In Amsterdam, a ‘Queer for Palestine’ wanted to be part of the protest but was told:
“Get out, we don’t want you here. We are Muslims and you disgust us. You have no place in our cause.”
LGBT who support Palestine got to be the dumbest people ever!
De wonderlijke taalkunde van het antisemitisme
We zijn soms een merkwaardig land geworden. Op straat worden leuzen geroepen als: "Israëliërs zijn moordenaars", "Israël pleegt genocide", "Joden zijn kolonisten" en "Joden hebben Palestina afgepakt". Dat gebeurt luid, duidelijk en voor camera's. Vervolgens stelt een journalist of politicus de vraag: "Jullie bedoelen natuurlijk de Israëlische regering?"
En dan volgt steevast het antwoord: "Ja natuurlijk, wij bedoelen de regering."
Probleem opgelost. Iedereen opgelucht. Want het andere zou immers strafbaar kunnen zijn.
Dat er letterlijk iets anders wordt geroepen, blijkt ineens niet meer relevant. Dat duizenden luisteraars gewoon horen wat er daadwerkelijk wordt gezegd, is blijkbaar hun eigen fout. Zij begrijpen de context niet.
Het is een bijzondere vorm van taalkunde. Als iemand "appel" roept, moet je volgens deze logica begrijpen dat hij eigenlijk "peer" bedoelt. En als iemand "Joden" zegt, dan moet je vanzelf weten dat alleen een specifieke regering wordt bedoeld.
Wonderlijk genoeg werkt die redenering vrijwel nergens anders. Wie een andere bevolkingsgroep collectief verantwoordelijk houdt voor het handelen van een regering, krijgt onmiddellijk het verwijt van discriminatie of racisme. Terecht overigens. Individuen zijn immers niet automatisch verantwoordelijk voor het beleid van hun regering.
Maar als het over Joden gaat, lijken ineens andere regels te gelden. Dan mag eerst de collectieve beschuldiging worden uitgesproken en daarna volgt de juridische voetnoot: "We bedoelden natuurlijk alleen de regering."
Zo ontstaat een vreemde situatie. De woorden zeggen het één, de uitleg achteraf het ander. En van de luisteraar wordt verwacht dat hij vooral niet gelooft wat hij heeft gehoord, maar wat er achteraf wordt uitgelegd.
Het zorgelijke is dat deze redenering een bredere uitwerking heeft. Zo wordt antisemitisme langzaam weer salonfähig. Niet openlijk, maar verpakt in context, nuance en politieke uitleg. De gewone burger hoort een uitspraak, begrijpt deze zoals vrijwel iedereen die zou begrijpen, en krijgt vervolgens te horen dat hij het verkeerd heeft geïnterpreteerd.
Toch lijkt de overheid zich steeds vaker comfortabel te voelen met deze constructie. Zolang achteraf wordt uitgelegd dat een regering werd bedoeld, lijkt er weinig reden tot zorg. De rechtsstaat knikt geruststellend, bestuurders verwijzen naar de context en het debat gaat verder.
Ondertussen verschuift ongemerkt de grens van wat acceptabel wordt gevonden. Uitspraken die vroeger zonder aarzeling als Jodenhaat zouden zijn bestempeld, worden tegenwoordig regelmatig gepresenteerd als activisme of politieke kritiek. Antisemitisme, of eenvoudiger gezegd Jodenhaat, dreigt daardoor steeds meer een voetnoot te worden in plaats van een ononderhandelbare rode lijn.
Dat is opmerkelijk in een samenleving die ieder jaar stilstaat bij de gevolgen van antisemitisme. Tijdens herdenkingen klinkt terecht de belofte "Nooit meer". Maar die woorden krijgen pas betekenis wanneer dezelfde norm wordt toegepast op actuele gebeurtenissen, ook wanneer dat politiek ongemakkelijk is.
We hebben zoveel regels, commissies, meldpunten en voorlichtingscampagnes tegen discriminatie dat we onszelf geruststellen dat het probleem onder controle is. Terwijl tegelijkertijd een vorm van antisemitisme die vroeger onmiddellijk zou zijn herkend, steeds vaker wordt gerelativeerd, uitgelegd of zelfs verdedigd.
Dan is de vraag niet meer of woorden ertoe doen. De vraag is waarom we juist bij Joden steeds vaker doen alsof ze dat niet doen.
@roaldcs@r_hartman@Cheriedaisy “Daarnaast lijdt het artikel aan een breder intellectueel probleem.
Uiteindelijk keert alles terug naar dezelfde conclusie: zionisme is de oorzaak van vrijwel alles.
De geschiedenis wordt daarmee gereduceerd tot één verklaring.
De rol van islam gaat naar de achtergrond.”
Het artikel van Scott Ritter bevat enkele waardevolle historische observaties, maar stort uiteindelijk in door zijn fundamentele morele eenzijdigheid.
