@drG_J_Mulder Bedankt, meneer Mulder. Ik ben een vrouw van 84 met gezond verstand. Gelukkig kan ik mij nog nuttig maken met vrijwilligerswerk, zodat Jetten en consorten mij nog niet volledig kunnen afschrijven.
Wat een gewetenloze SNOTAAP!!!
Het blijft ingewikkeld als (complexe) analyses en ideologie door elkaar lopen.
Wat wel zeker is, is dat sluiting van de NL kolencentrales de leveringszekerheid van elektriciteit aantast, de stroomprijzen opstuwt en daardoor de (door velen gewenste) elektrificatie geen goed doet.
Is er ook honderd miljoen euro aan dwangsommen uitgekeerd aan toeslagenouders die te lang moeten wachten op een beslissing?
Of aan jongeren die meer dan tien jaar op de wachtlijst staan voor een huis?
Of aan 80-plussers zonder voldoende thuiszorg?
@Wftproof@tom_lamoen@wierdduk Ik begrijp je reactie en ik voel aan alles dat je gelijk hebt maar ik heb vaak geen enig idee waar je het over hebt. Maar ik weet dat je goed werk aflevert en je zou denk ik ook beter gehoord worden door de meerderheid. Hoop mensen hebben geen idee.
Lekker kort door de bocht maar helemaal waar. Nederland wordt niet geregeerd met gezond verstand maar door totaal van de werkelijkheid losgezongen ideologische waanzin. Op geen enkel beleidsterrein werkt het nog naar behoren. Niets kan, niets mag, en alles kraakt in zijn voegen.
Of misschien moeten ABP en APG even transparant worden dat ze ruim 15 jaar lang niet gefocust waren op langetermijnbeleggen maar op het financieren van onderpandtekorten OTC derivaten van banken (EUR 200 miljard liquiditeit) via pensioenvermogen van achterliggende pensioenfondsen (pooling) en garanties.
Door ‘wir schaffen das’ zijn de kosten van asielopvang ontploft naar meer dan vier miljard euro. Duik in de cijfers en een ding is duidelijk: een ‘tijdelijke’ locatie van het COA is per definitie permanent.
https://t.co/IMIouqdjeF
Sinds 2000 is de NL stikstofemissie ruim gehalveerd, gemiddeld per jaar was dit 3% (y-o-y).
Sinds 2019 daalde de NL stikstofemissie met gemiddeld 4% per jaar.
#grafiekvandedag
Een ochtendcolumn
Wie de Nederlandse politiek volgt, zou kunnen denken dat het grootste financi��le probleem van de overheid is waar het volgende miljard vandaan moet komen. Vermogens moeten meer opbrengen, erfenissen kunnen zwaarder worden belast, fiscale voordelen moeten worden beperkt en hogere en middeninkomens kunnen meer bijdragen. Over de verdeling van de rekening kan Den Haag eindeloos debatteren.
Veel minder belangstelling bestaat voor de rekening zelf.
Het Rijk gaf in 2025 €447,1 miljard uit. Van een Tweede Kamer zou je verwachten dat een groot deel van de politieke energie vervolgens gaat zitten in een eenvoudige vraag, wat hebben we voor dat geld gekregen? Dat is tenslotte een kerntaak van het parlement. Kamerleden worden niet gekozen om vier jaar campagne te voeren. Ze worden onder meer gekozen om de regering te controleren, en daarbij hoort controleren of publiek geld doelmatig wordt besteed.
Onderwijs laat zien wat er gebeurt als die vraag niet wordt gesteld. In 2000 gaf de overheid €20,8 miljard uit aan onderwijs en studietoelagen, in 2024 €56 miljard. Ook als aandeel van de economie namen de uitgaven toe. Ondertussen daalde de Nederlandse PISA-score voor wiskunde van 538 in 2003 naar 493 in 2022 en voor lezen van 513 naar 459. Nederland bereikte bij de laatste meting in alle drie de onderzochte vakken zijn laagste score sinds deelname aan PISA.
