« ‘Dus dat, mijnheer, is wie die kapitein Kopejkin is. En ik vermoed nu dat hij in de VS zijn geld heeft opgemaakt en naar ons is teruggekeerd, begrijpt u wel, om op een of andere manier te proberen of hij niet in zekere zin een nieuwe onderneming van de grond krijgt.’ »
Gogol.
« ‘Toen ging Kopejkin regelrecht naar de VS en hij schrijft vandaar aan de tsaar de meest welsprekende brief die u zich maar kunt indenken; al die Plato’s en Demosthenessen uit de oudheid waren met hem vergeleken, kun je wel zeggen, een stelletje lapzwansen, kosters.’ »
Gogol.
«‘Ze hadden hem gezegd te wachten en niet eens een termijn genoemd. En zo stapte Kopejkin als een uil van het bordes, als een poedel, begrijpt u wel, die van een kok een plens water over zich heen heeft gekregen: met zijn staart tussen de poten en hangende oren.’»
Nikolaj Gogol.
@FirkinToro@ge68611@WimBerkelaar “Ik denk dat die Amerikanen over de schaduwkanten van Trump heenstappen omdat ze zich in hem herkennen.” Dat betekent niet dat ze zich herkennen in zijn negatieve eigenschappen maar in al het andere, waaronder zijn presentatie en de conservatieve waarden die hij vertegenwoordigt.
@ge68611@WimBerkelaar Ik denk dat die Amerikanen over de schaduwkanten van Trump heenstappen omdat ze zich in hem herkennen. Wijzelf zouden ook de moed moeten opbrengen om naar onze schaduwkanten te kijken. Misschien is dat de lering: wij hebben allemaal iets van de bekritiseerde machtswellust in ons.
« Ik houd van het goede, ik zoek ernaar en het is mijn alles; maar ik houd niet van mijn akelige trekjes en ik koester ze niet, zoals mijn helden wel doen; ik heb weinig op met mijn gemeenheden, die mij verre houden van het goede. Daar strijd ik mee en dat zal ik blijven doen. »
«Ondanks al zijn onvolkomenheden heeft het 1e deel [van ‘Dode zielen’] aan zijn belangrijkste taak voldaan: het heeft iedereen van weerzin vervuld voor mijn helden en hun nietswaardigheid; het straalt een door mij beoogde weemoed uit die wij voor onszelf koesteren.»
Gogol, 1843.
«Ik was doordrongen van de verwerpelijke zwakte van mijn karakter, mijn minne kleinzieligheid en de machteloosheid van mijn liefde en daarom had ik ook oor voor de pijnlijke verwijten die iedereen in Rusland mij maakte.»
Gogol over de kritiek op ‘Dode zielen’ in een brief, 1843.
« Hoe heb ik aan die wens [om goed te doen] gehoor gegeven? Neem bijvoorbeeld alleen al mijn boek dat nu is uitgekomen onder de titel ‘Dode zielen’ — heeft het de indruk gemaakt die het had moeten maken, als het tenminste geschreven was zoals had gemoeten? »
Nikolaj Gogol, 1843.
«Hoe doordacht en categorisch een decreet ook is, ’t blijft niets meer dan een dode letter als van onderaf niet net zo’n zuiver streven aanwezig is om ’t in de praktijk te brengen.»
Nikolaj Gogol (1809-1852) in ‘Geselecteerde passages uit een briefwisseling met vrienden’ (1847).
« Op de bodem van onze ziel schuilt zo veel benepen, miezerige eigenliefde, zo veel lichtgeraakte en akelige eerzucht, dat we voortdurend met alle mogelijke wapens moeten worden afgerammeld, gekastijd en geslagen en we de hand die ons kastijdt voortdurend moeten danken. »
Gogol.
« ‘Het is haast niet te geloven wat een originele types er bij ons wel niet in al die gouvernementen en districten leven…’ »
Nikolaj Gogol (1809-1852) in ‘Dode zielen’ (1842).
«‘Kapitalen moeten niet in enkele handen berusten. Daarover schrijven ze in heel Europa tegenwoordig traktaten. Heb je geld, nou, deel het met anderen: trakteer, geef bals, roep weldadige luxe in het leven, waar vaklui aan kunnen verdienen.’»
Nikolaj Gogol, ‘Dode zielen’ (1842).
« ‘En niet één bestuurder, ook al is hij wijzer dan alle wetgevers en bestuurders bij elkaar, heeft het vermogen het kwaad te keren, hoezeer hij slechte ambtenaren ook in hun handelen beperkt door andere ambtenaren als toezichthouders aan te stellen.’ »
Uit ‘Dode zielen’ (1842).
«‘Maar hoe kunt u nou leven zonder te werken? Hoe kunt u bestaan zonder functie of positie? Toe nou toch! Kijk nou naar ieder schepsel Gods: alles dient tot iets, heeft zijn doel. Dat een mens, het intelligentste wezen op aarde, nutteloos zou blijven — dat kan toch zomaar niet?’»
« Wat doe je eraan als de wereld zo veel verleidingen telt? Restaurants met krankzinnige prijzen, maskerades, feesten en danspartijen met zigeunerinnen. Het is immers moeilijk je in te houden als iedereen hetzelfde doet en ook de mode het voorschrijft — hou je dan maar eens in! »
«‘O, maar die likeur is ook van ons; die heeft onze zus ingevoerd. Mijn moeder kwam uit Klein-Rusland [Oekraïne], uit de buurt van Poltava. Iedereen is tegenwoordig vergeten hoe je zelf een bedrijf leidt. In welke richting en naar welke plaatsen bent u van plan te gaan?’»
Gogol.
« Witte berken- en espenstammen verrezen, blinkend als een palissade van sneeuw, rank en licht tegen het tere groen van nog maar pas ontloken gebladerte. Nachtegalen sloegen om het hardst in het struikgewas. Bostulpen staken geel af in het gras. »
Gogol in ‘Dode zielen’ (1842).
«Maar Chloboejev werd gered door zijn religieuze inborst, die op vreemde wijze samenging met zijn lichtzinnige manier van leven. Op die bittere momenten las hij heiligenlevens van martelaren en ijveraars Gods die zichzelf geleerd hadden geestelijk boven rampspoed uit te stijgen.»