Niemand die de geschiedenis serieus neemt, ontkent dat veel Palestijnen in 1948 geleden hebben. Niemand ontkent dat er verdrijvingen hebben plaatsgevonden, dat dorpen verdwenen zijn en dat generaties Palestijnen die gebeurtenissen zijn blijven meedragen. Zelfs Israëlische leiders als David Ben-Gurion en Moshe Dayan erkenden openlijk dat veel Arabieren de stichting van Israël als een tragedie ervoeren.
Maar historisch leed is geen moreel vrijgeleide.
De centrale zwakte van Ritters betoog is dat hij duizenden woorden besteedt aan Palestijnse grieven en nauwelijks aandacht schenkt aan Palestijnse verantwoordelijkheid.
7 oktober was geen onvermijdelijk gevolg van de geschiedenis.
Het waren concrete keuzes van concrete mensen die de grens overstaken, burgergemeenschappen binnendrongen, gezinnen vermoordden, kinderen gijzelden, vrouwen verkrachtten, ouderen executeerden en hun misdaden filmden.
Die daden werden niet gepleegd door de geschiedenis.
Ze werden gepleegd door Hamas.
Ritter vervaagt voortdurend het onderscheid tussen begrijpen en rechtvaardigen. Dat zijn twee totaal verschillende zaken.
Een tweede probleem is zijn behandeling van Israëlische burgers.
Hij suggereert dat de bewoners van de gemeenschappen rond Gaza deel uitmaakten van een groter zionistisch systeem en daardoor niet werkelijk onschuldig waren. Dat is een gevaarlijke redenering.
Want zodra burgers hun onschuld verliezen omdat zij deel uitmaken van de “verkeerde” samenleving, blijft er nergens ter wereld nog een onschuldige burger over.
Dan wordt een Russische burger verantwoordelijk voor het Kremlin.
Een Palestijnse burger verantwoordelijk voor Hamas.
Een Amerikaanse burger verantwoordelijk voor Washington.
Op dat moment verdwijnt iedere morele grens die burgers bescherming biedt.
Ritter presenteert Hamas bovendien vooral als een reactie op Israëlische politiek en veel minder als een zelfstandige politieke actor met een eigen ideologie en eigen verantwoordelijkheid.
Maar Hamas is niet simpelweg een nationale bevrijdingsbeweging.
Het is een autoritaire islamistische organisatie die politieke oppositie onderdrukt, geen vrije verkiezingen organiseert, dissidenten vervolgt en geweld tegen burgers bewust als strategie gebruikt.
Iedere analyse die Hamas vooral als symptoom behandelt en Israël vooral als oorzaak, raakt onvermijdelijk uit balans.
Daarnaast lijdt het artikel aan een breder intellectueel probleem.
Uiteindelijk keert alles terug naar dezelfde conclusie: zionisme is de oorzaak van vrijwel alles.
De geschiedenis wordt daarmee gereduceerd tot één verklaring.
De rol van islamistisch extremisme, Palestijnse machtsstrijd, corruptie, Iraanse invloed, regionale politiek en de eigen keuzes van Hamas verdwijnen naar de achtergrond.
De werkelijkheid is ingewikkelder.
Men kan Palestijns leed erkennen zonder terrorisme goed te praten.
Men kan Israëlische veiligheidszorgen erkennen zonder iedere Israëlische maatregel te verdedigen.
Men kan voor een Palestijnse staat zijn zonder Hamas te steunen.
Men kan Netanyahu bekritiseren zonder Israëls bestaansrecht ter discussie te stellen.
Ritter kiest echter voor een verhaal waarin Israël steeds meer de hoofdschuldige wordt en Palestijns geweld steeds meer een begrijpelijke reactie.
Dat levert activisme op.
Maar geen overtuigende analyse.
De tragedie van dit conflict is niet dat één kant volledig goed is en de andere volledig fout.
De tragedie is dat twee volkeren met legitieme historische banden met hetzelfde land al generaties gevangen zitten in een spiraal van angst, geweld en slecht leiderschap.
Wie die tragedie reduceert tot een verhaal waarin zionisme alles verklaart en Hamas vrijwel niets, bedrijft geen analyse.
Hij bedrijft propaganda.
Marx lived his entire adult life as a dependent. The capitalist system funded his "research" through Engels, whose family wealth came from textile factories. The irony cuts deep: capitalism's profits subsidized its most famous critic.
Marx never held a real job. Never met payroll. Never risked capital or faced bankruptcy. He spent decades theorizing about labor value while avoiding actual labor. His insights into production came from library books, not factory floors.
The parasitic intellectual tradition he spawned continues today. Academic Marxists collect taxpayer-funded salaries while denouncing the market system that creates the wealth they consume.
It's time to get rid of these people.
Mijn oude preken blijven natuurlijk wèl online.
Is er toch nog wat zinnigs te lezen nu je niet meer kan zien hoe Paul de Leeuw zich verkleedde als banaan, oid.
Het is overigens geen “mening”, ik heb dit in peer reviewed artikelen onderbouwd. En de Europese Commissie deelt dit nu in 2026.
15 jaar na m’n eerste artikel hierover.