Dat zou een politiek hoofdpijndossier moeten zijn. Meer geld, slechtere prestaties. Niet omdat iedere extra euro rechtstreeks een hogere PISA-score moet opleveren, maar omdat na twintig jaar één vraag onvermijdelijk wordt, wat hebben al die extra miljarden dan wel opgeleverd?
Het onderwijs is geen uitzondering op een verder perfect werkend systeem. De Algemene Rekenkamer constateert dat tekortschietende resultaten van overheidsbeleid Nederland vele miljarden euro’s per jaar kosten. Ministeries produceren honderden beleidsevaluaties. De Rekenkamer onderzocht achttien periodieke rapportages en keek wat de Tweede Kamer ermee deed. Zes werden behandeld, twaalf niet. In slechts twee Kamerdebatten werd naar zo’n evaluatie verwezen.
Daar zit de zwakte van ons politieke systeem. We hebben de controle uitstekend georganiseerd, maar politiek levert die controle blijkbaar weinig op. Een nieuw plan kan worden gepresenteerd als vooruitgang. Een belastingverhoging geeft partijen de gelegenheid zich te profileren op eerlijkheid en verdeling. Een conflict over vermogen of erfenissen levert onmiddellijk herkenbare politieke kampen op. Uitzoeken waarom miljarden aan bestaand beleid onvoldoende resultaat opleveren is minder geschikt voor de permanente campagne.
Dat mechanisme helpt ook de groei van de overheid verklaren. Als beleid onvoldoende werkt, verdwijnt het probleem niet. Het probleem wordt vervolgens aanleiding voor nieuw beleid en nieuw geld. Het bestaande budget blijft grotendeels staan, het volgende komt erbij en daarna moet opnieuw dekking worden gevonden. Zo kan gebrek aan resultaat uiteindelijk leiden tot hogere uitgaven in plaats van lagere.
Vervolgens begint Den Haag weer aan de kant waar de politieke belangstelling wel
groot is. Wie gaat het betalen? Het vermogen, de erfenis, de hogere inkomens of de middenklasse? Daarover gaan de debatten, daar worden de verschillen tussen partijen zichtbaar en daar valt electoraal iets te winnen.
Maar iedere miljard die doelmatiger wordt besteed, hoeft ook niet opnieuw te worden opgehaald. Je zou verwachten dat daar minstens zoveel politieke belangstelling voor bestaat.
Maar die is moeilijk te vinden.
We hebben geen behoefte aan nog meer politici die uitleggen wie de rekening moet betalen. We hebben Kamerleden nodig die het minder spectaculaire werk doen waarvoor het parlement bestaat, controleren of de rekening klopt en of we voor al die miljarden krijgen wat ons is beloofd. We gaan elkaar politiek te lijf over wie de rekening betaalt. Vrijwel niemand lijkt zich druk te maken of de rekening zelf wel klopt.
De partij die @PieterOmtzigt voor de bus gooide. Ollongren, de rechterhand van Rutte bij Algemeen Zaken toen in 2009/2010 de grootste onderpandfraude ooit werd uitgevoerd, ging naar het parlement om daar op de uitslag van een C-test te wachten. 🤥 🤡 Vervolgens vertrok ze via de uitgang waar alleen Bart Maat stond te wachten; de ‘persoonlijke’ fotograaf van Rutte en stapte ze - tegen alle maatregelen en regels in - gewoon de auto in met haar chauffeur. Bart Maar won met dit kiekje van ‘functie elders’ de politieke foto van het jaar.
Deze mensen zijn heel eng.
Wakker worden en lezen dat Sjoerd Sjoerdsma van D66 1.2 miljoen euro van uw belastinggeld weggeeft aan Libanon voor ‘onderzoek naar schendingen van het oorlogsrecht’. Door Israël natuurlijk. Werk ze!
Een ochtendcolumn
Er zit een vraag onder de politiek van Jesse Klaver waar ik eigenlijk nooit een antwoord op hoor. Wanneer is het wel genoeg?
