunde. Hij heeft zich aan het imperium vastgeklampt, maar door het overbelaste imperiale avonturisme waarop hij zelf vertrouwt, is dat imperium niet in staat gebleken zijn land te verdedigen. Het onthult een man die geen plan heeft, behalve dan te hopen dat de wapens blijven stromen.
Deze dissonantie is ook elders zichtbaar geweest, waarbij pro-Oekraïense oorlogsinfluencers eisten dat het Westen meer wapens naar Oekraïne stuurt en ongelovig reageerden op het feit dat Noord-Korea wapens naar Rusland stuurt, schijnbaar niet in staat om hun eigen logica te volgen over derde landen die wapens sturen naar de belangrijkste strijdende partijen in een conflict. Imperiale geesten, verblind door hun eigen woeste hypocrisie.
Maar terwijl ik dit schrijf, hoor ik al een kritiek, en kan ik er zelfs een tegen mezelf formuleren. Waarom Robert, als je zo moreel streng bent ten aanzien van Israël en Palestina, veroordeel je dan “normatieve morele oordelen” over Oekraïne en Rusland?
Omdat de twee situaties niet meer van elkaar konden verschillen.
Oekraïne is een staat met een staand leger, gesteund door het imperium, dat strijdt tegen een andere staat met een staand leger. Palestina is de status van staat ontzegd ondanks het VN-akkoord van 1947 over de verdeling in twee staten (ongeacht wat men ook mag denken over de legitimiteit van dat akkoord), heeft geen staand leger om zichzelf te verdedigen en de Palestijnen vechten tegen een koloniale bezetting die door het imperium wordt bewapend. Oekraïne lijkt juist veel meer op Israël dan op Palestina. In 2024 riep Zelensky Israël zelfs uit tot het ideale model voor Oekraïne en zei hij dat hij wilde dat Oekraïne een “groot Israël” zou worden.
Zowel Oekraïne als Israël zijn marionetten aan het puntje van de imperiale speer, de ene in Europa en de andere in het Midden-Oosten. Je hoeft niet de indringer te zijn om een instrument van het imperialisme te zijn. Soms is het nuttiger om de aangevallen partij te zijn, omdat dit een morele zekerheid verschaft die je imperiale rol helpt afschermen tegen kritische analyse. Ik zou willen stellen dat dit precies is wat er in het geval van Oekraïne is gebeurd.
Dit alles wil niet zeggen dat ik geen sympathie heb voor gewone Oekraïners. Die heb ik wel. Ik denk dat ze in de steek zijn gelaten, zowel door Europa als door hun eigen leiders, en gedwongen zijn een oorlog te voeren die een meerderheid nu via onderhandelingen wil beëindigen. De gemiddelde Oekraïner verschilt nogal van de gemiddelde Israëlische genocide-voorstander die apartheid hooghoudt.
Toch weigeren Europa en Zelensky, ondanks de wensen van een meerderheid van de Oekraïners, diplomatie en blijven ze vechten, wat enorme kosten met zich meebrengt voor Oekraïne en de gewone Oekraïners. Natuurlijk worden ook aan Rusland enorme kosten opgelegd, maar deze kosten zijn niet voldoende geweest, en zullen dat ook niet zijn, voor een “goede vrede” en elke kostenpost die echt pijn zou doen, brengt het risico met zich mee van een ongecontroleerde, catastrofale escalatie.
De ultieme ironie is dat, hoewel de oorlog aan westerlingen wordt voorgesteld als totalitarisme versus democratie, Oekraïners niet eens een leider kunnen kiezen die hun wens om via onderhandelingen een einde aan de oorlog te maken zou verwezenlijken, aangezien Zelensky, wiens ambtstermijn officieel in 2024 afliep, de staat van beleg heeft afgekondigd en de verkiezingen heeft afgelast.
Steeds weer denken en schrijven zij in Europa dat zij Rusland moeten verslaan via Oekraïne, voordat Rusland Europa zal aanvallen. Mijn mening is dat ; Rusland Europa nooit gaat aanvallen omdat door het verlies van Oekraïne heel Europa instort door alle miljarden steun. Rusland gaat oorlog winnen en dan zal Europa ook de sanctie stoppen voor het behoud en opbouw van Europa.
