Ik denk dat de werkelijkheid iets genuanceerder is. Het vullen van de Nederlandse gasopslagen ligt in eerste instantie bij marktpartijen. Het idee daarachter is dat zij, gedreven door concurrentie en marktprijzen, gas zo kosteneffectief mogelijk kunnen inkopen en opslaan.
Tegelijkertijd heeft de overheid een vangnet ingebouwd voor situaties waarin de markt onvoldoende levert. Daarvoor is EBN (Energie Beheer Nederland), volledig eigendom van de Nederlandse Staat. EBN kan namens de overheid zelf gas inkopen en opslaan wanneer de leveringszekerheid in het geding komt of wanneer marktpartijen onvoldoende vullen.
Dat maakt de huidige situatie eigenlijk extra interessant. Als de gasvoorraden achterblijven bij de gewenste vulgraad, is de vraag niet alleen wat marktpartijen doen, maar ook in hoeverre de overheid haar eigen instrumenten inzet. Je kunt daar best kritisch op zijn. Leveringszekerheid van energie is immers geen luxeproduct maar een basisvoorziening waar huishoudens en bedrijven afhankelijk van zijn.
Tegelijkertijd denk ik dat we moeten oppassen om elke tegenvaller automatisch te zien als bewijs dat "de overheid niet deugt". Sommige politieke partijen bouwen een belangrijk deel van hun campagne op het voortdurend benadrukken van falen van overheid, politiek en instituties.
Kritiek op beleid is gezond en noodzakelijk in een democratie. Maar er is een verschil tussen beleid willen verbeteren en structureel het vertrouwen in de overheid ondermijnen.
Als mensen het vertrouwen verliezen dat problemen überhaupt nog kunnen worden opgelost, wordt het uiteindelijk moeilijker om gezamenlijk oplossingen te vinden voor uitdagingen zoals energie, wonen en zorg.
It reminded me of the launch of the very first Porsche Cayenne.
When Porsche announced its SUV in the early 2000s, many enthusiasts were outraged.
According to purists, a Porsche was supposed to be a sports car—not a large family vehicle with four doors.
Some even predicted that the company would lose its identity and damage the brand permanently.
Porsche, however, looked beyond its existing fan base.
The company recognized that many of its customers already owned SUVs from other manufacturers and decided to develop a product that addressed that market while staying true to its core strengths: performance, engineering, and driving experience.
The outcome is well known. The Cayenne became one of the most successful models in Porsche’s history and provided the financial foundation that allowed the company to continue developing its iconic sports cars.
Criticism at launch often reflects the expectations of existing customers. The real test is not how many people complain, but how many ultimately choose to buy the product.
Met de recente introductie van de Ferrari Luce moest ik direct denken aan de allereerste Porsche Cayenne.
Toen Porsche begin jaren 2000 aankondigde dat het een SUV ging bouwen, waren veel liefhebbers woedend. Volgens puristen hoorde een Porsche een sportwagen te zijn, geen grote gezinsauto met vier deuren. Sommigen voorspelden zelfs dat het merk zijn identiteit zou verliezen en zichzelf commercieel zou beschadigen.
Porsche keek echter verder dan de bestaande fanbase. Het bedrijf zag dat veel van zijn klanten al SUV’s van andere merken reden en besloot een product te ontwikkelen dat aansloot op die bredere markt, zonder afstand te doen van prestaties, techniek en merkbeleving.
Het resultaat is bekend: de Cayenne groeide uit tot één van de succesvolste modellen uit de geschiedenis van Porsche en leverde de financiële basis om iconische sportwagens te blijven ontwikkelen.
Kritiek bij een introductie zegt vaak vooral iets over de verwachtingen van bestaande klanten. De echte test is uiteindelijk niet hoeveel mensen klagen, maar hoeveel mensen het product daadwerkelijk willen kopen.
Ik snap de frustratie ergens wel. We zitten in een vreemde overgangsfase waarin we op sommige momenten juist méér stroomverbruik nodig hebben. De uitdaging is denk ik vooral: hoe benutten we die goedkope zonnestroom slim, zonder mensen het gevoel te geven dat ze “gestraft” worden.
In theorie wel en individueel klopt dat ook.
Als jij thuis 3×25A hebt, mag jij inderdaad tijdelijk ongeveer 17 kW afnemen. Alleen gaat de netbeheerder er vanuit dat niet iedereen dat tegelijkertijd doet.
Dat werkt hetzelfde als bij waterleidingen of snelwegen:
niet iedereen doucht exact tegelijk, en niet iedereen rijdt tegelijk op de snelweg.
Toen woonwijken werden ontworpen (jaren 70–90), hadden huizen:
gasverwarming,
gasfornuis,
geen EV,
geen warmtepomp.
Een woning gebruikte gemiddeld maar een paar kW tegelijk. Daarom kon een wijk van 100 huizen prima werken met bijvoorbeeld een trafo van ~200 kW, terwijl theoretisch 1700 kW mogelijk zou zijn als iedereen tegelijk maximaal vermogen trekt.
Nu verandert dat:
warmtepompen trekken veel stroom, EV’s laden tegelijk in de avond,inductiekoken gebeurt rond etenstijd.
Daardoor klopt de oude aanname van “niet iedereen gebruikt tegelijk veel stroom” steeds minder goed. En daarom moeten netbeheerders nu massaal kabels en transformatoren verzwaren.
Is vrij normaal.
De geplande onderhoudsdowntime van een kerncentrale hangt sterk af van het type reactor, het land en de strategie van de exploitant, maar globaal zitten moderne kerncentrales ongeveer in deze range:
Jaarlijks gepland onderhoud / refueling outage:
meestal 2 tot 6 weken per keer.