Nederland heeft geen samenleving ingericht waarin mensen die het goed hebben weigeren te delen. We hebben een verzorgingsstaat opgebouwd waarin hogere inkomens netto een groot deel van de rekening betalen en lagere inkomens worden ondersteund. De onderste helft krijgt via belastingen, uitkeringen en voorzieningen per saldo inkomen erbij. Aan de bovenkant gebeurt het omgekeerde.
Dat systeem bestaat dankzij tientallen jaren van zorgvuldig opgebouwd maatschappelijk draagvlak. Het is misschien wel het beste bewijs dat solidariteit in Nederland geen mooie gedachte is, maar dagelijkse praktijk.
Klaver vindt dat hoge inkomens meer moeten bijdragen. Wat betekent dat precies? We nemen Johan van Dijk. Johan heeft een goede baan en verdient €85.000 per jaar. Daarmee valt hij in de allerhoogste belastingschijf van Nederland. Geen grootindustrieel, gewoon een werknemer met een goed salaris. De meeste zelfstandige ondernemers verdienen minder.
Reken vervolgens eens uit wat Johan afdraagt. Inkomstenbelasting en premies, daarna btw over wat hij koopt, accijnzen aan de pomp, energiebelasting, autobelastingen, lokale heffingen en ik vergeet vast nog wat. Voor een profiel van Johan komt de totale belastingdruk uit op iets van 42 à 43 procent van zijn bruto inkomen. Zou die verhouding gedurende een werkzaam leven van veertig jaar gelijk blijven, dan komt dat neer op ongeveer zeventien jaar van zijn leven werken volledig in dienst van het collectief. Dat lijkt mij geen gebrek aan solidariteit, maar eerder het bewijs ervan.
Johan werkt veertig uur per week. Meer werken is dus nauwelijks een serieus antwoord. Meer verdienen vraagt voor hem om overuren, een zwaardere functie, meer verantwoordelijkheid of een volgende stap in zijn loopbaan. In 2026 heeft 58 procent van de werkenden een marginale druk boven 49,5 procent. Van elke volgende verdiende euro kan daardoor minder dan de helft in zijn besteedbare inkomen terechtkomen.
Daarmee komt de bereidheid om die volgende stap te zetten onder druk te staan. Een promotie betekent doorgaans meer verantwoordelijkheid, meer druk en soms langere dagen. Wanneer van de extra beloning meer dan de helft verdwijnt via belasting, afbouwende heffingskortingen of toeslagen, verandert de rekensom. Het verschil tussen blijven zitten en doorgroeien wordt kleiner.
Klaver weet hoe het stelsel werkt. Vanuit die werkelijkheid vraagt hij hogere inkomens om nog meer bij te dragen.
Johan werkt veertig uur en draagt gedurende die werkweek fors bij aan het collectief. Wil hij verder komen, dan kan van de financiële opbrengst van die extra inspanning meer dan de helft naar datzelfde collectief gaan. Dagelijks leest Johan het in de krant en op tv, ziet hij het op de socials en hoort hij het in de politiek, de sterkste schouders moeten meer dragen, topinkomens moeten meer bijdragen, vermogens moeten zwaarder worden belast. Steeds dezelfde boodschap. Johan draagt te weinig bij. Nog is het niet genoeg.
Daarom interesseert mij de grens. We praten voortdurend over hoeveel verschil te groot is. Veel minder hoor ik hoeveel verschil te klein is. Solidariteit kan niet uitsluitend worden gemeten aan wat nog meer bij iemand kan worden opgehaald. Twintig jaar van zijn leven, vijfentwintig? Solidariteit veronderstelt ook erkenning van wat al wordt bijgedragen. Anders verandert een gezamenlijke afspraak langzaam in een permanente rekening voor steeds dezelfde groep.
Wanneer heeft Johan genoeg bijgedragen? Als zeventien van zijn veertig arbeidsjaren niet genoeg zijn en van de opbrengst van verdere inspanning meer dan de helft naar het collectief kan gaan, hoeveel moet Johan dan nog doen voordat Klaver zegt, dit is wel genoeg?