Dus, zoals ik al zei, voor beter of slechter, dit is mijn visie op Rusland-Oekraïne.
Een oorlog die alleen imperialistische belangen dient, belangen die haaks staan op de Europese veiligheid en welvaart. Een oorlog die in het ergste geval dreigt uit te monden in een nucleaire oorlog. Een oorlog die niet zonder aanleiding is begonnen. Een oorlog die, met hun lege hoofden en harten zonder echte solidariteit, bewustzijn of rechtvaardigheid, een noodzakelijk intellectueel ordeningsprincipe is geworden voor de liberale media en de politieke klasse.
Ik heb waarschijnlijk niet veel fans gemaakt, maar ik zou het geweldig vinden als dat wel zo is.
Een ochtendcolumn
De samenleving doet me steeds vaker denken aan het bestellen van een kop koffie. Zwart, zonder melk, suiker of siroop. Gewone koffie, noem ik dat. Alleen moet je tegenwoordig steeds preciezer uitleggen wat je bedoelt als je iets gewoons wilt.Het ongewone is de regel het gewone de uitzondering.
Soms vraag ik me af tot welke groep ik eigenlijk behoor. Kennelijk is gewoon burger zijn niet meer genoeg. Leeftijd, inkomen, afkomst, geloof, geslacht, identiteit en persoonlijke omstandigheden bepalen steeds vaker welke regels voor je gelden.
Ooit betekende gelijkheid dat zulke verschillen zo min mogelijk bepaalden hoe de staat iemand behandelde. Tegenwoordig lijkt rechtvaardigheid steeds vaker het tegenovergestelde te verlangen. Om mensen gelijk te behandelen, moeten eerst zoveel mogelijk verschillen worden vastgesteld.
Daar zijn goede redenen voor. Wie wordt achtergesteld verdient bescherming. Een algemene regel die onredelijk uitpakt, vraagt soms om een uitzondering. Een beschaafde samenleving heeft oog voor mensen die gemakkelijk buiten beeld raken. Alleen is de uitzondering zo langzamerhand het bestuursmodel geworden.
Minderheden, kwetsbaren, achterblijvers, mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, mensen die discriminatie ervaren of onvoldoende worden gerepresenteerd: voor vrijwel iedere achterstand bestaat een categorie, voor iedere categorie beleid en voor beleid meestal weer een uitzondering.
Voor de meerderheid bestaat nauwelijks een categorie. Die betaalt belasting, werkt, woont, wacht op een huis, krijgt een rekening en hoort bij een afwijzing dat de regels nu eenmaal zo zijn. Bijzonder is deze groep vooral door het ontbreken van bijzonderheden.
De overheid probeert ondertussen steeds preciezer rechtvaardig te zijn. Inkomen, gezinssamenstelling, leeftijd, gezondheid, arbeidspositie en achtergrond bepalen welke regeling geldt. Hoe groter het verlangen naar gelijkheid, hoe meer onderscheid noodzakelijk wordt
Tijdens Pride in Amsterdam zei burgemeester Femke Halsema onlangs, in de strekking van haar woorden, dat voor mensen die geen begrip kunnen opbrengen voor diversiteit geen plaats is in Amsterdam.
De bedoeling laat zich raden. Een burgemeester wil opkomen voor inwoners die vanwege seksuele geaardheid of identiteit worden bedreigd of uitgesloten. De formulering roept een andere vraag op. Hoeveel begrip moet een Amsterdammer eigenlijk hebben om Amsterdammer te mogen zijn?
Daar schuift iets. De overheid beschermt niet alleen de vrijheid om anders te zijn, maar spreekt steeds vaker uit hoe burgers over dat anders zijn behoren te denken.
Hetzelfde mechanisme is zichtbaar in beleid. Verschillen worden benoemd, groepen erkend, achterstanden gecorrigeerd en uitzonderingen gemaakt. De meerderheid verschijnt vooral als degene van wie begrip, financiering en solidariteit worden gevraagd.
Misschien wordt daar een deel van het huidige politieke onbehagen onderschat. Dat wordt graag verklaard uit populisme, sociale media, xenofobie of desinformatie. Een eenvoudiger verklaring verdient aandacht. Mensen willen herkennen dat de samenleving waarvan solidariteit wordt gevraagd ook van hen is.
