Niet door mij geschreven, maar het delen waard!!!
Aan de antisemieten van de hele wereld:
Jullie zeggen dat wij de banken controleren. Dat wij Hollywood controleren. Dat wij de media domineren. Dat we te veel invloed hebben, te veel macht, te veel trots. Maar jullie vragen nooit hoe — of waarom. Laat me het jullie dan uitleggen.
Men verbood ons om land te bezitten, dus leerden we te leven van ons verstand. We werden geweerd uit gilden en vele beroepen, dus werden we handelaars, geleerden, dokters en advocaten.
Onze gehechtheid aan onderwijs kwam niet voort uit privilege — maar uit noodzaak. Uit uitsluiting. Uit overleving. Toen men ons verbood universiteiten te betreden, bouwden we onze eigen yeshivot. De Thora werd ons moreel kompas. De Talmoed ons intellectuele oefenterrein. Toen men ons uitlachte als ‘boekwurmen’, maakten wij van kennis ons schild. De belediging werd onze harnas.
In het middeleeuwse Europa verbood de Kerk christenen om geld uit te lenen met rente. Maar koningen hadden toch leningen nodig, en iemand moest die innen. Dus klopten ze aan bij de Joden — al uitgesloten, al verguisd. We werden geldschieters, niet uit ambitie, maar uit dwang. En daarna haatte men ons ervoor.
In Amerika werden we geweerd uit de ‘respectabele’ beroepen. Dus trokken we naar het Westen en hielpen we Hollywood uitvinden — niet om hersenen te wassen, maar om te dromen. Om verhalen te vertellen. Om magie te creëren.
Toen de Ivy League-universiteiten het aantal Joodse studenten beperkten, richtten we Brandeis op. Toen ziekenhuizen geen Joodse dokters wilden aannemen, bouwden we Cedars-Sinai. Toen advocatenkantoren ons buitenhielden, openden we Skadden en Wachtell. We probeerden niet te domineren — we probeerden gewoon te leven.
We zijn verdreven uit Spanje. Afgeslacht in Polen. Opgehangen in Iran. Gelyncht in Georgia. Gebombardeerd in Duitsland. En toch overleefden we. We leerden. We herinnerden.
In 1948 zag de wereld hoe bijna een miljoen Joden werden verdreven of op de vlucht sloegen uit Arabische landen. Hun huizen, winkels en synagogen werden in beslag genomen of in brand gestoken. Er kwamen geen vluchtelingenkampen, geen VN-agentschappen, geen wereldwijde oproep tot gerechtigheid. Geen ‘recht op terugkeer’ voor Joden uit Bagdad, Aleppo of Tripoli.
Jullie zeggen dat wij tribaal zijn. Maar we hebben geprobeerd ons aan te passen. We veranderden onze namen. Streken onze krullen glad. Lieten ons geloof los. Maar telkens als we probeerden te verdwijnen, herinnerden jullie ons eraan wie we zijn. Dus keerden we ons tot elkaar. We steunden elkaar. We bouwden synagogen toen jullie gebedshuizen ons sloten. We bouwden ziekenhuizen toen we niet welkom waren in de uwe. We richtten organisaties op om ons te verdedigen, toen niemand anders dat deed.
En toen geen enkel land ons wilde — bouwden we ons eigen.
Toen kwam 7 oktober 2023.
Jullie zeggen dat jullie Israël haten vanwege het beleid. Vanwege het land. Vanwege de grenzen. Maar op 7 oktober 2023 mikte Hamas niet op soldaten. Ze vielen geen checkpoints of militaire basissen aan. Ze verkrachtten vrouwen. Ze onthoofdden baby’s. Ze verbrandden families levend. Ze slachtten burgers af in hun huizen, bombardeerden schuilplaatsen, vermoordden jongeren op een muziekfestival. Het was het ergste bloedbad onder Joden sinds de Shoah. En terwijl onze doden nog niet eens begraven waren, huilde de wereld niet met ons — maar keerde zich tegen ons.
Studenten zwaaiden met borden ‘Eer de martelaren’. Demonstranten zwaaiden met hakenkruisen in Sydney. ‘Gas de Joden’ werd gekalkt in Berlijn. Joodse studenten werden opgesloten in bibliotheken in New York. Aan MIT werd hen de toegang tot lessen ontzegd. Aan Harvard vroeg men hen hun davidssterren te verbergen, uit veiligheid. Ondertussen bloedden onze gijzelaars nog in de tunnels.
Dus nee — dit gaat niet om grenzen. Jullie haatten ons al voor 1948. Voor het bestaan van de staat Israël. Voor er één grens was getekend.
10. Until we meet again in the fight for freedom and dignity, we will be the continuators of our shared history and the protectors of our treasure: more than a statue of copper and steel, the freedom it symbolizes.