Is dat de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) of is de afkorting toevallig hetzelfde?
Ik heb in 2018 Arthur Docters van Leeuwen benaderd als oud werkgever van mij bij de @AutoriteitFM. Hij was verbonden aan NSOB, samen met o.a. de baas van het Openbaar Ministerie, Gerrit van der Burg (zie mail in 🧵👇).
Arthur Docters van Leeuwen moest in het verleden het @Het_OM op de kaart zetten en Van der Burg moest OM in rustiger vaarwater zien te krijgen. Ook speelde Docters van Leeuwen een belangrijke rol op de financiële markten.
Zoals we inmiddels weten is de plandemie en de daaraan gekoppelde megalomane transitie onderdeel van de omvangrijke bank- en pensioenfraude (EU meer dan EUR 2000 miljard en in Nederland EUR liquiditeitstekort). Vandaar dat ik de keuze voor het NSOB (ervan uitgaande dat dit dus de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur betreft) in 2020 erg interessant vind.
Docters van Leeuwen bracht mij niet in contact met Van der Burg. Het FEC (o.a. @AutoriteitFM, @Het_OM en @FIOD zijn deelnemer) negeerde/negeert al jaren Worst Bank Scenario.
Welkom in Sicilië aan de Noordzee.
Klaas Knot: Je wordt bedankt
voor je 0% REKENRENTE
Jij hebt het beste pensioenstelsel om zeep geholpen
Nog erger
de ondeskundige -te politieke- Tweede Kamer heeft jou slaafs gevolgd
Rechteloze Gepensioneerden krijgen 0% indexatie
10 jaars rente op weg naar 3,5%
@nos(1)
Ronkend persbericht van @D66. Minister Boekholt-O’Sullivan wijst vijf ‘nieuwe’ grootschalige locaties aan. Weert, Haarlem, Leeuwarden, Maastricht, Deventer. Klinkt daadkrachtig, tot u even doorklikt, want ‘nieuwe’ staat namelijk niet voor niets tussen haakjes.
Dit zijn namelijk geen nieuwe projecten, of de verdienste van D66. Dit zijn bestaande bouwplannen waar gemeenten al jaren mee bezig zijn. Wat u hier ziet is een minister die gewoon schaamteloos een grote D66 sticker plakt op bestaande projecten.
In de campagne beloofden ze een doorbraak op de woningmarkt. Wat ze leveren is pure marketing. Is dan écht alles bij D66 opsmuk, uiterlijk vertoon en gebakken lucht?
Heerlijke column van Leon de Winter 🎯
Bewoners van buitengebieden betalen onmogelijke prijs voor Amsterdamse stroomvervuilers
Een windturbine op De Dam is het mooiste
Een ochtendcolumn
Femke Halsema trekt aan de bel. De leefbaarheid van Amsterdam staat onder druk. Dakloosheid, drugsgebruik en mensen met psychiatrische problemen zijn steeds zichtbaarder op straat. Gemeenten kunnen dat volgens de burgemeester niet meer oplossen. Den Haag moet helpen. Daarmee staat de oplossing eigenlijk al vast. Meer geld.
Gemeenten hebben hun werkterrein de afgelopen decennia enorm uitgebreid. Klimaat, energietransitie, diversiteit, inclusie, integratie, ongelijkheid en internationale solidariteit kregen allemaal een plaats in het stadhuis. Voor steeds meer maatschappelijke problemen kwam gemeentelijk beleid. Dat is ook terug te zien in de omvang van de organisatie. Amsterdam telde in 2018 14.411 interne fte. Inmiddels werken bij de gemeente ruim 20.000 fte. Terwijl de bevolking in die periode met ongeveer 10 procent groeide, groeide het ambtelijke apparaat onder het het bewind van Halsema met bijna 40 procent.