Solidariteit berust op wederkerigheid. Mensen accepteren zonder veel moeite dat anderen meer zorg nodig hebben, minder belasting kunnen betalen of extra ondersteuning krijgen. Daarvoor moet wel het vertrouwen bestaan dat achter al die verschillen een gemeenschappelijke regel zichtbaar blijft.
Een rechtsstaat moet minderheden beschermen. Juist wanneer een meerderheid daar geen belang bij heeft. De vraag is wat er gebeurt wanneer bescherming uitgroeit tot een bestuursfilosofie waarin ieder verschil een correctie vraagt en iedere afwijkende opvatting bestuurlijke duiding krijgt. We zijn inmiddels zo goed geworden in het herkennen van verschillen dat het gemeenschappelijke nog nauwelijks aandacht krijgt.
In het hele westen staat de rechtsstaat onder druk als gevolg van de uiterst goed geslaagde Lange Mars door de Instituties. Overal wokelinkse rechters, officieren van justitie en politiecommandanten.
Overal redacties van mainstreammedia die geen enkele boodschap hebben aan waarheidsvinding, maar 24/7 bezig zijn met het uitrollen van de wokelinkse agenda van de elite. Overal onderwijzers, leraren en hoogleraren die feiten ondergeschikt maken aan ideologie.
In West-Europa leidt het Verenigd Koninkrijk van @Keir_Starmer en nu zijn opvolger de weg. Nederland, België, Duitsland, Frankrijk en vooral het Spanje van het vleesgeworden verraad van binnenuit Pedro @sanchezcastejon volgen op de voet.
Als de kiezer bij volgende verkiezingsronden niet zorgt voor een correctie op hun funeste agenda, dan is het gedaan met onze vrijheid, met onze welvaart en met ons welzijn.
En niemand kan zeggen dat we het niet zagen aankomen.
https://t.co/eMhFE3es3V
Anyone opposed to their country becoming a police state should be opposed to third world immigration, because as long as that continues, the only two possible outcomes are a violent, chaotic mess or a police state.
If you want open borders ánd the government to have less power, you’re simply stupid.
Open borders will lead to people begging for Big Brother to protect them.
Remigration is our only chance to regain and protect our freedom. But we’re running out of time.
In dit artikel van de Staatskrant @ADnl wordt er over de 'Energiewende' met geen woord gesproken. Nee stel je voor, want dan zou je ook wat moeten vinden van het Nederlandse energiebeleid dat evenzeer desastreus is en ons met hoge snelheid naar de afgrond leidt. Ga zo door!!
Column: De kwestie-Boekholt
De kwestie-Boekholt gaat niet alleen over één vrouw.
Ze gaat over een overheid die integriteit predikt aan de onderkant en promotie organiseert aan de bovenkant.
Dat is inmiddels een patroon geworden.
Wie als burger een formulier verkeerd invult, loopt het risico jarenlang door de overheid te worden achtervolgd. Wie als ondernemer een fout maakt, krijgt inspecties, boetes en dwangsommen. Wie als ambtenaar aan de verkeerde kant van de hiërarchie staat en misstanden meldt, ontdekt hoe een organisatie zich ineens tegen de boodschapper kan keren.
Maar hoger in de bestuurslagen lijken andere natuurwetten te gelden.
Daar worden pijnlijke dossiers zelden afgesloten met politieke verantwoordelijkheid. Ze verdwijnen in evaluaties, onderzoeken, communicatieplannen en zorgvuldig geformuleerde persverklaringen. Daarna volgt vaak geen stap terug, maar een stap omhoog.
Dat maakt de discussie over Elanor Boekholt groter dan haar persoon.
Want als bestuurders ondanks aanhoudende publieke vragen, kritische media en langdurige discussies over hun handelen toch blijven doorstromen naar steeds hogere functies, ontstaat een ongemakkelijke vraag.
Waar ligt in Nederland de grens voor bestuurlijke verantwoordelijkheid?
Bestaat die grens eigenlijk nog wel?
Het merkwaardige is dat de overheid burgers voortdurend oproept verantwoordelijkheid te nemen. Betaal op tijd. Meld alles. Wees transparant. Werk mee. Houd je aan de regels.
Allemaal redelijke verwachtingen.
Alleen lijken ze steeds minder te gelden voor de mensen die ze zelf bedenken.