Frequentie:
meestal eens per 12 tot 24 maanden.
Totale beschikbaarheid (capacity factor):
moderne kerncentrales halen vaak 80–95% beschikbaarheid over het jaar.
Het kan wel, maar als piloot moet je veel vliegurenop beide type vliegtuigen maken om je type rating geldig te houden. Daarom kiezen luchtvaartmaatschappijen er vaak voor om piloten slechts op één type vliegtuig te laten vliegen.
Aangezien de koning als piloot zijn vlieguren maakt op commerciële vluchten bij KLM en zij overstappen op de A321neo wordt de koning voor dat type vliegtuig opgeleid.
Goede analyse, maar hij kijkt vooral achteruit. De echte vraag is: wat doen we vanaf nu anders?
Het probleem van het Nederlandse energiesysteem is niet dat we “de verkeerde technologie” hebben gekozen, maar dat we het systeem niet als geheel hebben ontworpen. Zon, wind, opslag, gas en eventueel kernenergie zijn geen tegenpolen, maar bouwstenen die ieder hun rol hebben — afhankelijk van tijdschaal en kosten.
De komende jaren ligt de sleutel in volgorde en samenhang:
benut wat nu al goedkoop is (zon en wind),
organiseer flexibiliteit (vraagsturing en dag-nacht opslag),
accepteer dat gas voorlopig de meest efficiënte back-up blijft voor meerdere dagen zonder zon en wind,
en investeer versneld in netcapaciteit.
Niet één keuze gaat dit oplossen. Een goed ontworpen systeem wel.
We hoeven het verleden niet te herschrijven. We moeten het systeem vanaf vandaag wél goed bouwen.
Goede vragen — en eerlijk gezegd: die zouden veel vaker gesteld moeten worden zonder dat iemand meteen in een kamp wordt gezet.
De energietransitie is geen sprong naar één eindbeeld, maar een verschuiving in hoe het systeem werkt. Als je het simpel maakt, bewegen we van:
een systeem met een paar grote centrales die altijd draaien
naar een systeem met veel goedkope, maar variabele bronnen (zon en wind), aangevuld met flexibiliteit
Dat eindbeeld ziet er grofweg zo uit:
In de zomer komt het grootste deel van de energie uit zon. Dat is inmiddels de goedkoopste bron. In combinatie met batterijen (voor dag-nacht) is dat vandaag al goedkoper dan gas en kernenergie bij de huidige prijzen. Meer zonnepanelen toevoegen is vaak niet eens het probleem — opslag is dat.
In de winter neemt wind het over. Ook daar geldt: met batterijen voor korte termijn balans kom je qua kosten in dezelfde orde als gas.
En dan het punt waar de meeste twijfel zit: wat als het dagenlang donker en windstil is?
Daar blijft gas (of in de toekomst mogelijk waterstof) nodig als back-up. Niet meer als hoofdbron, maar als vangnet. Dat voelt misschien als een zwakte van het systeem, maar het is juist een bewuste keuze: je gebruikt iets duurs zo min mogelijk, in plaats van continu.
Dus waar “transiteren” we naartoe?
Niet naar een wereld zonder fossiel, maar naar een systeem waarin:
zon en wind de bulk leveren (goedkoop)
batterijen de korte fluctuaties opvangen
gas alleen nog pieken en extreme situaties afdekt
Dan de vraag over welvaart — misschien wel de belangrijkste.
De kern is dit:
De kosten van energieproductie (kWh) zijn juist fors gedaald door zon en wind. Wat erbij is gekomen, zijn kosten voor flexibiliteit en zekerheid. Maar zelfs met die extra laag zie je dat het systeem als geheel niet per definitie duurder is — en in veel situaties zelfs goedkoper uitkomt dan een systeem dat volledig op gas of nieuwe kerncentrales zou draaien.
En misschien nog belangrijker: ook zonder energietransitie was energie duurder geworden. Gas is structureel duurder en volatieler en nieuwe kerncentrales zijn duurder om te bouwen dan vroeger.
Dus de echte keuze is niet: “duurzaam of goedkoop”
maar: “een systeem dat afhankelijk blijft van dure en volatiele brandstoffen” of “een systeem met lage productiekosten, maar meer complexiteit”
Mijn inschatting van het eindbeeld voor Nederland:
meer elektrificatie (auto’s, warmte, industrie)
veel lokale opwek (zon op daken, wind op zee)
meer opslag en slimme aansturing
lagere marginale energiekosten, maar meer nadruk op net en flexibiliteit
Gaan we er qua welvaart op vooruit?
Waarschijnlijk wel — maar anders dan vroeger. Minder afhankelijk van brandstofprijzen, stabielere lange termijn kosten, maar ook een systeem dat slimmer aangestuurd moet worden.
Dus je vraag is terecht. Alleen het eerlijke antwoord is:
Het eindpunt is geen simpel plaatje, maar een systeem dat goedkoper kan zijn — mits we accepteren dat het anders werkt dan wat we gewend zijn.
Een batterijnopslag systeem heeft geen negatieve energieprijzen nodig om rendabel te zijn. Het gaat om het prijsverschil tussen het moment van opladen en ontladen. Dit moet minimaal €0,10 per kwh zijn.
Ze kunnen dus prima in de middag opladen bij een stroomprijs van 5 cent en terugleveren in de avond bij een stroomprijs van meer dan 17 cent is dus rendabel. Dat is 1800 uur per jaar.
@GerberKawasaki@SawyerMerritt Human labor in California is crazy expensive, difficult to built the car profitably at current demand.
They will convert the product line to low volume expensive roadster and pilot production line for optimus.