Terwijl een gemeentebestuur in de kern een paar eenvoudige taken heeft. De stad moet schoon en veilig zijn. De openbare ruimte moet worden onderhouden. Overlast moet worden aangepakt. Er moeten woningen zijn. Op die kerntaken worden de Amsterdamse cijfers pijnlijk.
In 2025 vond nog maar 31 procent van de Amsterdammers de eigen buurt schoon. Het rapportcijfer voor het schoonhouden van straten en stoepen zakte naar 5,8. Er kwamen 265.000 meldingen over afval en reiniging binnen, 16 procent meer dan een jaar eerder. Bij meldingen over het schoonmaken van de openbare ruimte werd 59 procent binnen de afgesproken termijn afgehandeld. De gemeentelijke norm is 90 procent. In de binnenstad daalde het cijfer voor schone straten en stoepen van 6,9 in 2015 naar 5,4 in 2025. Bewoners geven de binnenstad inmiddels een 4,0.
Vervuiling is geen esthetisch probleem. Onderzoek naar wanorde in de openbare ruimte laat zien dat zichtbare verwaarlozing de sociale norm verzwakt. Afval, graffiti en achterstallig onderhoud vergroten de kans dat ook anderen regels overtreden. De omgeving vertelt voortdurend welk gedrag blijkbaar wordt geaccepteerd. Daar bestaat inmiddels voldoende empirisch onderzoek naar.
Als een organisatie de kerntaken steeds slechter uitvoert, ligt de eerste vraag voor de hand, waar gaat de beschikbare capaciteit eigenlijk naartoe? Amsterdam heeft steeds meer taken naar zich toegetrokken en krijgt de meest zichtbare taken steeds moeilijker voor elkaar. Toch gaat de discussie direct over geld.
Dat geld moet uit Den Haag komen. Den Haag heeft geen eigen geld, dus uiteindelijk komt de rekening bij de belastingbetaler terecht. Daarna volgt de bekende politieke discussie over wie die rekening moet betalen. De breedste schouders zullen ook deze lasten moeten dragen vermoed ik.
Zo wordt een vuile en onrustige stad uiteindelijk een financieringsvraagstuk. Of Amsterdam te veel doet, geld verkeerd besteedt of onvoldoende presteert, verdwijnt naar de achtergrond. Extra geld is de oplossing voordat duidelijk is geworden waarom het bestaande geld niet voldoende resultaat oplevert.
Landelijk werkt het inmiddels hetzelfde. Nieuwe politieke ambities worden nieuwe overheidstaken. Er komen ambtenaren, subsidies, programma’s en organisaties bij. Zodra de kosten oplopen, begint de zoektocht naar extra inkomsten. Schrappen komt nauwelijks ter sprake.
Amsterdam kan ook bij het begin beginnen. Zorg dat de stad schoon en veilig is. Zorg voor woningen, bereikbaarheid, onderhoud en handhaving. Kijk daarna wat er nog meer op het stadhuis moet gebeuren en wat kan verdwijnen.
Halsema vraagt Den Haag om meer middelen omdat Amsterdam de problemen op straat niet meer aankan. Maar voordat de rest van Nederland wordt gevraagd daarvoor te betalen, ligt een eenvoudiger vraag voor, waarom doet Amsterdam zoveel andere dingen terwijl de gemeente iets simpels als de eigen straten niet op orde krijgt.
Misschien heeft Amsterdam geen groter budget nodig. Misschien heeft Amsterdam een kleinere agenda nodig.
6 op de 10 Nederlandse huishoudens ontvangen per saldo méér van de overheid dan zij betalen.
1 op de 10 draagt €114.000 netto per jaar af.
De rest zit ertussenin.
Elke discussie over “eerlijker verdelen” gaat feitelijk over die ene op de tien nóg harder aanslaan. Zeg dat dan gewoon.
En geen progressieve haan die er naar kraait. De pretentie van medemenselijkheid en opstaan tegen onrecht sterft in het negeren van deze moordpartijen. Heeft de Iraanse ambassadeur al een trap onder z’n reet gehad?