Misschien is dat wel de echte bestuurscrisis.
Niet dat bestuurders fouten maken. Dat gebeurt overal waar mensen werken.
Maar dat er aan de top een cultuur lijkt te zijn ontstaan waarin verantwoording iets is voor de mensen die géén macht hebben.
Voor de rest bestaat er een carrièreladder.
En soms bekruipt je de gedachte dat iedere trede is gemaakt van een rapport waar niemand ooit iets mee heeft gedaan.
📌
Heeft u mijn bundel al? https://t.co/y64gXJ5yrY
📌
Steunt u mij ook? https://t.co/V2P6pFuNy1

🚨🇩🇪Video of German Chancellor Friedrich Merz speaking out against mass migration in Germany has just resurfaced.
20 years ago, Merz argued that mass migration was Germany's biggest problem.
Today, this same man arrests people for expressing the same views he once held.
Laat ons eerlijk zijn, de EU heeft wel enkele zaken bereikt. Ik denk alleen maar aan stofzuigers die niet meer kunnen zuigen (immers max. 900 Watt als vermogensgrens in de EU), dopjes die vastzitten aan plastieken flesjes en papieren rietjes. Dat mogen we niet onbenoemd laten.
Er is een Woo-verzoek ingediend bij de provincie Noord-Brabant om alle contacten met milieuorganisatie Mobilisation for the Environment (MOB) en voorman Johan Vollenbroek openbaar te maken. https://t.co/wfgiIRuUKb
Column: niet nog een angstcampagne maar een anti-angstcampagne
Max von Kreyfelt
Misschien is het tijd voor een nationale anti-angstcampagne.
Niet nóg een campagne die ons vertelt waar we bang voor moeten zijn, maar één die ons eraan herinnert hoe vrijheid voelt.
Jarenlang kregen we les in ongerustheid. Virussen, klimaat, stikstof, oorlog, terrorisme, desinformatie, hitte, droogte, overstromingen, cyberaanvallen. Voor ieder probleem verscheen een grafiek. Voor iedere grafiek een expert. Voor iedere expert een nieuwe reden om vooral voorzichtig te zijn.
Angst(porno) is inmiddels uitgegroeid tot de meest gesubsidieerde emotie van Nederland.
En het merkwaardige is: angst verkoopt uitstekend. Zij rechtvaardigt nieuwe regels, nieuwe bevoegdheden, nieuwe controles en steeds weer een beroep op onze bereidheid om een stukje vrijheid in te leveren. Gewoon tijdelijk natuurlijk. Tot de volgende crisis zich aandient.
Maar wat als we het eens andersom doen?
Wat als de overheid iedere dag zou beginnen met één eenvoudige boodschap: “De meeste mensen deugen. Uw buren vormen geen gevaar. U bent sterker dan u denkt. Ga naar buiten. Praat met elkaar. Begin een bedrijf. Stel vragen. Lach om de macht. Leef.”
Dat zou revolutionair zijn.
Want een samenleving die vertrouwen uitstraalt, heeft minder dwang nodig. Mensen die vertrouwen hebben in zichzelf, laten zich minder gemakkelijk uit elkaar spelen. Burgers die zonder angst nadenken, stellen lastige vragen. En precies daar begint een gezonde democratie.
Misschien zit daar wel het grootste probleem.
Een bevolking die niet bang is, is lastig te besturen.
Daarom droom ik van een ministerie van Ontspanning en een sociaalpsycholoog als minister. Met als belangrijkste taak het afschaffen van overbodige paniek. Persconferenties vervangen door parkconcerten. Risicorapporten door buurtbarbecues. Politici die openlijk hun liefde tonen. En iedere ambtenaar verplicht één dag per week zonder protocol de straat op, om met gewone mensen te praten.
De kosten? Verwaarloosbaar.
De opbrengst? Een land dat zich zijn ruggengraat weer herinnert.
Misschien is dát wel de campagne waar Nederland werkelijk behoefte aan heeft.
Onze premier geeft, in al zijn onbenulligheid, het voorbeeld.
Geen angst.
Maar een beetje meer liefde en moed.
O
📌
Heeft u mijn bundel al? https://t.co/y64gXJ5yrY
📌
Steunt u mij ook? https://t.co/V2P6pFuNy1