Ik wil het even gezegd hebben 😌
[Archieftweet] Laat je niet gaslighten door linkse activisten die hen onwelgevallige concepten buiten het debat willen houden. Remigratie is een woord uit de Van Dale. Er was een remigratiewet met een remigratieregeling en een remigratie-uitkering.
#WNLopzondag#Buitenhof
Waarom Migratiepact een wassen neus is
@MonaKeijzer:
"Geldt niet voor minderjarigen dus ze gaan kinderen vooruit sturen"
Bovendien gooit iedereen papieren weg dus iedereen kan beweren minderjarig te zijn.
Geachte leden van de @EersteKamer,
Op 2 juni behandelde u de Wet strafbaarstelling conversiehandelingen. Op 9 juni stemt u. Daarom schrijf ik u nog één keer.
In het acht uur durende debat besprak u bijna alles, maar het was opvallend dat het meest essentiële punt onbesproken bleef: seksuele gerichtheid en genderidentiteit zijn twee fundamenteel verschillende zaken.
Bij homoseksualiteit is duidelijk wat conversietherapie doet: iemand wordt onder druk gezet om zijn seksuele gerichtheid te ontkennen of te veranderen. De omgeving zegt tegen het individu: jij moet je aanpassen aan onze norm.
Bij genderidentiteit gebeurt iets anders. Daar gaat het niet om een verlangen dat wordt onderdrukt, maar om een idee over het eigen lichaam dat door anderen bevestigd moet worden.
Het idee dat genderidentiteit losstaat van het lichaam is géén neutraal gegeven. Het is een overtuiging; een geloof. Anders dan geslacht is genderidentiteit niet objectief vast te stellen en kan het daarom onmogelijk dienen als grondslag voor strafrecht.
Mensen mogen naar hun overtuiging leven. Maar zodra de staat kritiek daarop strafrechtelijk verdacht maakt, verliest zij haar neutraliteit.
Een vrije staat beschermt burgers tegen dwang, niet ideeën tegen kritiek.
Het gevaar zit niet alleen in wat deze wet letterlijk verbiedt, maar in de bestuurlijke werkelijkheid waarin die terechtkomt. Het absurde is dat het niet-toetsbare 'genderidentiteit' via beleid, onderwijs, zorg, taalrichtlijnen, trainingen en subsidies allang tot beleidsfeit is gemaakt. Kritiek erop geldt steeds minder als kritiek op een idee en steeds meer als discriminatie van een mens.
Zo krijgt een geloof bestuurlijke macht: eerst beleid, dan discriminatierecht. En nu strafrecht. De overheid beschermt dan niet langer alleen tegen dwang, maar dwingt erkenning van een fictieve werkelijkheid af. Wie niet bevestigt of meebuigt, wordt bestuurlijk en uiteindelijk strafrechtelijk verdacht.
Daarom is deze wet zo gevaarlijk. Wat nu al via schoolbeleid, zorgprotocollen, subsidies en meldpunten wordt afgedwongen, krijgt straks het strafrecht als stok achter de deur. Dan wordt gewone tegenspraak geen meningsverschil meer, maar een mogelijk juridisch risico.
Dan wordt het bevestigen van het zelfbeeld de enige veilige optie. Twijfelen wordt riskant. Onderzoeken wordt verdacht. En tegenspreken wordt een vorm van “onderdrukking”. Een kind dat zegt “ik ben het andere geslacht” verdient zorgvuldigheid, liefde en bescherming. Geen vernedering of dwang, maar óók geen systeem dat volwassenen bang maakt om nog hardop te vragen wat er nou werkelijk aan de hand is.
Ik vraag u niet om conversiepraktijken goed te praten, maar om het verschil te blijven zien tussen bescherming tegen dwang en strafrechtelijke bescherming van een ideologie.
De Eerste Kamer is geen applausmachine voor moreel klinkende wetgeving. Uw taak is juist om te toetsen wat de Tweede Kamer onder druk van framing, emotie en goede bedoelingen heeft laten liggen.
Mijn dringende oproep is: stem tegen deze wet. Wie deze wet aanneemt, draagt de verantwoordelijkheid voor het afbreken van de neutraliteit van de staat.
Homoseksuele jongeren verdienen bescherming tegen vernedering en dwang. Kinderen met genderproblemen verdienen vrije, zorgvuldige zorg. En burgers verdienen een overheid die geen geloof tot wet maakt.
I'm seeing Iranians inside Iran tweeting that their biggest fear now is the probable Trump Truth Social Post where he writes that he "spoke to Bibi and Mojtaba, two great and respected leaders, and both sides have agreed to stop shooting".
BREAKING: The Islamic Republic has again cut off internet to 90 million Iranians.
It’s actually so insane how anyone still defends this cancerous regime.
Kasparov: Merkel was the best agent of Russian interests, not as a spy, but politically.
She made Germany and Europe dependent on Russian gas, built Nord Stream 2 after Crimea, and paralyzed efforts to build a strong coalition against Putin.
Altijd hetzelfde liedje in de technocratie:
— politici verschuilen zich achter wetenschappers en wetenschappers verschuilen zich achter politici.
In de technocratie is niemand verantwoordelijk.